De treinreis, de vierde etappe
Vorig jaar nam ik u/jullie mee in gedachten op onze treinreis. Hoe we van station naar station reisden. Soms (voor mijn gevoel) raasde de trein met een sneltreinvaart en soms was het alsof we door het zand aan het ploegen waren. Vanmorgen was er weer een station op onze reis. We stonden even stil, want het was weer de tijd voor onze halfjaarlijkse controles. Twee weken geleden moest mijn man bloed prikken en dan nu voor alle uitslagen. Dat blijft altijd spannend en onzeker.
Eigenlijk vliegt zo´n halfjaar voorbij. Soms vraag ik mezelf af: Klopt het wel? Is het echt alweer een half jaar geleden?
Toch vind ik, vinden wij het fijn dat het weer zover is. De afgelopen maanden waren met ups en downs. Het leven in een pastorie, het leven in ons huis is altijd erg druk. Al die onverwachtse dingen. Dan zijn er dagen dat mijn man moe is! Dagen van zorgen en van verdriet in de gemeente. De bezoeken bij mensen die te maken kregen met kanker.. De dagen dat het zo druk is en mijn man dan zo wit ziet; dan maak ik me zorgen. Gaat het wel goed? Steekt de leukemie niet de kop weer op?
Het is immers niet vanzelfsprekend dat het weer goed mag zijn bij de controles, dat besef ik heel goed! Daarom, al vliegt het halfjaar voorbij ben ik toch blij (ik weet eigenlijk geen ander woord) dat het weer zo ver is.
Onze afspraak was om kwart voor twaalf en we waren goed op tijd; de arts zat al te wachten en zodoende konden we direct doorlopen; dat is vaak wel anders. De uitslagen zijn weer goed, wat is dat weer bijzonder. De Heere is onuitsprekelijk goed voor mensen die dat niet verdienen; voor zondaren.
De arts is een aardige man die ook altijd even naar het pastorieleven vraagt. Wat is het fijn als de arts dan zegt: “Over een half jaar maar weer een afspraak en zullen we dan een belafspraak doen? Dan is het alweer december en dat is voor een predikant toch al zo´n drukke maand.” Weer mogen we dus een half jaar wegblijven, mits er natuurlijk tussendoor geen klachten zijn.
Een half jaar; dat lijkt nu weer zo lang… dan is de zomer al weer ruim voorbij. Onze trein rijdt op dit ogenblik zo rustig verder.
Een half jaar? Ja, wij vliegen daarheen!
Waarheen gaat onze reis dan?
Waarheen gaat mijn reis dan?
Waar zal ons eindstation zijn?
Allemaal van die vragen die wel aan deze zijde van het graf een antwoord moeten krijgen, want: Geen antwoord is toch ook een antwoord en dan is het onomkeerbaar! Wie leeft er die de slaap des doods niet eens zal slapen… Daarom, geldt het voor ons al: “Nu reis ik getroost onder het heiligend kruis, naar ´t erfgoed hierboven … in ´t Vaderlijk huis?!”
G.H. de Waard – Vuyk
0 reacties op "De treinreis, de vierde etappe":
Geef een reactie