Door de tunnel

Met een schok komt het bed waarop ik lig in beweging. Zojuist zijn er allerlei maatregelen genomen die deze jaarlijkse tocht door de tunnel zo vlekkeloos mogelijk moeten laten verlopen. Met een koptelefoon op het hoofd en met een infuus in de arm word ik naar de juiste positie geschoven. Na nog wat laatste checks en een geruststellend klopje op mijn been, blijf ik alleen achter en wordt het stil. Heel eventjes maar, want al snel komt al krakend de intercom tot leven en vraagt een blikkerige stem of ik goed lig en of alles in orde is. Na de bevestiging van mijn kant en opnieuw een kort momentje van stilte komt de tunnel tot leven.

Terwijl met sterke magneetvelden en radiogolven een stukje van de binnenkant van mijn lichaam in kaart wordt gebracht, beland ik in een soort niemandsland. Waar deze tunneltocht me enerzijds een beetje slaperig maakt, maakt iedere ‘piep’ en ‘klop’ anderzijds ook een scala aan gedachten en herinneringen los. Na vier jaar is die combinatie nog altijd een gekke gewaarwording.

De minuten tikken weg, hoewel alle besef van tijd me ontglipt. In mijn hoofd strijden gevoelens van ongemak, nieuwsgierigheid, angst, veiligheid, eenzaamheid, hoop en verdriet om voorrang. Het ongemak vertelt me dat ik door twee of drie man in de gaten gehouden en bekeken wordt, terwijl ikzelf alle controle in de kleedruimte achter moest laten. De nieuwsgierigheid doet me afvragen hoe zo’n machtige tunnel nou toch eigenlijk werkt, maar ook of ‘de mensen achter de schermen’ op dit moment meer weten dan ik. De angst verlamt me, is bang voor terugkeer en vindt het moeilijk om haar lot (in horizontaal opzicht) in handen van artsen en techniek over te laten. Gek genoeg bieden de tunnel en haar standplaats ook wat veiligheid, haast een soort thuiskomen op een plek met veel (ja, óók fijne) herinneringen. De eenzaamheid is letterlijk voelbaar nu ik alleen in een speciale en afgeschermde onderzoekskamer verblijf, waar het blikveld niet groter is dan een paar centimeter. De hoop laat het toe om voorzichtig vooruit te denken en wat toekomstperspectief te creëren. Het verdriet overspoelt me, maakt duizend-en-één vragen los en weet niet goed hoe het verder moet.

Het plotselinge gekraak van de intercom die opnieuw tot leven komt haalt me uit mijn gemijmer. Een onzichtbare stem vraagt me wat en ik geef op goed geluk antwoord, communiceren in een tunnel valt niet altijd mee. Ik krijg te horen dat er straks nog even gebruikgemaakt gaat worden van het zorgvuldig ingebrachte infuus en dat daarna deze editie van de tunneltocht aan een einde zal komen. Ik bereid me voor op het onplezierige gevoel van contrastvloeistof dat een weg zoekt in het lichaam en probeer mezelf ook meteen van m’n slaperigheid te ontdoen. Ik geef me over aan de laatste paar minuten van deze reis. Met een schok komt het bed waarop ik lig in beweging. Ineens is er, letterlijk, licht aan het einde van de tunnel. En terwijl het ‘gewone’ leven weer doorraast, voldoet dit gezegde anderhalve week later ook in figuurlijke zin aan zijn betekenis: de beelden die in de tunnel zijn gemaakt zijn reden voor een goede uitslag van de jaarlijkse controle!

Arjanne Bijsterveld

Arjanne (’99) kreeg in 2022 de diagnose borstkanker. Een behandeltraject volgde, de ziekte verdween. Met vallen en opstaan, en op zoek naar winst uit verlies, probeert zij deze levensveranderende gebeurtenis te verweven met haar bestaan. In haar blogs deelt ze wat van haar ervaringen.

1 reactie op "Door de tunnel":

Annet de Jong op 29 augustus 2026 at 10:56

Fijn Arjanne, dat je weer een goede uitslag kreeg!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *