Zaterdags had je een verjaardag, je viel… Wat is er met je aan de hand??? Zondag werd je weer niet goed… Je belde de HAP. Advies van de HAP was, maandag morgen maar gelijk naar de huisarts. Maandag morgen ben je daar naar toe gegaan… wat zal hij zeggen? De huisarts vertrouwt het niet en stuurt je door naar het ziekenhuis.
Daar ga je, lopend het ziekenhuis in, je tas met spullen bij je voor het geval dat je moet blijven. En inderdaad je moet blijven, is de borstkanker van negen jaar geleden terug gekomen? Heb je uitzaaiingen? En waar??? Allemaal vragen en geen antwoord.
Er gaat een noodsignaal door onze familie app, we zijn allemaal verslagen.
Zelf voelde je aan… dit gaat niet goed. Twee dagen later hoorde je dat je uitzaaiingen had ook in je hoofd. Wat kunnen ze nog voor je doen??? Welke behandelingen zijn er nog mogelijk??? Misschien bestralen? Misschien chemo?
Dag na dag voor ons allemaal niet te bevatten, zagen wij je lichaam afgebroken worden. We bleven bidden, vragen, roepen: Heere, ontferm U… Heere, denk U aan haar…
Binnen een week werd lopen moeilijk, eten ging bijna niet meer. Je kreeg een sonde, wat was je misselijk. Na ruim een week werd je met spoed naar het Erasmus MC in Rotterdam gebracht, je moest geopereerd worden, er werd een drain in je hoofd geplaatst.
Daar lag je. Zo ziek… Wat een smart bij je lieve man, je kinderen, je moeder en wij als naaste. Een week lag je in het Erasmus… Maandag waren we bij je… ik zag je tranen en veegde ze weg. Je wilde niet huilen… altijd wilde je sterk zijn.
We lazen bij je Psalm 130… uit de diepte roep ik tot U…We baden met elkaar. Onze gedachten waren steeds bij jou in het ziekenhuis… en woensdag, we hadden geen rust thuis, en zijn weer naar jou toe gegaan.
Wat was je ziek, wat was je ver weg….We merkten aan je dat je ons wel hoorde.. we hielden jouw hand vast… ons hart huilde… We hebben allemaal nog gezegd, dat we zoveel van je hielden.
We lazen Psalm 116… of je het noch hoorde wisten we niet. Toch sloeg je nog even je ogen op en zwaaide…
Weer zag ik je tranen… Weer veegde ik ze weg. Ik huilde om jou…
Vrijdag morgen waren we weer bij je… en we zagen gelijk dit gaat niet goed.
De behandelingen moesten stoppen, de sonde ging er uit, het infuus werd afgekoppeld, zuurstof ging er af. Je kreeg morfine… je lijden was zwaar.
Afscheid nemen doet zo’n pijn… losgescheurd van iemand die je lief is…
Na 18 dagen stierf je…
De “je“ in dit stuk was mijn geliefde zus 62 jaar.
Hier houden mensen woorden op.
Prediker 12 vers 1: ´En gedenk aan uw Schepper in de dagen uwer jongelingschap, eer dat de kwade dagen komen en de jaren naderen van dewelke gij zeggen zult, ik heb geen lust in dezelve.´
G.H. de Waard – Vuyk