“Als u nog iets wilt doen wat je altijd had willen doen, dan kunt u dit het beste nú doen.” Deze boodschap kreeg mijn man telefonisch van de verpleegkundige specialist in mei 2024. De vertaling was duidelijk: je gezondheid is nu op z’n best, de verwachting is dat dit binnenkort bergafwaarts zal gaan. Anderhalf jaar ervoor kreeg hij een dwarslaesie door een tumor in het ruggenmerg. Dit bleek een uitzaaiing van prostaatkanker. Ik was verslagen en zag het weduwschap op me afkomen. “Vanuit de diepte roep ik tot U, o God!” Na 7 weken kwam hij thuis, lopend achter een rollator. Wat een wonder! En toch blijvend ziek, met een hormoonbehandeling en om de 3 maand controle voor de tumormarker: zal hij nog laag zijn of gaat hij stijgen? Hoe langer hij laag blijft hoe meer de hoop groeit.

En dan opeens bovenstaande boodschap. Duidelijke taal, die we eigenlijk niet wilden horen. Er was al eerder gezegd door een arts, dat deze behandeling gemiddeld 2 jaar werkt. De consequenties hiervan konden, of durfden of wilden we (nog) niet aanvaarden. Nu kwam het pijnlijk binnen, gaf strijd en gebed: “Onze tijden zijn toch in Uw hand?” Toch bespraken we met elkaar wat dan zijn wens zou zijn. Mijn man wilde graag nog een keer naar Schotland, waar we vaker zijn geweest. In de zomer van 2024 gingen we erheen. Emoties vermengden zich: verwondering om het terugzien van de prachtige schepping, pijn bij wat veranderd is (moeite met oneffen terrein), verdriet en weemoed dat dit de laatste keer samen zou kunnen zijn, verbondenheid in dezelfde God tijdens kerkdiensten.

Die twee jaren gingen voorbij en ook het derde jaar. Nog steeds blijft de tumormarker laag. Afgelopen zomer gingen we weer naar Schotland. We bleken juist op tijd om een Communion Season mee te maken in de Schotse Free Presbyterian Church. Traditioneel hebben zij rondom het Heilig Avondmaal kerkdiensten van donderdag tot en met maandag. Daar hoorden we de tale Kanaäns. Het begon met de zondeval, persoonlijk gemaakt door de vraag: wat is dit dat GIJ gedaan hebt? Daarna Romeinen 7 naast de moederbelofte: de strijd tussen zonde en genade. Ook de preek vanuit Psalm 22 en 23, de Herder Die opkomt uit het lijden en de tafel aanricht was bijzonder onderwijzend. Zondagmorgen was de bediening van het Avondmaal waarbij de genodigden met Psalm 116, zingend aangaan en met Psalm 103 hun plaats weer innemen. Maandag werd afgesloten met Romeinen 16:20. Zo gaat de duivel ten onder. De overwinning is aan onze Heere Jezus Christus en de genade voor Zijn volk.

Het was een geestelijk hoogtepunt voor ons beiden, ondanks dat we het Engels niet vloeiend beheersen. Een Schotse dame zei op het kerkplein: “We spreken verschillende talen, maar toch ook dezelfde taal”, en daarbij wees ze naar boven. Toen ik dat beaamde, was haar volgende vraag: “Do you know Christ?” Het moeilijk communiceren in een vreemde taal behoedt voor praten over bijzaken, maar komt direct tot de kern. En dat is over alle landsgrenzen heen dezelfde God en Zaligmaker. Wat een vooruitzicht om straks hierboven alle zonde, pijn, ziekte en verdriet af te mogen leggen en met de grote schare uit alle natie, geslacht, volken en talen te mogen roepen: de zaligheid zij onze God, Die op de troon zit, en het Lam!

Trudy de Haan