Uren, dagen, maanden, jaren, vliegen als een schaduw heen. Ook dit jaar is weer bijna ten einde. En elk jaar weer nemen we een klein beetje afscheid. Dat afscheid kwam ook toen mijn vader 9,5 jaar geleden overleed aan de hersentumor.

De jaren waarin ik mocht opgroeien als kind met mijn vader werd 2016 het laatste jaar, de maanden die we samen beleefden werd mei de laatste maand. De datum waarop het afscheid steeds dichter bij kwam was 28. En de uren van net begonnen dag tikten de 4 aan. En de laatste 45 minuten tikten weg. Toen nog een zucht en we wisten het, er komt er nooit meer één. 

Met oudejaarsavond werd de naam van mijn vader voorgelezen, overleden in de leeftijd van 60 jaar. De laatste keer dat zijn naam genoemd werd in de kerk. Elk jaar met oudejaarsavond hoor ik nog de naam van mijn vader door de kerk echoën. Het is zo definitief. 

Het zijn herinneringen die terug komen op de dagen waarvan je het verwacht. Maar ook op uren, maanden en jaren waarin je het niet verwacht. Of waarin je zo plotseling weer met de dood in aanraking kom, zoals het overlijden van patiënten. Je staat erbij, je hoort de laatste ademhalingen en dan, na die laatste zucht voel ik ook geen hartslag meer. Beelden van mijn vader komen dan weer naar boven. Gevoelens, diep weggestopt vinden een uitgang naar buiten zodra het kan en mag. Niet tijdens m’n werk, want dat is niet professioneel. Maar gewoon onder de autorit naar huis. Of bij een bezoek aan de begraafplaats. En dan sta ik weer even stil bij het stervensuur van mijn vader. 

En zo gaan al de herinneringen en verdriet in een rugzak mee, de uren, dagen, maanden en jaren door. En het heeft me gemaakt tot de persoon die ik nu ben. Soms wordt de tas wel eens open gemaakt. De ene keer door mijzelf, om bewust stil te staan bij herinneringen vol liefde. Soms wordt hij opengegooid door een plotselinge gebeurtenis die ik niet aan zag komen, maar me zo bepaald bij de herinneringen. En soms wordt er wel eens door anderen gevraagd om eens wat uit de tas te halen, om te vertellen hoe het nu is. Daarna gaat alles er weer in en wordt de rits weer gesloten. 

En zo heeft ieder persoon een eigen rugtas mee die ook in het afgelopen jaar de uren, dagen en maanden gehangen heeft op de schouders van groot en klein, jong en oud. De ene rugtas is groter en duidelijker zichtbaar. Een andere is soms zo klein dat hij bijna onzichtbaar is. Soms is hij misschien wel verstopt. Maar het gewicht ervan voelt niemand anders dan de persoon die hem draagt. 

Wat zou het groot zijn als we soms eens wat van de inhoud in het gebed voor God’s aangezicht mogen neerleggen. We zijn zo geneigd om na het gebed alles weer in te pakken en mee te torsen. Maar mochten we nu maar eens wat achterlaten voor Zijn aangezicht en hulp en bijstand alleen van Hem te verwachten. En dat we Zijn juk mochten dragen, want dan hebben we álles. Ook dit nieuwe jaar weer. Ook als de uren, dagen en maanden elkaar weer gaan opvolgen. 

Want Hij zegt het in Mattheüs 11 : 28-30:

Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.

Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij dat Ik zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen.

Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.


Corine van Luttikhuizen (1999) heeft in 2016 haar vader verloren aan een hersentumor. In het dagelijks leven is zij verpleegkundige in Ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede en werkt zij thuis in de schapenhouderij. In deze blogs deelt ze hoe herinneringen en rouw in het dagelijks leven invloed hebben.

Het mocht weer december worden, de donkere maand van het jaar. Onze decembermaand, gedenkmaand. Het is nacht, een donkere nacht. Onze ogen staren in de duisternis. In plaats van slapen, waken, klaar wakker. Niet meer kunnen slapen. De gedachten buitelen over elkaar. Gisteravond gelezen n.a.v. ons dagboek, 2 Samuël 23, enkele van de laatste woorden van David, de man naar Gods hart, die aan het einde van zijn leven gekomen is. “De God Israëls heeft gezegd, de Rotssteen Israëls heeft tot mij gesproken: Er zal zijn een Heerser over de mensen, een Rechtvaardige, een Heerser in de vreze Gods. En Hij zal zijn gelijk het licht des morgens, wanneer de zon opgaat …” Het getuigenis van een stervende koning, Gods kind en knecht. Hij mag profeteren van de komende Christus, de Zaligmaker. Dat zijn de eerste gedachten als we een poosje in het donker staren. Zijn komst is het toch, die ons heil volmaken kan.

De gedachten vermenigvuldigen. Op enkele dagen na werd 44 jaar geleden ons eerste kind geboren. We waren nog jong. Net nog geen jaar getrouwd. In een donkere nacht midden in december. Vanwege de sneeuwstorm konden we niet meer naar het ziekenhuis. Het was een zware bevalling. Een grote zoon van ruim 8 pond mochten we uit Gods hand ontvangen. Ook een eerste kleinzoon, een stamhouder. Er werden nog 3 van de 7 kinderen in december geboren. Een maand van veel gedenken en veel gedachten. Ook nu weer. Altijd druk en intensief zo kort voor Kerst en Oud en Nieuw. Acht jaar geleden was onze oudste ziek, griep? Wat was er toch, met die grote sterke man? Na enkele weken kwam van de dokter de boodschap: acute leukemie. Een zwaar jaar volgde. Zorgen, geloof en hoop. Chemokuren, een donor, stamceltransplantatie, afstoting. Maar hij mocht erdoor komen. Hij knapte wat op, hoewel het moeizaam was. Ging weer eens naar school, ontmoeting met collega’s. Een avond gemeenteraad, ze toegesproken; ‘Wat de toekomst brenge moge, mij geleidt des Heeren hand’. Hoe gaat het met u? Kon thuis heel weinig. In december zag het moederoog scherp. Gaat het wel goed? Er waren weer dezelfde tekenen als vorig jaar. De dokter zag ook iets: een scherpe boog in de grafiek, niet meer 100% donor. Hij zag dat niet graag. Zullen we nog een punctie doen. Nee, liever weer niet, ja, toch maar wel. Tijdens de Kerstdagen met de familie thuis. Tranen in de ogen. ‘Ik denk dat dit mijn laatste Kerst op aarde is’. Nog wel naar de kerk, ook met oud en nieuw. In januari belt de arts: ‘De leukemie is helemaal terug’. Het werden nog 19 dagen. Toen stierf hij.

In december komt het alles weer in gedachten. Vooral in de nachten. Al die gedenkdagen, die verjaardagen. Wat doen we ermee? Ja, toch maar gedenken, al is het met tranen. Ook zijn geboortedag. Ook die van de andere kinderen. Het is het waard om te gedenken. Kerst komt eraan. Het Licht is opgegaan. Psalm 98 komt in gedachten: “Hij heeft gedacht aan Zijn genade, Zijn trouw aan Israël nooit gekrenkt” Omdat Hij een waarmaker is van zijn Woord en beloften. Gesproken door David op zijn sterfbed. De laatste gedachte voor we weer naar bed gaan, vertoeven bij Johannes in Openbaring 21: “En God zal alle tranen van hun ogen afwissen …. want aldaar zal geen nacht zijn”. Om met de oude Simeon toch te mogen zingen in de donkere decembernacht:

Een licht, zo groot, zo schoon,

Gedaald van ’s hemels troon,

Straalt volk bij volk in d’ ogen;

Terwijl ’t het blind gezicht

Van ’t heidendom verlicht,

En Isrel zal verhogen.

Jan van Ooijen

Zaterdags had je een verjaardag, je viel… Wat is er met je aan de hand??? Zondag werd je weer niet goed… Je belde de HAP. Advies van de HAP was, maandag morgen maar gelijk naar de huisarts. Maandag morgen ben je daar naar toe gegaan… wat zal hij zeggen? De huisarts vertrouwt het niet en stuurt je door naar het ziekenhuis.

Daar ga je, lopend het ziekenhuis in, je tas met spullen bij je voor het geval dat je moet blijven. En inderdaad je moet blijven, is de borstkanker van negen jaar geleden terug gekomen? Heb je uitzaaiingen? En waar??? Allemaal vragen en geen antwoord.

Er gaat een noodsignaal door onze familie app, we zijn allemaal verslagen.

Zelf voelde je aan… dit gaat niet goed. Twee dagen later hoorde je dat je uitzaaiingen had ook in je hoofd. Wat kunnen ze nog voor je doen??? Welke behandelingen zijn er nog mogelijk??? Misschien bestralen? Misschien chemo?

Dag na dag voor ons allemaal niet te bevatten, zagen wij je lichaam afgebroken worden. We bleven bidden, vragen, roepen: Heere, ontferm U… Heere, denk U aan haar…

Binnen een week werd lopen moeilijk, eten ging bijna niet meer. Je kreeg een sonde, wat was je misselijk. Na ruim een week werd je met spoed naar het Erasmus MC in Rotterdam gebracht, je moest geopereerd worden, er werd een drain in je hoofd geplaatst.

Daar lag je. Zo ziek… Wat een smart bij je lieve man, je kinderen, je moeder en wij als naaste. Een week lag je in het Erasmus… Maandag waren we bij je… ik zag je tranen en veegde ze weg. Je wilde niet huilen… altijd wilde je sterk zijn.

We lazen bij je Psalm 130… uit de diepte roep ik tot U…We baden met elkaar. Onze gedachten waren steeds bij jou in het ziekenhuis… en woensdag, we hadden geen rust thuis, en zijn weer naar jou toe gegaan.

Wat was je ziek, wat was je ver weg….We merkten aan je dat je ons wel hoorde.. we hielden jouw hand vast… ons hart huilde… We hebben allemaal nog gezegd, dat we zoveel van je hielden.

We lazen Psalm 116… of je het noch hoorde wisten we niet. Toch sloeg je nog even je ogen op en zwaaide…

Weer zag ik je tranen… Weer veegde ik ze weg. Ik huilde om jou…

Vrijdag morgen waren we weer bij je… en we zagen gelijk dit gaat niet goed.

De behandelingen moesten stoppen, de sonde ging er uit, het infuus werd afgekoppeld, zuurstof ging er af. Je kreeg morfine… je lijden was zwaar.

Afscheid nemen doet zo’n pijn… losgescheurd van iemand die je lief is…

Na 18 dagen stierf je…

De “je“ in dit stuk was mijn geliefde zus 62 jaar.

Hier houden mensen woorden op.

Prediker 12 vers 1: ´En gedenk aan uw Schepper in de dagen uwer jongelingschap, eer dat de kwade dagen komen en de jaren naderen van dewelke gij zeggen zult, ik heb geen lust in dezelve.´

G.H. de Waard – Vuyk

Graag breng ik de uitgave van Stichting Ik koester onder de aandacht. Het is bedoeld als een afscheidsdagboek bij de laatste levensfase van een dierbare. Dit waardevolle invuldagboek met linnen omslag en mooie illustraties ziet er verzorgd uit.

Het biedt aan de rechterkant ruimte om te schrijven over bijzondere, mooie en moeilijke momenten. Op de linkerpagina is er regelmatig ruimte om foto´s toe te voegen of persoonlijke gedachten vast te leggen. Het dagboek is behulpzaam om in een intense periode stil te staan bij je emoties en gedachten. Met vragen en suggesties wordt je geholpen om stap voor stap dingen vast te leggen.

Je merkt dat dit boek is ontstaan, zoals ook te lezen is op de website van Ik koester, vanuit persoonlijke ervaring. Uit een gemis aan een plek om gedachten en gevoelens een plek te geven. Het is met veel zorg en aandacht samengesteld om anderen te helpen in één van de moeilijkste periodes in hun leven. Daarnaast gaat de winst van het dagboek naar hospices of andere instellingen die mensen ondersteuning bieden in de laatste fase van hun leven.

Voor mijzelf is het inmiddels al meer dan tien jaar geleden dat ik afscheid moest nemen van mijn moeder. Bepaalde beelden en momenten blijven op mijn netvlies staan, maar het gebeurt me ook regelmatig dat ik me afvraag, hoe was het ook alweer? Ik maakte kort na haar overlijden een fotoboek over ons leven als gezin vanaf het moment dat ze ziek werd tot en met haar overlijden. Hierbij schreef ik korte stukjes, een verslag vooral van de feiten, het verloop van de behandeling en ziekte. Ik nam het bijvoorbeeld mee naar het jongerenweekend van Stichting Winstuitverlies om ‘mijn verhaal’ te kunnen delen, haalde het tevoorschijn bij een pastoraal bezoek en voor mijn broer was het fijn om dit met zijn vriendin te kunnen kijken.

Het is in de periode van mijn leven waarin ik de waarde aan het ontdekken ben van het schrijven over mijn emoties en gedachten, dat dit invuldagboek mij onder ogen komt. Al bladerend door deze uitgave dacht ik, wat had het waardevol geweest als ik destijds dit had kunnen invullen. Ik merk dat de vragen me terugbrengen in gedachten naar die tijd. Herinneringen boven brengen, waar ik me niet meer zo bewust van was. En ergens kriebelt het, invullen kan nog steeds…

Van harte aanbevolen!

Voor meer informatie www.ikkoester.nl

Gerdien Otterspeer

Felle regenbuien, de wind die raast en suist en elk takje laat bewegen, dansende blaadjes, luchten in somber grijs. Soms een dapper zonnetje en prachtig zacht oktoberlicht. Niets is zo veranderlijk als het weer, zeker deze dagen, met storm Benjamin net achter de rug. De herfst is zeker niet mijn lievelingsseizoen, en ik mopper er best veel op. Toch houd ik er stiekem ook wel van, en dan het meest van deze maand; als de zomer nog naar kort geleden is, de natuur de mooiste kleuren heeft én ik jarig ben. Deze week is het weer zover, mijn verjaardag. En altijd als het zover is, moet ik denken aan diezelfde dag jaren geleden: de dag dat ik achttien werd. 

Het was midden in mijn vierde behandeling. Mijn verjaardag viel op zondag. De vrijdag ervoor moest ik op de dagbehandeling van het Sophia Kinderziekenhuis zijn, en de dag na mijn verjaardag opnieuw. Maar op mijn verjaardag zelf zou ik volgens de planning van het protocol thuis zijn. Die vrijdag stond er veel op het programma: een beenmergpunctie onder narcose, een antibiotica-infuus, een bloedtransfusie, een zakje trombo’s en een CT-scan. Al om acht uur waren mijn moeder en ik in het ziekenhuis. Wachtend op het telefoontje van de operatiekamer, zocht ik Pinterest af naar de perfecte verjaardagstaart. Werd het een soesjestaart, kwark of monchou? Toen eindelijk de telefoon op de balie  rinkelde en het vertrouwde ‘Willemarijn mag naar boven’ over de zaal klonk, had ik mijn keuze gemaakt: het werd witte chocoladetaart met framboos. 

Weer terug

Na de narcose moesten we nog uren wachten voor alles erin zat en de infuuspomp eindelijk voor de laatste keer alarm gaf.  Om 9 uur waren we thuis. Maar niet voor lang, want op zaterdagavond kreeg ik koorts. We belden en gingen terug naar het ziekenhuis, waar ik opgenomen werd. Mijn achttiende verjaardag zou ik niet thuis vieren… Ik weet niet precies meer hoe dat voelde, al geloof ik dat ik redelijk snel geschakeld heb. Dat leer je op den duur. Wat moet dat moet.

Overspoeld met appjes

Nadat er medicatie was gestart, gingen mijn ouders terug naar boord. Gelukkig lag het schip in Rotterdam, vlakbij het ziekenhuis. ’s Nachts had ik een vraag en drukte op de bel. Na even wachten kwam de verpleegkundige binnen, in schort en met een mondkapje voor. Tot mijn grote verrassing was het één van mijn lievelingsverpleegkundigen die al vaak voor me had gezorgd. Ondanks de quarantaine-regels gaf ze me een dikke knuffel. De volgende dag kwam ik erachter dat ze tijdens de nachtdienst mijn deur had versierd en posters had opgehangen op de rest van de afdeling, met mijn foto en de mededeling dat ik jarig was. Iedereen wist het en veel mensen kwamen langs om me te feliciteren. Alleen de man van het lab had niets door. Hij ontdekte het pas toen hij al een vingerprik had gedaan en bij zijn vertrek bijna een trosje ballonnen tussen de deur liet klappen.

Mijn zus kwam al vroeg en hing de slingers op, waardoor de kamer er feestelijk uitzag. Na de kerk kwamen ook mijn ouders en broer, met taart, waar ik tussen vlagen van misselijkheid door van genoot. ’s Middags kwam er nog meer bezoek. En de hele dag, en de dagen erna, werd ik overspoeld met appjes, kaarten en cadeautjes. Die dag was er zoveel liefde en plezier, zoveel om van te genieten. Ik werd achttien in het ziekenhuis en.. het was de mooiste verjaardag ooit.

Veranderlijk

Niets is zo veranderlijk als het weer, zeggen ze. En dat klopt bijna. Niet is zo veranderlijk als het (herfst)weer, behalve het leven zelf. Soms heb je zo’n dag dat je plannen onverwachts in duigen vallen, dat alles tegen zit. Dan komt de regen met bakken uit de lucht en is alles even grijs en kil. Maar het kan zomaar zijn dat de dag erna een beetje lichter is. Dat een voorzichtig streepje zonlicht door de ramen van je hart naar binnen valt en je even laat genieten van iets kleins. Of dat het een stralende dag wordt, die je je negen jaar later nog steeds herinnert.

Willemarijn (1998) is onderwijsassistent in een taalklas. Ze is gek op koffie, kleur en taal en schrijft regelmatig over haar ervaring met kanker. Op haar zevende kreeg ze leukemie (ALL), daarna volgde vijf keer een recidief. De laatste behandeling was in 2019.

Ik weet in moeite en verdriet,
dat U, o God, mij altijd ziet.
En waar ik nergens U aanschouw,
mag ‘k weten van Uw wond’re trouw.

Ik weet in dikke duisternis,
dat God altijd Dezelfde is.
Dat U ook in die donkerheid
mij vasthoudt en mij zeker leidt.

Ik weet dat als ik moed’loos ben,
U toch mijn diepste wezen kent.
Dat als mijn pad door dalen gaat,
U, Heere, mij daar niet verlaat.

Geef, Heer’, dat deze wetenschap
mij troosten zal van stap tot stap,
totdat U straks mijn tranen droogt.
Dan wordt voorgoed Uw Naam verhoogd.

M.A. Groeneweg – de Reuver
Uit: Mijn rechterhand gevat
Uitgave: Uitgeverij De Banier

Het is niet de makkelijkste opgave om mijn gevoelens op papier te zetten die de afgelopen jaren mij bezet hebben. Als moeder van 7 kinderen (6 meisjes; 1 jongen) wil ik toch mijn verhaal delen. Het is moeilijk om dat zelf te zeggen, maar in ons gezin heerst liefde. En waar liefde woont, gebiedt de Heere Zijn zegen. Dat is de beste basis in tijden van zorg en verdriet. Want die is nodig als er grote zorgen het levenspad doorkruisen.

Mijn gedachten gaan terug. Het was een avond als alle andere avonden. Ik zit met man en de nog thuis wonende kinderen aan de avondmaaltijd, toen de telefoon ging. Mijn man pakt op en het blijft stil. De uitdrukking op zijn gezicht laat duidelijk zien dat het geen goed bericht is. Onze oudste was aan de telefoon. Ze was voor onderzoek in verband met een kinderwens met haar man naar het ziekenhuis geweest, waar een poliep werd weggehaald. “Mevrouw, maakt u zich geen zorgen. Dit komt alleen voor bij 50-plussers en u bent 33”. Toch bleek het kwaadaardig te zijn. Het kwam als een donderslag bij heldere hemel. De maaltijd blijft voor wat het is en wij zitten verslagen aan tafel. Wat nu en hoe verder? Onze dochter liep met de vele waaroms. Gevouwen handen bleven over.

Je ervaart als moeder het verdriet van je kind, de pijn maar ook de strijd. Haar vragen, werden ook mijn vragen. “Wat, als ik weg val?” Ze hebben samen één meisje. “Het is misschien wel de laatste jas die ik voor haar koop… Dingen die zo gewoon waren, worden bijzonder”, hoor ik mijn dochter zeggen. Wat deze gevoelens van je eigen kind met mij als moeder doen, is eigenlijk niet te beschrijven. Je kan niet zeggen, dat het allemaal wel goed komt. Alles ligt in Gods Handen. En dan is het een grote zaak als je daar met je kind over kan spreken. Bij de Heere zijn uitkomsten. En als de weg anders is, moeten we berusten in Zijn beleid. Wat is dat moeilijk.

Er volgen kuren die gezegend mogen worden. Er komt weer wat hoop, maar ieder bezoek levert toch veel spanning op. Hoe zal het gaan? Als moeder wil je er zijn voor je kind. Wat merk je dan pas, dat je klein van moed en klein van krachten bent. Twee jaren met behandelingen volgen. Ook twee jaren met de worsteling of ze de baarmoeder zal laten verwijderen of niet. Na deze periode zien de artsen toch een ondefinieerbaar plekje. De keuze om de baarmoeder te verwijderen is zwaar. Gezinsuitbreiding is dan definitief voorbij. Toch heeft ze uiteindelijk de keus gemaakt, haar te laten verwijderen. En wat is het dan groot om je eigen kind, na haar besluit, te horen belijden: “Wat de Heere doet is goed. We hebben tenslotte één kind uit Zijn hand ontvangen. En ik mag dan nog blijven om voor mijn man en kind te zorgen.”

En toch raak ik mijn spanningen, juist bij deze dochter, nooit kwijt. Je bent altijd alert, oplettend. Hoe heeft ze het? Juist deze omstandigheden versterkt de relatie met je kind en samen delen is helend.

Alie de Borst

202508-Een-confronterende-werkelijkheid-Arjanne

Arjanne Bijsterveld

Arjanne (’99) kreeg in 2022 de diagnose borstkanker. Een behandeltraject volgde, de ziekte verdween. Met vallen en opstaan, en op zoek naar winst uit verlies, probeert zij deze levensveranderende gebeurtenis te verweven met haar bestaan. In haar blogs deelt ze wat van haar ervaringen.

202507-Voorjaar-Corine