Om thuis voor te lezen of voor een eigen kerstvertelling gebruiken wil (klik op de link voor pdf versie)

Voor wie liever naar de kerstvertelling luistert:

Kerstverhaal

Roel is boos. Héél erg boos! Met zijn handen in de zakken loopt hij stampend over de stoep verder. Tranen branden achter zijn ogen. Het is niet eerlijk, gewoon oneerlijk. Zijn handen ballen zich tot vuisten. Heel even wil Roel zijn vuist opheffen. Daar schrikt hij zelf van. Je vuist opheffen naar God?! De gedachte alleen al. Dan stromen de tranen hem over de wangen. Zijn schouders schokken. In een gesmoorde snik klinkt het: “Papa”. In een waas van tranen loopt Roel doelloos verder. Wat doet Roel hier op straat? Wat is er toch gebeurd? Wat maakt hem zo boos, zo verdrietig? Luister maar, dan zal ik je dat vertellen.

Het was een geweldige dag, de laatste schooldag voor de kerstvakantie. Op school is de tafeltenniswedstrijd gehouden. Eerst in de klassen, en vervolgens aan het einde van de dag de klassenwinnaars tegen elkaar. Roel bleek één van de besten. Tijdens de laatste ronde was het muisstil in de gymzaal. Op en rond de tafeltennistafels zitten de klasgenootjes ingespannen te kijken wie er gaat winnen . Sommigen hangen in de rekken, anderen staan op de tafels, om maar niets van de wedstrijd te hoeven missen. Marieke, de zus van Roel, beet op haar tong van spanning. Even hadden ze oogcontact, Roel en zij. Marieke is maar wat trots dat haar broer in de finale speelt. Bijna duwt ze Stefan voor haar van de tafel. Die geeft haar een snauw. Maar ze zegt van spanning niets terug. Dan klinkt een daverend applaus. Roel heeft zijn vriend Bernhard verslagen met slechts één punt verschil. Ze pakken elkaar beet zoals kerels dat doen. Het was een eerlijke, heerlijke wedstrijd. De wedstrijd spelen vinden zij belangrijker dan winnen. Even later staat Roel op ‘het podium’: De grote tafel die daarvoor in het midden is gezet. Naast de andere winnaars uit de verschillende groepen. Directeur Poelstra spreekt hun toe. “Wat heb ik genoten. Jullie deden het allemaal fantastisch. Roel, jij was dit keer de beste. Proficiat!” De winnaars krijgen elk een leuk spel mee voor thuis. Mooi om samen te doen in de kerstvakantie. De meester sluit deze laatste schooldag af. “Jezus is eeuwen geleden in Bethlehem geboren. Ook nu in jullie hart? Zonder dat kan je niet tot Zijn eer leven. Niet als je kerstliederen zingt, niet als je luistert in de kerk en niet als je gaat sterven. Buig je knieën, (aan)bidt en geef Hem de eer voor je vanavond gaat slapen. Tot – zo de Heere het wil en wij leven – in het nieuwe jaar!” In zijn gebed smeekt de meester vurig om alle kinderen te bewaren voor het kwaad. Hij vraagt de Heere om hen te brengen bij de kribbe om de geboren Koning te aanbidden.

Rollebollend belanden Roel en zijn vriend Bernhard tussen de anderen op het plein. Ze smijten hun jas aan de kant en gaan op de tafeltennistafel buiten opnieuw met elkaar in gevecht. Heerlijk zo zonder de spanning van de wedstrijd nog even een balletje te slaan. Het batje waar Roel mee speelt is van hem zelf. Een dure, van z’n zakgeld ooit gekocht. De kans om te winnen wordt groter als je speelt met je eigen batje. Dat voelt het meest vertrouwd. Ze gaan door tot Marieke Roel meesleept. “Kom Roel, we moeten naar huis. Mama heeft gezegd direct thuis komen uit school”. O ja, dat is waar. Roel was het helemaal vergeten. “Tot op het Kerstfeest in de kerk”, roept hij snel naar zijn vrienden. Marieke springt bij Roel achterop de fiets. Haar grote broer, wat is ze trots op hem. “He Roel, dat was echt knap van je om toch te winnen!”, zegt ze terwijl zij stevig de arm om hem heenslaat. “Nou Bernhard was ook goed hoor!”, reageert Roel. Hij wil niet laten blijken dat het hem goed doet dat zn zusje trots op hem is. “Maar jij was echt beter”, vindt Marieke. Roel trapt stevig door, nog een paar straten, dan de bocht om en… daar ziet hij de auto van opa en oma Belder staan. Wat moeten die nu hier bij ons? O da’s waar ook.Roel denkt aan wat mama tussen de middag tijdens het eten verteld heeft. Papa is naar het ziekenhuis geweest en kreeg de uitslag van onderzoeken. De laatste tijd was hij heel erg moe. Niets hielp om het over te laten gaan. Daarom werd hij doorgestuurd naar ziekenhuis. Een vreemd gevoel krijgt Roel. De snelheid van het fietsen gaat eruit. “Wat is er? Je fietst niet door ”, merkt Marieke op.

Thuisgekomen zet Roel traag de fiets in de schuur. Marieke rent hem al voor naar binnen. Roel komt later de kamer binnen. Zie je wel, zoals hij al dacht, bedrukte gezichten. “Kom er bij zitten, Roel”, zegt mama. Roel gaat zitten op het puntje van het hoekje van de bank. Op veilige afstand. Wat zou er zijn? Dan gaat vader vertellen. “Wij zijn vandaag naar het ziekenhuis geweest. De dokter heeft ons de uitslag van het onderzoek gegeven. We mochten zelf de foto’s die gemaakt zijn op het scherm meekijken.” Papa stopt even. Mama krijgt tranen in haar ogen. Oma brengt haar zakdoek naar haar gezicht. Mama pakt vaders hand. Dan vertelt papa met een brok in zijn keel en tranen in de ogen: “De dokter vertelde dat papa heel ernstig ziek is, tumoren heeft, kanker in een vergevorderd stadium. Of er behandelingen mogelijk zijn weten we nog niet. Ook niet of ik beter kan worden. Toch doet de Heere niet verkeerd, ook niet in het kwaad wat ons overkomt. Hij is ons nabij. Sprak opnieuw tot ons Zijn Woord: Ik ben het Licht der wereld, wie in Mij gelooft leeft al was hij ook gestorven”. Bij het woord ‘kanker’, springt Roel van de bank en speert weg. Het laatste wat papa zei heeft hij nog net opgevangen. Naar buiten, weg, weg. Papa gaat dood. Dat was ook bij oom Janus die kanker kreeg. Vanuit huis hoort hij roepen: “Roel, Roel”. Maar hij keert zich niet om en blijft rennen tot hij buiten adem is. Dan sleept hij zich verder voort. Over de stoep, met de handen in zijn zakken, beide vuisten gebald van boosheid of beter van wanhoop, van intens verdriet. En klinkt het gesmoord: “Papa”. Meer niet. Hij moet papa missen, dat kan niet, dat mag niet!Het is niet eerlijk. ’t Was zo’n heerlijke dag. Hij werd de beste met tafeltennis. Marieke trots op hem. Maar… papa gaat dood. Het hele kerstfeest hoeft van hem niet meer. Ook het spelen op zijn trompet in de kerk, nog een verrassing voor papa en mama en de anderen, kan van hem gestolen worden. Eén ding daar denkt Roel nog maar aan: “Papa”, een diepe snik. Tranen stromen over zijn wangen. In een waas van tranen loopt Roel verder, zonder dat hij weet waarheen.

Zonder dat Roel het ziet komt hij bij het voor hem zo bekende bankje. Daar waar hij met zijn vrienden vaak speelt en zit. Lekker ravotten, sterke verhalen ophangen, meiden bang maken en soms echt heel serieus. Als ‘mannen onder elkaar’. Roel zakt zonder erbij na te denken op het bankje neer. Een man die ook op het bankje zit merkt hij niet eens op. Met z’n hoofd in zijn handen snikt hij het uit. Zijn hele lichaam schokt. Tot Roel een hand op zijn rug voelt. Langzaam bedaart Roel. Die hand op zijn rug doet hem goed. Zonder zich af te vragen van wie die hand is begint Roel te praten. “Het was zo’n coole dag, de wedstrijd was echt spannend, maar toen ik thuiskwam zag ik bedrukte gezichten. Papa vertelde dat hij k…” Verder komt Roel op dat moment niet. Opnieuw begint hij te huilen. Hij snikt het uit. De man naast hem op het bankje gaat zachtjes praten. De woorden maken Roel rustig. Wat een bekende stem. Wat blijkt? Opa Drop, zo noemt Roel en zijn vrienden hem, zit naast hem. Opa Drop die altijd zo goed met hen op kan schieten. Hij speelt het spel, hoe gek soms ook voor ouderen, mee wat Roel en z’n vrienden soms verzinnen. Dan praat hij ook hem hen , vertelt wat hij zelf in zijn leven heeft meegemaakt, hoe goed de Heere voor zo’n dwaas man – zoals hij zichzelf noemt – is. Ja, opa Drop leeft met de Heere. Dat zie je aan hem en hoor je in wat hij vertelt. Opa Drop ziet elke dag naar de Heere uit. Aan hem stort Roel zijn hart nu uit en verteld Opa Drop wat er die dag gebeurd is, waarom hij boos en verdrietig is.

“Roel, je bent erg verdrietig door wat papa vertelde, dat is heel goed te begrijpen. Je vader is heel ernstig ziek. Kanker is een ziekte waar iedereen voor vreest. Je weet niet wat je moet zeggen of doen. Het maakt je bang. Misschien zijn er behandelingen mogelijk, dat vertelde je toch? Weet je waar opa toch blij mee is? Papa vertelde dat hij voelt dat de Heere nabij is. Dat geeft hem rust en moed om verder te gaan, om het jullie te vertellen, om te vechten om zo God het geeft in Zijn kracht de ziekte te overwinnen. God is een God van wonderen jonge. Daar kan opa van getuigen!” De warmte die opa uitstraalt, het tegen opa aan zitten, de woorden die rustig worden gesproken, het troost Roel een beetje. En dan, Roel smijt het eruit: “Ik wil niet meer op mijn trompet spelen. ’t Kan mij gestolen worden”. Nu alles allemaal zo anders, zo verdrietig is geworden begrijpt opa dat heel goed. “En toch Roel, misschien helpt het juist papa en mama als jij wel speelt. Worden zij misschien juist doordat jij speelt en wat je speelt getroost. Geeft het hen levensmoed”.

Het is tweede Kerstdag. De kerk zit tot het laatste plaatsje vol. Altijd bijzonder om met het kerstfeest als gemeente met alle jongeren zo bij elkaar te zijn. Ook Roel, Marieke, papa en mama zitten met elkaar in de kerk. Roel op het hoekje. Want hij gaat toch meespelen. De dominee houdt een korte toespraak. Het gaat over Simeon en Anna. Zij verwachten de Heere Jezus en kwamen dan ook dagelijks in de tempel, de kerk van nu. Hoe Simeon de Heere Jezus zag toen Maria en Jozef in de tempel met Hem kwamen. Simeon Jezus zijn armen nam en begon te jubelen, de lofzang ging zingen.

Na de woorden van de dominee zingen de koren en zeggen de verenigingen wat op. Roel wordt wel een beetje zenuwachtig. Zometeen is hij aan de beurt. En papa en mama en de rest weten nog van niets. Als Roel aan de beurt is gaat naar boven, naar het orgel. Daar pakt hij zijn trompet en gaat bij de balustrade staan. Iedereen in de kerk kan hem zien staan. Roel zietopa Drop zitten. Die knikt hem bemoedigend toe.
Roel haalt diep adem, het orgel begint te spelen en bij het couplet zet Roel de melodie in. Eerst aarzelend, maar dan vergeet hij alles om zich heen, en schalt zijn trompet:

Zo laat Gij, HEER, Uw knecht,
Naar ’t woord, hem toegezegd,
Thans henengaan in vrede;
Nu hij Uw zaligheid,
Zo lang door hem verbeid,
Gezien heeft op zijn bede.

Het orgel speelt het tussenspel. Roel ziet naast Marieke, mama en papa zitten. Papa kijkt met tranen in zijn ogen, zijn gezicht straalt. Het lied, de tekst en dat Roel speelt raakt hem. Het geeft Roel vleugels, het maakt hem vrij, als hij met de trompet het tweede couplet inzet. Opnieuw jubelt zijn trompet en iedereen in de kerk zingt mee:

Een licht, zo groot, zo schoon,
Gedaald van ’s hemels troon,
Straalt volk bij volk in d’ ogen;
Terwijl ’t het blind gezicht
Van ’t heidendom verlicht,
En Isrel zal verhogen.

Nunspeet, december 2020
Henk-Jan Koetsier

202012-Nunspeet_magazine_2020_04_p1_v4-Cover

202012-Nunspeet_magazine_2020_04_p26_v2-Inhoud-artikel

Omstanders-Deel-3-uit-de-drieluik-Als-kanker-je-leven-raakt-in-de-GezinsGids-31-januari-2019

Lotgenoten-en-medeleven-Deel-2-uit-de-drieluik-Als-kanker-je-leven-raakt-in-de-GezinsGids

Alles-op-zn-kop-Deel-1-De-diagnose-GezinsGids-3-januari-2019

20170906 - Getroost onder het kruis

Iets meer onder­steuning van kankerpatiënten na de behandelperiode zou Ingrid van den Ende (47) uit Apeldoorn wel op prijs hebben gesteld. „Hoe ga je na zo’n traject het normale leven weer in?”

Geregeld hebben (ex-)kanker­patiënten ermee te maken: de psychosociale zorg is er wel, maar de patiënt weet dat niet. Dat blijkt uit onderzoek dat KWF Kankerbestrijding vrijdag bekendmaakte. Het ministerie van Volksgezondheid start daarom volgend jaar een pilot om psycho­sociale zorg voor hen weer te vergoeden vanuit het basispakket.

Bij Van den Ende, docent op het Hoornbeeck College in Apeldoorn, werd in oktober 2011 borstkanker geconstateerd.

Iedere dag doet het overlijden van zijn vrouw pijn. “Soms dreig ik weg te zakken in verdriet,” zegt ds. W. Visscher. “Het moeilijkste zijn de zondagavonden. Dan kom ik na een intensieve dag thuis en is er geen klankbord meer. Dan is het stil.” Bijna twee jaar geleden overleed zijn vrouw op 57-jarige leeftijd aan kanker. CIP.nl zocht de gereformeerde gemeente-predikant uit Amersfoort op. “De dood van mijn vrouw doet iedere dag pijn.”

De dood van mijn vrouw doet iedere dag pijn - ds W Visscher

Er is blijvende zorg na kinderkanker. Zo staat te lezen in het Reformatorisch Dagblad. Het perspectief voor kinderen met kanker verbeterde in de achterliggende decennia spectaculair. Van de kinderen die nu worden behandeld, blijft 80 procent in leven. De behandeling trekt vaak wel diepe sporen.