Vanaf augustus 2023 is voor mij de medische molen gaan draaien. Ergens voel je al snel aan welke kant het op zal gaan en duurt het heel lang voor je de woorden hoort: Mevrouw, het is kanker, Hodgkin. Want dan is het eindelijk echt en kan de behandeling hopelijk gaan beginnen. Maar vanaf het eerste echte vermoeden wat die uitslag gaat worden, begint ook de vraag: Hoe vertellen we dit aan de kinderen? Want dat is nog niet zo simpel. Je wilt ze dat verdriet niet laten dragen. Die onzekerheid hoe het met mij zal gaan, ach dat wil ik het liefste alleen dragen en niet op hun schoudertjes leggen. Je wilt ze beschermen voor de problemen die er zijn. De jongens hebben al zoveel meer last te dragen dan de meeste kinderen, doordat hun zusje een ernstige spierziekte heeft. En Tessa zelf omdat ze die ziekte heeft. De regels van het gedicht “Gebed voor mijn kinderen” zijn toen zoveel door mijn hoofd en hart gegaan. Vooral het stuk om ze niet van verdriet te sparen als Hij hun Troost maar mocht zijn. Het idee dat ik ze misschien wel los zou moeten laten, ze niet verder op zou mogen voeden, geen dingen leren en herinneringen ophalen op hun bruiloft. Ga zo maar door, dat vond ik zo moeilijk. En dat ze God en de kerk door mijn ziekte los zouden laten, o daar wilde ik ze zo graag voor behoeden! Ik zou ze wel toe willen roepen: “onthoud altijd dat wat God doet is goed hoor!” Graveer ze dan toch in Uw handen, dat U ze vasthoudt als ik ze los moet laten.
Maar hoe breng je de boodschap dan zonder de ernst weg te nemen van wat komen gaat, maar ook niet zo negatief dat ze geen hoop hebben dat het goed kan komen? We stelden het uit. Eerst zeker weten. Maar je krijgt een punctie. En weer een afspraak. Daarna weer een biopsie, want uit de punctie konden ze niet genoeg duidelijkheid krijgen. Tsja en dan zijn kinderen ook niet gek, ze voelen wel aan dat er iets niet goed gaat. Toch hebben we gewacht tot de diagnose vaststond. Toen moesten we het wel gelijk vertellen, want er moest zoveel geregeld worden in de korte tijd voordat de chemo’s zouden beginnen! Die avond onder het eten hebben we het verteld. Gewoon zoals we altijd maar doen recht door zee. Mama is heel ziek, ze heeft kanker. En toen hebben we kort uitgelegd wat er ging gebeuren. De eerste vraag was volgens mij of ik dan kaal zou worden. Verder werd er helemaal niet zo op ingegaan, toen niet, ze pakten al snel de draad weer op waar ze daarvoor mee bezig waren. En ik was daar blij mee, het was voor nu goed zo!
Mariëlle Blom
Mariëlle (’94) kreeg in 2023 de diagnose Hodgkin. Ze is getrouwd met Henrick en moeder van Nathan, Lucas, Tessa en Jesse. Ze mocht, na chemotherapie, genezen van de Hodgkin en ontving daarna haar 3e zoon. Het moederschap is haar baan, daarnaast is ze mantelzorgster voor haar dochter.
Ik heb je tranen gezien
Hoeveel tranen heb je geschreid?
Hoeveel heeft God daarvan bewaard?
Samen ervaren wij verlies door kanker
Van gezondheid en/of geliefden
Verlies van werk en relaties
Misschien wel verlies van geloof
Geloof of God ons wel werkelijk ziet en hoort
Dat God ziet is toch waar de Bijbel als in een gouden draad van spreekt
Die op God vertrouwen roepen en klagen tot Hem
Ziet U het niet, hoort U mij niet?
Ik weet niet hoe het u en jou vergaat
Soms door een mist van tranen
Soms die schreeuw recht uit ’t hart
Doe mij recht o mijn God!
Want al deze dingen zijn tegen mij
Zoek ik troost, ik vind die niet
Niet in wat ik doe of laat, geloof of hoop
Niet bij mensen, zelfs niet bij die mij lief zijn
Heeft mijn leven nog zin? Wel zin gehad?
Waartoe besla en besta ik onnuttig deze aarde
In Psalm 56 zingt David zijn vertrouwen en klachten uit
David die niet gekozen heeft om voor God te lijden, strijden
David die dagelijks de dood voor ogen zag
David die als man én als vader gefaald heeft
David die als koning ook zijn eigen eer zocht
Roept David tot God dat Hij zijn tranen geteld heeft
Tranen van be-rouw, tranen van bestrijding
Tranen van wanhoop, tranen van overwinning
Tranen over het onrecht
Onrecht van ziekte, van kanker, van dood
God heeft ze gezien, geteld én bewaard
Op de dag dat ik roep; weet ik dat God met mij is
Die keer dat God op mijn noodgestrei uithielp
De uitslag viel mee, ondanks alle smart vrede in ’t hart
Ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen
God wist de tranen van mijn ogen
De mist trekt op, het wordt mij helder
Verlang nabij God te zijn, daar is ’t recht
Jezus Uw verzoenend sterven blijft ’t rustpunt van mijn hart
Dan stijgt in de strijd tot God mijn loflied
Vol be-wondering, o God!
Op mij Zijn Uw geloften, hoe zal ik U dank bewijzen?
U hebt mijn ziel gered van de dood
Mijn voeten van van struikelen
Hoewel bijkans, ben ik niet uitgegleden
Ik zal wandelen in het licht wat U op deze aarde geeft
Henk-Jan Koetsier
Uitgesproken als voorzitter bestuur Winstuitverlies aan het eind van de rondvaart over de Zuid-Hollandse Plassen, aansluitend (ge)lezen Psalm 56
Waarom ga je met de lift? Een van de surveillanten van mijn school, een wat oudere man, nam me aandachtig op. Fronste. Het overviel me: ik kreeg die vraag nooit, want de docenten wisten wie ik was en kenden mijn verhaal. Mijn gedachten gingen vliegensvlug. Ik probeerde er onderuit te komen, maar antwoordde toen toch maar: ‘Omdat ik leukemie heb gehad’. Hij keek geschokt, vertelde hoofdschuddend hoe erg hij dat vond en bleef dat maar herhalen tot de liftdeur openging. Ik had geen idee wat ik moest zeggen en ging er zo snel als ik kon vandoor.
Ik was toen een puber van een jaar of veertien. Eigenwijs, gesloten en een beetje verlegen soms ook wel, dus dit soort situaties waren moeilijk. En eigenlijk zijn ze dat nog steeds. Op mijn zevende werd ik voor het eerst ziek. Binnen korte tijd leerde ik de namen van medicijnen en chemo’s, dat ging bijna vanzelf. Maar hoe leer je de juiste vragen stellen aan je arts? Hoe leer je luisteren naar je lichaam? En vooral: hoe leer je omgaan met moeilijke vragen en praten over je gezondheid? Er is geen school die je dat leert. De enige manier om dat te leren is met vallen en opstaan, in de praktijk.
Wat is er met je knie?
Ik krijg vaak moeilijke vragen. Meestal begint het met vragen over mijn knie, omdat dat zichtbaar is, in tegenstelling tot mijn overige gezondheidsproblemen. ‘Wat is er met je knie?’ ‘Juf, waarom heb jij een robotbeen?’ (een brace) ‘Een kapotte knie, hoe komt dat dan?’ Of: ‘O, werk je parttime, waarom?’ En de keren dat ik meer vertel: ‘Hoe oud was je dan toen je leukemie kreeg?’ Dan ontkom ik er niet aan om te vertellen dat ik meerdere keren ziek ben geweest.
Wat is de juiste reactie op zulke vragen? Hoe doe je het goed? Bijna twintig jaar na mijn eerste diagnose, doe ik nog steeds maar wat. Al heb ik in de loop van de jaren wat ervaring opgedaan. Zo was ik ooit op een weekendconferentie. Ik zat met een jongen zomaar wat te praten, toen ik per ongeluk zei dat ik iets te duur vond, doordat ik maar parttime werkte. Natuurlijk wilde hij weten waarom ik niet meer werkte en ik zei dat dat om gezondheidsredenen was. ‘Toch niks ernstigs als kanker of hartproblemen hoop ik?’ vroeg hij verschrikt. ‘Nee hoor, gelukkig niet!’ antwoordde ik.
IGA
Het was eruit voor ik er erg in had, als een reflex. Het was helemaal niet mijn bedoeling om te liegen. Toen ik dat later aan een psycholoog vertelde, gaf ze me een ezelsbruggetje mee: IGA. Informeren. Geruststellen. (Het gaat nu goed hoor. Of: Maar ik ben al bijna zeven jaar schoon gelukkig!) En Afleiden. Dit gebruik ik regelmatig. Maar ik geef ook weleens aan dat ik liever geen antwoord geef op een vraag. En daarnaast heb ik tegenwoordig altijd een standaardantwoord in mijn hoofd. Of eigenlijk drie antwoorden. Soms vertel ik alleen maar dat ik botnecrose heb in mijn knie. Soms vertel ik erbij dat dit komt door een hoge dosis prednison die ik kreeg omdat ik longproblemen heb. En af en toe vertel ik het hele verhaal: dat die longproblemen een complicatie van behandelingen is. Dat ik leukemie had.
Zakelijk?
Of iedereen daarmee tevreden is? Ikzelf wel, denk ik. Anderen soms minder. ‘Je kan zo bot doen’, zei iemand uit mijn omgeving pas. En een ander vulde aan: ‘Je praat erover alsof je over het weer praat, zo zakelijk.’
Maar wat moet ik dan? Soms…
… kan ik geen antwoord geven, omdat het écht niet het juiste moment of de juiste plek is.
… wil ik het niet vertellen, omdat ik de ander simpelweg niet ken én waarschijnlijk nooit meer tegenkom. Je deelt geen levensverhaal met een toevallige voorbijganger, toch?
… laat ik een groot deel van het verhaal achterwege, omdat ik weet dat de ander er heel erg van schrikt en ik dat moeilijk vind om te zien. Mensen verwachten zo vaak een verklaring die minder ernstig is. Ze verwachten geen leukemie en zeker geen zes keer.
… wil ik eigenlijk niks zeggen, omdat ik mezelf én de ander een ongemakkelijk moment wil besparen.
… durf ik niet het hele verhaal te vertellen, ben ik te bang om weer dat stempel te krijgen van toen: dat meisje met leukemie.
… reageer ik zakelijk en kort, niet omdat ik dat wil, maar omdat het me overvalt en plotseling alle woorden verdwenen zijn. Dan heb ik een black-out.
Ben ik te zakelijk, reageer ik te bot? Misschien. Maar wat als ik niet anders kan, als ik probeer mezelf te beschermen? Wat als dat op dat moment het beste voor mij is?
De ‘Hoe-gaat-het-vraag?’
Er is nog een vraag die ik ingewikkeld vind, namelijk de ‘Hoe-gaat-het-vraag?’ Ook daarop reageer ik soms zakelijk of met een simpel ‘goed hoor’. Want soms…
… is het geen oprechte vraag en betekent het niet meer dan ‘hoi’.
… is de vraag echt, maar ontbreekt de tijd voor een echt antwoord.
… zie ik dat de ander zelf al genoeg heeft, dan wil ik mijn zorgen en problemen er niet nog bovenop stapelen.
… ben ik bang dat de ander mijn antwoord ziet als klagen. Ben ik bang dat mensen me gaan mijden, omdat ik niet positief genoeg ben.
… ben ik bang dat ik moet huilen.
… krijg ik een complete error, omdat ik zelf het antwoord ook niet weet.
En soms gaat het gewoon goed!
Het is niet zo dat ik het niet waardeer als mensen vragen hoe het met me gaat. Als het een oprechte vraag is, vind ik het juist heel lief. Maar dat betekent nog niet dat het antwoord makkelijk is!
Opnieuw in de lift
Nog even terug naar het begin van deze blog, naar dat moment in de lift. Een paar maanden later kwam ik hem weer tegen in de lift. Opnieuw vroeg hij: ‘Waarom ga je met de lift?’ Er waren vast geen tien leerlingen met mijn verhaal, maar ondanks zijn schrik de vorige keer was hij het vergeten. Of hij was gewoon niet goed in het onthouden van gezichten, dat kan natuurlijk ook. Hoe dan ook, dit keer had ik mijn antwoord wél klaar. Kort en simpel: ‘Omdat ik daar toestemming voor heb.’
Willemarijn (1998) is onderwijsassistent in een taalklas. Ze is gek op koffie, kleur en taal en schrijft regelmatig over haar ervaring met kanker. Op haar zevende kreeg ze leukemie (ALL), daarna volgde vijf keer een recidief. De laatste behandeling was in 2019.
Enthousiast vertelde ik als 6-jarige aan tafel, wat we op school aan het knutselen waren. Mijn moeder zei: maak je dat voor vaderdag? Ik herinnerde me dat de juf dat woord genoemd had, maar ik kende de betekenis niet, ik zei nooit ‘vader’. Moeder vertelde dat het een kadootje voor papa werd. Ik schrok: nu had ik een geheimpje verraden! Maar vader glimlachte en zei: ik heb niets gezien dus het is nog steeds een verrassing. Opgelucht deed ik nog meer m’n best op het werkje, want nu maakte ik het voor papa!
Mijn man en ik ontvingen de zegen van het huwelijk met de trouwtekst: ‘Hij zal u in al de waarheid leiden’ (Joh. 16: 13m). Een belofte waarvan we de betekenis later gingen verstaan. Vaderdag vierden we nog steeds. Tot mijn schoonvader overleed en acht jaar later mijn vader. Onze kinderen waren zeer gewenst. We hebben ze verwacht. We hebben ze vernoemd. Maar ze zijn nooit geboren. Het werd geen vaderdag in onze woning. En hoe is het in die huizen waar een (soms jonge) vader overleed? Of het leven alleen geleefd wordt? Vaderdag, maar hoe?
In het tiende jaar van ons huwelijk leidde de Heilige Geest mij in deze waarheid: Adamskind die de dood verdient en een terecht vertoornde Vader. Door genade leidde Hij verder, gaf zicht op de Weg, openbaarde de Waarheid en schonk het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij, zegt Christus. Toen mocht ik zeggen: Abba, Vader!
Twee jaar na het overlijden van mijn vader, kreeg ik borstkanker. Ik was bezig met een opleiding, passend bij een andere functie op het werk. Nu kwam ik thuis te zitten, geen energie meer om te werken en te leren. Wat had dit ons te zeggen? Was het een straf van God? Of een oefening in vertrouwen op Hem? Of waren we te veel zelf aan het werk?
Ik zocht zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus erbij, de vraag naar Gods voorzienigheid: de almachtige en alomtegenwoordige kracht van God waardoor Hij hemel en aarde, met alle schepselen, gelijk als met Zijn hand nog onderhoudt, en zo regeert dat … gezondheid en krankheid … niet bij geval maar van Zijn Vaderlijke hand ons toekomen.
Wat een majesteit spreekt er uit die eerste zin, dat is onze God! Toen viel het licht op het woord ‘Vaderlijke’. De ontdekking dat deze ziekte uit Zijn Vaderhand en Vaderhart komt, daar kwam een oneindige liefde in mee. En dat voor een zondig mensenkind. Het is goed Heere, wat U doet. Zijn almachtige en alomtegenwoordige kracht heeft de ziekte in mijn lichaam verdrongen. Hij onderhoudt en regeert mij nog op aarde. Maar eens komt het moment dat we Hem zullen zien van Aangezicht tot aangezicht: de Vader, Die Alles zal zijn in allen.
Drie-enige God, dank U dat het elke dag Vaderdag is, en tot in eeuwigheid.
Trudy de Haan
Vaak krijg je, als je eenmaal de diagnose kanker hebt, de vraag: Hoe kwam je er achter dan? Mensen willen graag weten van het hoe en wat. En ook al ben je het soms beu om te vertellen, toch helpt het ook om alles een plekje te geven. Ik denk ook dat veel mensen die het vragen bang zijn om zelf kanker te krijgen, bang zijn dat ze iets gemist hebben bij zichzelf, en even een check nodig hebben dat ze die symptomen wel of niet hebben. Je ziet mensen dan ook bij wijze van spreken met hun hand naar de aangedane plek gaan om te controleren of er bij hen ook iets mis is. De raderen gaan draaien en in het hoofd worden alle symptomen nagegaan die je noemt. Want stel dat…
Maar eigenlijk begon mijn verhaal daar niet, niet bij de symptomen. Als ik denk aan mijn herinneringen aan kanker, denk ik aan de drie klasgenoten op de basisschool die er een ouder aan verloren. En mijn nichten, oom en die mensen in de kerk die kanker hebben gehad of aan kanker overleden zijn. Door al die voorbeelden was ik als kind al erg bang voor kanker. Toen ik een jaar of 9 á 10 was reden we vanuit ons vakantieadres in Nunspeet terug naar huis. In mijn gedachten zie ik nog de strak blauwe lucht, de molen, de bomen. En het radioprogramma in de auto klinkt nog in mijn hoofd, want het ging over kanker. Onderzoekers dachten dat het over zo’n 20 jaar mogelijk zou zijn om kanker zo onder controle te hebben dat het niet meer dodelijk zou zijn. Nu weten we allemaal dat dat helaas niet gelukt is. Maar toen, op dat moment, klonk het heel mooi. En ze hebben veel bereikt! Vanaf toen is mijn gebed geweest: Heere mag het nog 20 jaar duren voor ik het krijg? Zodat ik genezen kan worden? En reken maar dat ik bij elk pijntje als eerst dacht: is het nu zo ver…? Ik was zo bang om te sterven want dat kon ik niet. Het wonderlijke is dat ik toen het eenmaal zover was die angst niet meer hoefde te hebben. Want de Heere had me laten zien dat het niet de ziekte is waaraan we sterven maar mijn zonden. Maar ook dat Hij voor mijn zonde had willen sterven. Dan jaagt de dood geen angst meer aan, want alles, alles was voldaan!
In augustus 2023 ging ik naar de huisarts en het balletje begon te rollen. Het eindresultaat in november 2023 was Hodgkin. Kanker dus. Ik was 29…
Mariëlle Blom
Mariëlle (’94) kreeg in 2023 de diagnose Hodgkin. Ze is getrouwd met Henrick en moeder van Nathan, Lucas, Tessa en Jesse. Ze mocht, na chemotherapie, genezen van de Hodgkin en ontving daarna haar 3e zoon. Het moederschap is haar baan, daarnaast is ze mantelzorgster voor haar dochter.

Bij mij is in 2014 borstkanker vastgesteld op 43-jarige leeftijd. Dit is onder Gods zegen genezen met chemo- en immuuntherapie, gevolgd door een operatie. Volgens protocol zou er aanvullend bestraling nodig zijn, maar in mijn geval gaf dit veel blijvende schade en weinig toegevoegde behandelwaarde. Daarom heb ik hiervan afgezien.
Mijn man raakte eind 2022 verlamd aan het onderlichaam. De oorzaak was een in het ruggenmerg uitgezaaide tumor van prostaatkanker. De verlamming is wonderwel hersteld, hij kan weer lopen. De kanker wordt onderdrukt met hormoontherapie, met tot nu toe goed effect. Zijn bloedwaarden worden elke 3 maand gecontroleerd.
We hebben ervaren dat deze moeilijke tijden geestelijk niet de slechtste zijn. Je wordt bepaald bij de essentie van het leven en de grote waarde van Gods Woord. Hoewel dit ook gepaard ging met verwarring en strijd in ons hart.
Ik ben geboren in 1970 en in het dagelijks leven werkzaam in de gezondheidszorg als physician assistant. Begin 2024 heb ik de switch gemaakt van het laboratorium naar de ouderengeneeskunde. De levenslessen die we geleerd hebben door verlies van gezondheid van jezelf en van je dierbare, roepen herkenning op in de zorg voor de ouderen in het verpleeghuis en hun familieleden.
Mijn man en ik volgden de stichting Winstuitverlies eerst via de nieuwsbrief en de site. In het voorjaar van 2025 hebben we een vaartocht over de Vecht meegemaakt en in het najaar een contactdag in Woerden. Hoewel het intensief was, voelden we ons thuis bij het geopende Woord en de verhalen of juist stiltes van lot- en geloofsgenoten.
Na een reactie op de in januari 2026 ontstane vacature heeft het bestuur mij in hun midden opgenomen als aspirant-bestuurslid.
J.C. Ryle beschrijft in zijn ‘Christen-zijn in het dagelijks leven’, een hoofdstuk over ‘ziekte’. Daarin wijst hij op de bijzondere verplichtingen die het bestaan van ziekte voor elk mens met zich meebrengt. Namelijk: 1) zodanig te leven dat hij voorbereid is om God te ontmoeten, 2) u erop voor te bereiden de ziekte geduldig te dragen, 3) de bereidwilligheid om met uw medemensen mee te voelen en die te helpen.
Vanuit deze gedachte hoop ik bij te dragen aan de doelstelling van de stichting Winstuitverlies. Om, zoals Ryle zegt, te helpen bedenken hoezeer christenen God kunnen verheerlijken in tijden van ziekte en zich in alle rust toe te vertrouwen aan Gods handen, ziende op de Heere Jezus, de Man van smarten.
Trudy de Haan-Rikkers
De Heiland heeft geheel alleen geleden.
Zelfs Zijn discipelen zijn weggegaan.
Ze hadden in de hof nog niets verstaan.
Zo heeft Hij daar de pers alleen getreden.
Van verre zagen ze Zijn lijden aan.
En niemand van de Zijnen kwam Hem sterken,
als zij vernamen Christus´ bange klacht,
toen Hij daar wegzonk in die donk´re nacht,
vanwege onze schuld en boze werken
en in de helse smarten werd gebracht.
Zo hing Hij daar van God en mens verlaten,
geheel alleen, in eindeloos geduld,
Zijn reine ziel met liefde gans vervuld
voor mensen die Hem van nature haten,
aan ´t ruwe hout betalend onze schuld.
O, Heil´ge Geest, leer ons die schuld bewenen.
Verbreek het hart dat maar niet buigen wil,
dat van zichzelf zo hard is en zo kil.
Drijf ons toch in Uw kracht naar Christus henen.
Dan, ziende op Hem, zijn w´ in verwond´ring stil.
M.A. Groeneweg – de Reuver
Uit: Mijn rechterhand gevat
Uitgave: Uitgeverij De Banier
Dat wat je niet voor mogelijk houdt, gebeurt.
Ernstig ziek, behandeld en nabij de dood.
Uit eigen ervaring aan ’t begin van het nieuwe jaar.
Alles wordt gedaan om je in het leven te houden.
Je hebt afscheid genomen van je geliefden.
Dan is er onverwachts een omkeer.
Je overleeft en keert terug tot het leven.
Verwondering, dankbaar gevoel wat je doorstroomt.
Je kan het niet verklaren en toch is het waar.
Bewijzen waarom en ’t hoe ontbreken.
Verantwoord de middelen waargenomen.
Wat de plicht was om te doen is gedaan.
Verwondering, ’t is worden als een kind.
Durven doorleven én beleven wat jij ervaart.
Verbinding tussen hart en ziel, niet je hoofd.
Een nieuw jaar zijn wij binnen gegaan.
In de jaartelling en/of in wedergeboorte?
Jezus wist wat verwondering is.
Hij verwonderde Zich over geloof én ongeloof.
Stelde een kind in het midden tot voorbeeld.
De verwondering van Maria werd met Kerst overdacht.
Overkomen werd zij door de Heilige Geest.
Blij verrukt riep zij uit: Hoe zal dat wezen?
Dat ik Gods kind ontvang, mijn Zaligmaker omarm.
Simeon getuigde: een Licht, zo groot, zo schoon.
Mij geschiedde naar Uw Woord.
Hét Kind wat Eva is beloofd, zij zag naar Hem uit.
Wat het ongeloof ontkent, omhelst het geloof.
Dan wordt leven als uit de dood gerezen.
Het nieuwe levensjaar is aangebroken.
Ben jij verbaasd, verrukt?
Over Gods goedheid, genade in ’t leven.
Dit leven dat Hij schenkt uit liefde zonder peil.
Verrast, dankbaar en ontroerd?
Leven wij in verwondering!
Henk-Jan Koetsier
Geschreven als voorzitter bestuur Winstuitverlies aan begin van dit nieuw jaar
Het mocht weer december worden, de donkere maand van het jaar. Onze decembermaand, gedenkmaand. Het is nacht, een donkere nacht. Onze ogen staren in de duisternis. In plaats van slapen, waken, klaar wakker. Niet meer kunnen slapen. De gedachten buitelen over elkaar. Gisteravond gelezen n.a.v. ons dagboek, 2 Samuël 23, enkele van de laatste woorden van David, de man naar Gods hart, die aan het einde van zijn leven gekomen is. “De God Israëls heeft gezegd, de Rotssteen Israëls heeft tot mij gesproken: Er zal zijn een Heerser over de mensen, een Rechtvaardige, een Heerser in de vreze Gods. En Hij zal zijn gelijk het licht des morgens, wanneer de zon opgaat …” Het getuigenis van een stervende koning, Gods kind en knecht. Hij mag profeteren van de komende Christus, de Zaligmaker. Dat zijn de eerste gedachten als we een poosje in het donker staren. Zijn komst is het toch, die ons heil volmaken kan.
De gedachten vermenigvuldigen. Op enkele dagen na werd 44 jaar geleden ons eerste kind geboren. We waren nog jong. Net nog geen jaar getrouwd. In een donkere nacht midden in december. Vanwege de sneeuwstorm konden we niet meer naar het ziekenhuis. Het was een zware bevalling. Een grote zoon van ruim 8 pond mochten we uit Gods hand ontvangen. Ook een eerste kleinzoon, een stamhouder. Er werden nog 3 van de 7 kinderen in december geboren. Een maand van veel gedenken en veel gedachten. Ook nu weer. Altijd druk en intensief zo kort voor Kerst en Oud en Nieuw. Acht jaar geleden was onze oudste ziek, griep? Wat was er toch, met die grote sterke man? Na enkele weken kwam van de dokter de boodschap: acute leukemie. Een zwaar jaar volgde. Zorgen, geloof en hoop. Chemokuren, een donor, stamceltransplantatie, afstoting. Maar hij mocht erdoor komen. Hij knapte wat op, hoewel het moeizaam was. Ging weer eens naar school, ontmoeting met collega’s. Een avond gemeenteraad, ze toegesproken; ‘Wat de toekomst brenge moge, mij geleidt des Heeren hand’. Hoe gaat het met u? Kon thuis heel weinig. In december zag het moederoog scherp. Gaat het wel goed? Er waren weer dezelfde tekenen als vorig jaar. De dokter zag ook iets: een scherpe boog in de grafiek, niet meer 100% donor. Hij zag dat niet graag. Zullen we nog een punctie doen. Nee, liever weer niet, ja, toch maar wel. Tijdens de Kerstdagen met de familie thuis. Tranen in de ogen. ‘Ik denk dat dit mijn laatste Kerst op aarde is’. Nog wel naar de kerk, ook met oud en nieuw. In januari belt de arts: ‘De leukemie is helemaal terug’. Het werden nog 19 dagen. Toen stierf hij.
In december komt het alles weer in gedachten. Vooral in de nachten. Al die gedenkdagen, die verjaardagen. Wat doen we ermee? Ja, toch maar gedenken, al is het met tranen. Ook zijn geboortedag. Ook die van de andere kinderen. Het is het waard om te gedenken. Kerst komt eraan. Het Licht is opgegaan. Psalm 98 komt in gedachten: “Hij heeft gedacht aan Zijn genade, Zijn trouw aan Israël nooit gekrenkt” Omdat Hij een waarmaker is van zijn Woord en beloften. Gesproken door David op zijn sterfbed. De laatste gedachte voor we weer naar bed gaan, vertoeven bij Johannes in Openbaring 21: “En God zal alle tranen van hun ogen afwissen …. want aldaar zal geen nacht zijn”. Om met de oude Simeon toch te mogen zingen in de donkere decembernacht:
Een licht, zo groot, zo schoon,
Gedaald van ’s hemels troon,
Straalt volk bij volk in d’ ogen;
Terwijl ’t het blind gezicht
Van ’t heidendom verlicht,
En Isrel zal verhogen.
Jan van Ooijen
Zaterdags had je een verjaardag, je viel… Wat is er met je aan de hand??? Zondag werd je weer niet goed… Je belde de HAP. Advies van de HAP was, maandag morgen maar gelijk naar de huisarts. Maandag morgen ben je daar naar toe gegaan… wat zal hij zeggen? De huisarts vertrouwt het niet en stuurt je door naar het ziekenhuis.
Daar ga je, lopend het ziekenhuis in, je tas met spullen bij je voor het geval dat je moet blijven. En inderdaad je moet blijven, is de borstkanker van negen jaar geleden terug gekomen? Heb je uitzaaiingen? En waar??? Allemaal vragen en geen antwoord.
Er gaat een noodsignaal door onze familie app, we zijn allemaal verslagen.
Zelf voelde je aan… dit gaat niet goed. Twee dagen later hoorde je dat je uitzaaiingen had ook in je hoofd. Wat kunnen ze nog voor je doen??? Welke behandelingen zijn er nog mogelijk??? Misschien bestralen? Misschien chemo?
Dag na dag voor ons allemaal niet te bevatten, zagen wij je lichaam afgebroken worden. We bleven bidden, vragen, roepen: Heere, ontferm U… Heere, denk U aan haar…
Binnen een week werd lopen moeilijk, eten ging bijna niet meer. Je kreeg een sonde, wat was je misselijk. Na ruim een week werd je met spoed naar het Erasmus MC in Rotterdam gebracht, je moest geopereerd worden, er werd een drain in je hoofd geplaatst.
Daar lag je. Zo ziek… Wat een smart bij je lieve man, je kinderen, je moeder en wij als naaste. Een week lag je in het Erasmus… Maandag waren we bij je… ik zag je tranen en veegde ze weg. Je wilde niet huilen… altijd wilde je sterk zijn.
We lazen bij je Psalm 130… uit de diepte roep ik tot U…We baden met elkaar. Onze gedachten waren steeds bij jou in het ziekenhuis… en woensdag, we hadden geen rust thuis, en zijn weer naar jou toe gegaan.
Wat was je ziek, wat was je ver weg….We merkten aan je dat je ons wel hoorde.. we hielden jouw hand vast… ons hart huilde… We hebben allemaal nog gezegd, dat we zoveel van je hielden.
We lazen Psalm 116… of je het noch hoorde wisten we niet. Toch sloeg je nog even je ogen op en zwaaide…
Weer zag ik je tranen… Weer veegde ik ze weg. Ik huilde om jou…
Vrijdag morgen waren we weer bij je… en we zagen gelijk dit gaat niet goed.
De behandelingen moesten stoppen, de sonde ging er uit, het infuus werd afgekoppeld, zuurstof ging er af. Je kreeg morfine… je lijden was zwaar.
Afscheid nemen doet zo’n pijn… losgescheurd van iemand die je lief is…
Na 18 dagen stierf je…
De “je“ in dit stuk was mijn geliefde zus 62 jaar.
Hier houden mensen woorden op.
Prediker 12 vers 1: ´En gedenk aan uw Schepper in de dagen uwer jongelingschap, eer dat de kwade dagen komen en de jaren naderen van dewelke gij zeggen zult, ik heb geen lust in dezelve.´
G.H. de Waard – Vuyk