De vooruitzichten waren somber. De arts was eerlijk geweest: er is geen behandeling meer mogelijk. En dat bericht was binnengekomen. Hij zou afscheid moeten gaan nemen van zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen, die hem zo dierbaar waren. Maar toch was er iets wat hem nog zwaarder woog: hij moest gaan sterven. En dat betekent: voor God verschijnen. Dat was voor hem een onmogelijkheid.

Was hij nu pas voor het eerst, nu de ziekte verder doorging, met deze dingen bezig? Zeker niet, maar hij was er zo gesloten over. Wat ik wel merkte: hij had een honger naar het Woord van God. Meerderen die hem pastoraal bezochten hadden dat opgemerkt. En zo zat ik aan zijn ziekbed. Als bezoeker voel je je dan zo machteloos. Maar gelukkig, we hoeven het niet met onze eigen woorden te doen. We hebben het Woord. Daarbij mogen we ook de woorden betrekken van hen die ons, al sinds honderden jaren, “oud goud” hebben nagelaten. Zo mocht ik de zieke wijzen op de toepassing van een preek die de Schotse predikant Ds. R. Erskine heeft nagelaten over 2 Kor. 5: 18a: “En al deze dingen zijn uit God”. Bij elk bezwaar dat iemand in zijn geestelijke nood kan ervaren, heeft Ds. Erskine een woord uit de Schrift. Heb ik geen verbroken hart? Heb ik geen geloof? Heb ik geen rechtvaardigheid om voor God te kunnen bestaan? Al deze dingen zijn uit God. Zo ook het verbreken van het hart, het schenken van het geloof en het toerekenen van de rechtvaardigheid die voor God kan bestaan.

Als de Heere er het zicht op geeft dat alle dingen uit Hem zijn, dan is zalig worden toch mogelijk. Zelfs voor de grootste der zondaren. Zelfs bij het naderen van de dood. Wat een ruimte geeft het als ik ontdek dat er van mijn kant niets bij hoeft, niets bij mag en niets bij kan. Want al deze dingen zijn uit God.

L. Huisman

Beste mensen,

Wat kan het moeilijk en zwaar zijn in ons tijdelijke leven. Wat kunnen velen van u daarover meepraten, omdat u het nu meemaakt of in het verleden meegemaakt hebt. Bij de lichamelijke zorgen komen vaak veel psychische spanningen. Dit alles mogen wij ook met elkaar delen binnen onze stichting. Het is een gezegend voorrecht, dat nog aan ons gegeven wordt. Het spreekt voor zich, dat u anderen meedeelt in uw zorgen, maar ten diepste staat u er alleen voor en moet u er ook alleen door. Het is dan bovenal een gezegend voorrecht, dat ook in zulke moeilijke omstandigheden Gods Woord ons leert, onderwijst en troost.

Paulus is in 2 Korinthe 12 aan het woord. Ook hij heeft het moeilijk en zwaar. We lezen dat hij geteisterd wordt door een scherpe doorn in het vlees. Bij ervaring weten we allemaal we wat het betekent een doorn in ons vlees te hebben. Dat doet veel pijn en we willen graag dat die doorn uit ons vlees getrokken wordt. Dat wil Paulus ook. Het is alsof een engel des satans hem met vuisten slaat. Dat is nogal wat. Paulus, kind van God, die dagelijks met de slagen van satan geplaagd wordt. Hoe begrijpelijk is het, dat hij die doorn weg wil hebben. Hij heeft er dan ook driemaal voor gebeden. Dat betekent, dat hij aanhoudend gebeden heeft. Paulus heeft de Heere aanhoudend gevraagd die scherpe doorn weg te nemen. De Heere hoort zijn gebed wel, maar verhoort het niet.

Kennen we dat? Voor veel mensen met lichamelijke en psychische noden geldt dat ook. We kunnen een ernstige ziekte omdragen die niet te genezen is. We kunnen gebukt gaan onder een nood die niet te stuiten is. Hebt u de Heere ook aanhoudend gebeden? Heeft misschien ook de familie gebeden? En de gemeente? Het kan zijn dat u mocht herstellen. Wat is dat tot verwondering en stilheid. Ondanks ons toch verhoord?! Het kan ook zijn dat ziekte doorging en de nood niet verminderde. Het kan zijn dat de doorn in het vlees niet weggenomen werd. Hoe is het als de ziekte doorzet en er geen geweer in deze strijd blijkt te zijn?

Misschien vraagt u zich af wat de doorn in het leven van Paulus was. Veel is erover geschreven, maar de Bijbel zwijgt erover. Dit weten we: de doorn wordt niet weggenomen! Dat is aangrijpend in het levensprobleem van Paulus. Zijn beproeving, zijn zwakte, zijn beperkingen worden niet weggenomen. Is dat het einde van alles voor Paulus? Neen en nog eens neen! Paulus heeft een vertroostende boodschap ontvangen! In de tekst staat: ‘Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg’.

De doorn, de pijn, de zwakte blijven en toch heeft Paulus met een God te maken Die vol genade is. Paulus, Mijn genade is er voor vandaag, voor morgen, voor overmorgen en voor altijd. Zo mag Paulus met zijn doorn in het vlees de genade van God ervaren. Hij moet ermee door het leven en hij mag ermee uit het leven. Alleen door Gods genade en om Jezus’ wil.

Die God van Paulus leeft nog. Christus is opgestaan en het graf is leeg. Die duur verworven genade is er ook vandaag nog. Wie die genade mag ervaren, mag verder kijken. Die mag vanuit een andere kant, vanuit Gods kant de doorn bezien. Wat lezen we van Paulus? Hij mag roemen in zijn zwakheden, zorgen en noden. Hij mag door genade belijden: Want als ik zwak ben, met mijn doorn in het vlees, dan ben ik machtig.

Mensen, is er bij u ook sprake van zo’n blijvende doorn? Blijft genezing uit? Hebt u iets mogen ervaren wat Paulus, als een mens in Christus, mocht ontvangen? Mag het ook voor u zijn: Mijn genade is u genoeg? Dan geeft dat soms voor een kort moment, soms voor een langere tijd rust en troost.

U zegt wellicht dat u dat zo niet ervaart. U moet belijden dat u dat leven van Paulus niet kent en dat het voor u alleen maar duisternis is en dat u alle troost moet missen. Zie dan naar Boven, naar de bergen, vanwaar ook alleen úw hulp komen kan! Die hulp zijn we niet waard en hebben we niet verdiend. Nee, maar het is ook alleen uit genade! Meer dan genade hebben we niet nodig. Dat is onze enige troost beide in leven en sterven (Zondag 1).

Gelijk een knecht ziet op de hand zijns Heeren, gelijk het oog der maagd op haar vrouw geslagen is, alzo zijn onze ogen op den HEERE onze God, totdat Hij ook ons genadig zij. Die genade wensen we u/jou van harte toe.

N.J. Teerds

Wat kan je leven in 1 moment toch veranderen; ineens is dan álles totaal anders. Wat maken we ons soms druk om heel veel dingen die niet belangrijk zijn. Zo ging het ook bij ons als gezin. Wat voelde mijn man zich ziek en wat had hij een pijn. Toch maar een afspraak bij de huisarts gemaakt. Vervolgens zit je als het ware in een soort trein die gaat rijden en voor je gevoel ook niet meer stopt.

We werden doorgestuurd naar het ziekenhuis in Gouda voor verdere onderzoeken. We liepen door de gangen en wat een spanning gaf dit. Toch ook maar gebeld naar de kinderen die direct zijn gekomen. Daar lag mijn man op een bed en wat zag hij wit/ bleek. Nooit vergeet ik meer het moment dat een verpleegkundige medicijnen ging toedienen en mijn man hierop een hartstilstand kreeg…

Alle toeters en bellen gingen aan het rinkelen en onze zoon Arie is begonnen met reanimeren. Wat er dan door je heengaat is niet niet goed te beschrijven. Angst; radeloosheid; zou ik hem gaan verliezen? Voor ons nu zo heel onverwacht? Er gaat dan als een schreeuw omhoog: “O God, spaar hem toch. O, wat een wonder toen alles in rep en roer was en de artsen heen en weer liepen was mijn man als door een wonder weer bijgekomen. Hij sloeg zijn ogen op en zag ons; de Heere heeft hem bewaard voor ons als gezin en in de familie.

Maar, om dat beeld van een rijdende trein nog eens te gebruiken, deze stopte niet. Na allerlei vervolgonderzoeken kwam de boodschap: “U heeft Leukemie en we moeten onderzoeken welke vorm en of er middelen zijn….; wat komt er dan in korte tijd veel op je af. Na, in eerste instantie een medisch hopeloze en uitzichtloze situatie kwam vervolgens de mededeling; een chronische vorm die toch te behandelen lijkt (CML).

Bij al deze ingrijpende dingen hebben we toch bijzondere momenten mogen ervaren als gezin. Man en vader in het ziekenhuis; wij na het bezoek weer naar huis. En dan toch ´s avonds samen psalmzingen en onze zoon deed een gebed. We mochten en konden onze nood bij de Heere kwijt; dan staat de trein een ogenblik stil!

Daarbij, wat een verschil toch… in het ziekenhuis hoorden we regelmatig in een andere kamer de vloeken klinken… Daartegenover dat jonge meisje op de kamer bij mijn man! Aandachtig luisterde zij naar het lezen uit de Bijbel en, hoewel voor haar totaal onbekend, ze heeft meegebeden.

Maar o, die chemo- tabletten. Te ervaren wat het betekent “misselijk zijn”; je zo beroerd voelen en wat voel je dan als omstanders een machteloosheid. Alleen elkaars hand vasthouden… willen helpen… soms alleen nog maar gebed… of een zucht… én: De Heere wilde soms wonderlijk horen, zo onverdiend!

De chemo mocht aanslaan en de middelen tegen de misselijkheid gingen z´n werk doen. Wat een blijdschap toen het moment van naar huis gaan kwam; om verder te gaan opknappen en aansterken. Weer in de eigen omgeving; eigen kamer; eigen bed; weer even een tussenstop… Bij al die zorgen en onzekerheden waren er ook momenten dat we de Heere werkelijk mochten erkennen en danken voor Zijn onverdiende ondersteuning en zorg.

Weer het beeld van “die trein”. Een traject van veel ziekenhuisbezoeken; doorverwijzing naar de “Daniël den Hoed- kliniek”. Een ziekenhuis wat bekend is geworden; zelfs vertrouwd werd. Bij de controles vaak gebruik makend van het familiehuis “Ronald Mac Donald”

Er zou nog zoveel te schrijven zijn over wat we daar allemaal zagen en hoorden. Zoveel leed, zoveel verdriet en dat alles vanwege de zonden. Toch ook bij tijden wonderlijke ontmoetingen en verrassende gesprekken waar het mocht gaan over het allerbelangrijkste in een mensenleven. ´Hoe zal ik rechtvaardig verschijnen voor God´. Het gaat om de kennis van de énige troost en een wonder als krommingen door de Heere gebruikt mogen worden… hoe kunnen we God ontmoeten? Is er, zoals bij de laatste plaag in Egypte, bloed gestreken aan de posten (van ons hart)? Dan is een mens veilig voor tijd en voor eeuwigheid! Zo hopen we het vervolg van de treinreis met u te delen DV.

G.H. de Waard – Vuijk

Onderstaande gedicht is van de echtgenote van wijlen ds. P. Los. Mag dit uitzien door genade ook uw of jouw deel zijn?

Ik ga sterven,

Doch het brengt me geen verdriet!

Lang in Kedar rond te zwerven

Is slechts bitter zielsverdriet!

Ik ga sterven!

Ik herhaal het duizend werven:

´t Lust mij hier beneden niet!

Lieven! Weest toch niet verbolgen

Als mijn jongste polsslag slaat!

Jezus wenkt: Ik zal Hem volgen,

Waar Hij voor mij henengaat!

Schoon ´t door ´t dal des doods moog´ wezen,

Met Hem heb ik niets te vrezen,

Op Wie al mijn hope staat.

Ik ga sterven!

Nee, de dood verschrikt hem niet,

Die gelovig bij het zwerven

Op zijn Borg en Midd´laar ziet!

´k Vlucht met Mozes in de klove-

Wie zal mij de schuilplaats roven,

Die Zijn open zijde biedt?

Ik ga sterven!

Leven! Beid toch met geduld,

Daar gij weldra ´t droevig zwerven

Met de hemel ruilen zult!

Daar u Jezus ras zal halen

In Zijn blijde bruiloftszalen,

En daar al uw hoop vervult.

Ik ga sterven!

Lieve Jezus! Kom toch ras!

Breek deez´ aarden kruik aan scherven,

Die geheel onbruikbaar was!

Wonder! Nimmer af te meten,

Gij voor mij door God vergeten,

Toen Uw dood mijn ziel genas.

Je had het niet zien aankomen. De arts ziet iets kwaadaardigs. Verdere onderzoeken moeten laten zien wat het is, of en hoe het te behandelen is. Spannende dagen of weken volgen. En als de diagnose is gesteld en behandeling mogelijk is dan blijft de uitkomst onzeker. Wij, maar ook de artsen, zien slechts wat voor ogen is. Maar soms kan het je na jaren nog verrassen wat je ziet.

Onlangs waren mijn vrouw en ik in het Erasmus MC. Door verhuizing werd ik voor controle van de lange termijn effecten van de behandelingen naar dit ziekenhuis verwezen. De arts-radiotherapeut nam alle tijd voor het onderzoek. Zij bleek goed bekend met de behandelingen die ik dertig jaar geleden heb gehad en had zich goed in mijn dossier verdiept. Dat geeft erkenning in wie je bent (geworden) en vertrouwen in wat ze vertelt en ons laat zien. Zo kan zij op mijn lichaam laten zien waar ik bestraald ben. Ongedacht toont zij ons waar ik al jaren naar op zoek ben. De oorzaak van rugprobleem blijkt door bestraling te komen. Ondanks vele onderzoeken was er geen arts die mij dat heeft kunnen vertellen. Zij ziet wat wij niet zagen.

Wat een erkenning is dat voor mij! Al is het ‘geen zaak van vreugde’ (ik heb er 7×24 uur pijn van) is de oorzaak bekend. Gelukkig dat ik bijvoorbeeld niet toestond wat een arts, die ontkende dat het door bestraling kwam, mij voorstelde. Begrijpelijk dat ik vastliep bij vele fysiotherapeuten die na zoveel behandelingen de klachten niet konden wegnemen. Wat een miskenning door onkunde en het niet kunnen zien wat het wel is. Je werd er moedeloos van. Want je kunt niet ontkennen dat het er is, maar artsen onderkennen (nog) niet wat het is. Maar jij kan niet anders dan geloven wat je niet ziet!

Lichaam en ziel is een eenheid. Wat je lijdt naar het lichaam heeft invloed op je ziel. Het lijkt kinderlijk eenvoudig: de Heere gehoorzamen en volgen in geloof. En dat moet het voor wie een ieder die gelooft ook zijn. Ook als het in onze ogen tegenzit. Paulus getuigt daarvan: En wij weten dat degenen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede (Rom8v28a). Toch worstelde Jacob met God, tot hij door de Engel werd overwonnen. Toen erkende hij de zegen niet te kunnen afdwingen. Hij had als gevallen mens en door eigen schuld het recht daar niet toe. Met een verwrongen heup ging Jacob kreupel het leven door. De hardleersheid van Jacob, en met hem die die God liefhebben, blijkt ook na deze intense levensles. Toen zei Jacob <…>: al deze dingen zijn tegen mij (Gen42v36). Tot Israël zag en uitriep: Het is genoeg, mijn zoon Jozef leeft nog; ik zal gaan en hem zien, eer ik sterf. Zoals Simeon in geloof uitzag naar Jezus zijn Zaligmaker en toen Hij Hem in de armen nam, zong: Nu laat U, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, naar Uw woord. Want mijn ogen hebben Uw Zaligheid gezien (Lukas1v29-30).

Ik zie wat jij niet ziet: Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan die van u (Jesaja55v9). Tegen Martha zei Jezus voor Hij haar broer Lazarus opwekte: Heb Ik u niet gezegd, dat zo u gelooft, u de heerlijkheid Gods zien zult? (Joh11v40). En in Zijn Bergrede noemt Jezus: Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien (Matth5v8). Wat moet het een ontzagwekkend, heerlijk zien zijn wanneer zij die geloven door lijden en dood tot Zijn heerlijkheid ingaan: En zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn (Opb22v4). Opdat wij dan niet bedroeft zijn: Zo dan, vertroost elkander met deze woorden (1Thess4v18).

Henk-Jan Koetsier

Een jaar van ernstige ziekte en zorgen (in het gezin),
Waarin ik vaak niet verder kon kijken dan de dag van morgen.
Een jaar van verdriet, twijfel en hoop.
Emoties gingen met me op de loop,
Waarin de wanhoop hoe nu verder me soms bekroop.

Een jaar van hoge bergen en diepe dalen
Van grote blijdschap en diep verdriet
Waarin een groot wonder is geschiedt.
Er mocht genezing komen,
Wat voelde dat als zegenstromen.

God is getrouw zijn plannen falen niet,
Die het heden kent de toekomst overziet.

De zorgen zijn hiermee niet verdwenen,
Maar het gaf weer moed,
Wat is God goed!
We mochten Zijn trouw ervaren.

Hij gaf elke dag weer kracht,
In dagen van moeite en verdriet,
Is Hij het die alles ziet.
En kent onze moeite en verdriet.

In kan Zijn weg met ons vaak niet begrijpen,
Waarom deze diepten, vele zorgen.
Wat brengt de dag van morgen?
Maar God zal dan opnieuw voor ons zorgen.

Als vooruit kijken je bang maakt.
En achterom kijken je pijn doet.
Kijk dan omhoog, God zal je helpen.

Sara van den Dool (gedicht op ziekte van haar moeder)

Het is voldoende voor één dag
Te bidden en te zorgen.
Wat heden u ontmoeten moog’
Denk daarbij niet aan morgen.

Het is genoeg, dat elke dag
Zijn last is toegemeten.
Die heden zorgt, zal stellig u
Ook morgen niet vergeten.

Hij geeft voor deze dag u brood
En kracht en licht en leven.
Zou Hij niet morgen evenzeer
U wat goed is geven?

Zie daarom niet zover vooruit
Met zuchten en met zorgen.
Wie heden op zijn God vertrouwt
Ziet ’s Heeren hulp ook morgen.

Zijn trouw is elke morgen nieuw.
’t Was gisteren zo en heden.
Wie op die trouw zich gans verlaat,
Kan moedig voorwaarts treden.

En is de laatste stap gedaan,
De laatste band verbroken,
Dan roepen wij met blijdschap uit:
Heer, niets heeft ons ontbroken!

Ds. J.H. Gunning Jhzn.
1858-1940

Daar stonden we dan, de uitslag nog onbekend, troostend de armen om elkaar heen. Bang om wat komen gaat en verdrietig over de ellende die ons treft. Met een niets ziende blik naar buiten. Tot plots de wolken wijken en een zonnestraal naar binnen op ons valt. Het licht en warmte van de zonnestraal doet ons goed. De natuur bemoedigt ons. Een glimlach breekt door en verwachting in ons hart stijgt op. God is de Getrouwe. Hij zal maken dat wij ons verwond’ren moeten.

De laatste maanden van het jaar zijn de donkerste. Een voor mij bekende man zei, na behandeld te zijn voor longtumor, ik ruik als het de tijd is waarin ik behandeld ben. Hij kon dat aan de natuur en tijd van het jaar merken. Zelf ben ik zowel in het voorjaar, als een jaar later in het najaar behandeld. De donkerste maanden van het jaar vond ik eerder knus. Het licht en de warmte binnen, samen in het weekend rond het haardvuur. De adventstijd en het samen zingen van de liederen over de geboorte van Jezus vond ik verwachtingsvol. Na mijn behandelingen zijn het de dagen van duisternis en tel ik ze af tot de kortste dag. Dan nemen de uren van licht weer toe. Na de feestdagen gloort het nieuwe jaar. De onrust van oud en nieuw liggen dan achter ons. Een jaar van verwachting voor ons.

Het zijn de donkere dagen en de uren van duisternis, die vooraf gaan aan het licht. Want licht verdrijft de donkerheid en duisternis uit het zicht. Zowel in het rijk van de natuur als in het koninkrijk van God. De aarde nu was woest en leeg, en duisternis was op de afgrond. En de Heilige Geest zweefde op de wateren (Gen1v2). En God zei: Daar zij licht! Na de zondeval bedekten en verborgen Adam en Eva zich. Tot God hen tevoorschijn riep en voor Hij hen uit de hof zond, beloofde dat het Licht hen zou opgaan. Toen op Abram een schrik en grote duisternis viel, verscheen God hem (Gen15v12). Als Mozes zijn hand uitstrekte naar de hemel, kwam er een dikke duisternis in heel Egypteland, maar bij al de kinderen van Israël was het licht in hun woningen (Ex10v22). Micha profeteert: wanneer ik in duisternis zal gezeten zijn, zal mij de HEERE een Licht zijn (Micha7v8). Zacharias zingt in zijn lofzang over ‘de Opgang uit de hoogte’, de Messias, die komen zou om te verschijnen degenen die gezeten zijn in duisternis en schaduw van de dood (Lukas1v78-79). In de nacht omscheen de herders de heerlijkheid van de HEERE, verkondigend hen grote blijdschap. Namelijk dat hen heden geboren is de Zaligmaker (Lukas2v9-11). Jezus hing aan het kruis in een drie uur dikke duisternis. Tot Hij met grote stem Zijn geest in Vaders handen gaf (Lukas 23v46) en na drie dagen in de morgenstond met Zijn opstanding hét Licht opging (Lukas24v1-4). En als Jezus weerkomt zal het zijn zoals Zijn discipelen Hem hebben zien heenvaren. Maar Hij komt als een dief in de nacht en roept ons op om in de duisternis te waken. Wees dan ook bereid; want in welk uur je het niet meent, zal de Zoon van de mensen komen (Lukas12v40).

Verdriet om geliefden die wij missen voelt, als duisternis die om je heen hangt. Meer nog op feestdagen als zij pijnlijk gemist worden. Lijden aan kanker of de gevolgen van behandelingen is moeilijk(er) als er om je heen feest van de geboorte van Jezus gevierd wordt. Misschien wens je wel dat deze dagen snel voorbij zijn en dat de duisternis in hart en huis wijkt. Wees welgemoed, geloof in de geboren en gekruiste Heiland. Hij heeft voor die in Hem gelooft het Licht, de verlossing voortgebracht! MAAK u op, word verlicht, want uw Licht komt, en de heerlijkheid des HEEREN gaat over u op (Jesaja60v1). Weet dat die geloven alle dingen meewerken om in Zijn heerlijkheid te worden opgenomen. Om dan altijd met de Heere te wezen. Zo dan, vertroost elkander met deze woorden (1Tess4v17-18).

Henk-Jan Koetsier

“De HEERE was ook in de aardbeving niet”. Aan deze woorden uit 1 Koningen 19 moest ik denken toen ik in een pastoraal gesprek zat met Hans. De vermoeidheid was van zijn gezicht te lezen.

De periode die achter hem lag, was diepingrijpend geweest. De diagnose van kanker. En toen de chemokuren, een operatie en een serie bestralingen. Het ene buitelde als het ware over het andere heen. Nu de laatste bestraling achter de rug was, leek hij een beetje tot zichzelf te komen. Al pratend keken we terug op het afgelopen jaar. Hij was er doorheen geholpen. Zonder kracht van Boven had hij het absoluut niet kunnen doorstaan. Dat erkende hij voluit. Maar.

Er was “een maar” overgebleven. Met alles wat er gebeurd was, was hij voor God dezelfde gebleven. En dat hield hem sterk bezig. “Als dit me al niet dichter bij de Heere gebracht heeft, wat moet er dán nog gebeuren”, zo vroeg hij snikkend. Hij voelde dat de Heere spreekt, door woorden en door gebeurtenissen.

Maar Hans voelde ook dat hij zo hardleers was. Had hij op een verkeerde manier gerekend? Was hij van mening geweest dat zulke heftige gebeurtenissen zeker wel iets uit zouden werken? Dat kan, dat de Heere deze wegen van ziekte en zorgen wil gebruiken, tot iemands eeuwig behoud.

Maar niet altijd werkt de Heere zo. Soms komt Hij in het suizen van een zachte stilte. Samen hebben we deze woorden uit 1 Koningen 19 gelezen. En we hebben Hans en zijn lichamelijk en geestelijk welzijn opgedragen aan Hem, Die weet wie zijn. Wij, die soms een aardbeving nodig hebben die ontstaat na het horen van de diagnose.

Maar bij wie de Heere ook een zachte stilte wil gebruiken, om ons op die plaats te brengen, waar Hij ons hebben wil. Dat is: in het stof, aan Zijn voeten. Smekend om een kruimeltje genadebrood. 

L. Huisman

Op vele momenten in het leven moet afscheid genomen worden. De ene persoon heeft daar meer moeite mee dan de andere. Een paar herinneringen wil ik delen in deze column. Als ik terugdenk aan onze huwelijksjaren met Wim zijn er vele momenten geweest van afscheid nemen.

Ik denk bijvoorbeeld aan de geboorte van onze dochter. Zo blij dat we nog een dochter mochten ontvangen en dan hoop je dat alles goed en gezond mag zijn. Tot de geboorte daar is en blijkt dat ons meisje niet gezond is. Ook hierin moesten we afscheid nemen van een ideaal beeld wat we toch eigenlijk stiekem wel voor ogen hadden. Het afscheid nemen net voor de operaties die ze moest ondergaan, was iedere keer weer ingrijpend. Hoe zouden we haar terugkrijgen? Komt ze er wel doorheen? Dit afscheid is gelukkig tot op heden niet definitief geworden.

Wim moest al snel afscheid nemen van zijn gezondheid. Een cyste in zijn buik verandert zijn hele leven. Voortaan kon hij maar halve dagen werken en was hij veel en intens moe. Ook hier zoeken we onze weg weer in. Na een aantal jaar moet hij verder afscheid nemen van zijn verzwakte lichaam. Het ziekteproces wat nu openbaar kwam, was al veel langer gaande dan wij wisten. Toen we er eindelijk mee bij de dokter kwamen in het ziekenhuis, was het al zo ver dat er geen hoop op herstel meer was. De boodschap te krijgen dat er een uitgezaaide tumor gezien is, zet in een ogenblik tijd je leven op z’n kop. Je klampt je vast aan de kennis en kunde van de dokter… maar hij kan niets betekenen. Na vele keren hetzelfde vragen en hetzelfde antwoord krijgen, gaan we verslagen naar huis. Ondanks de pogingen tot onderzoek naar de bron van de tumor, zien we het lichaam steeds zieker en zieker worden. De krachten worden minder en we leven tussen hoop en vrees. Langzaam maar zeker moeten we het echt gaan geloven… deze ziekte zal leiden tot de dood van onze geliefde man en vader. Wat is er veel door hem heen gegaan in die laatste maanden. Afscheid nemen van het werk wat hij bijna 30 jaar gedaan had, afscheid nemen van het werk wat hij in en om het huis altijd deed. Voor het laatst de duivenkooi verschonen, voor ’t laatst het konijnenhok uitmesten met de weinige krachten die hij heeft. Voor ’t laatst samen een dagje weg. Hoe dichter bij het einde, hoe meer momenten waarbij het ‘voor het laatst’ om de hoek kwam kijken. De laatste keer slapen op zijn eigen bed, de laatste keer de trap af naar beneden… Diep ingrijpend, dit met het volle besef te moeten doorleven.

Nog veel moeilijker is de gedachte dat je je lieve kind, waar zoveel zorg om geweest is, niet zal zien opgroeien. Dat je je vrouw los zal moeten laten en dat je zelf steeds dichter bij je einde komt. Afscheid te moeten nemen van het leven. Onmogelijk en toch… het moet. Wat er in hem omgegaan is, is niet te beschrijven. God weet het. Ook voor mij kwam het afscheid steeds dichterbij. Terwijl ik voor hem mocht zorgen tot het einde toe, werd de afstand steeds groter. Ik moest hem laten gaan, kon niets voor hem doen en stond machteloos. Wat wordt dan intens gevoeld hoe eenzaam, hoe alleen een mens zijn weg moet gaan. Lief en leed samen gedeeld en nu zouden onze wegen scheiden.

Afscheid nemen van iemand die je zo lief is. Afscheid te moeten nemen van het leven, in een ogenblik tijd. Woorden schieten tekort en dit is alleen maar voor beleving vatbaar. Afscheid nemen van het leven, betekent het begin van iets anders. En dat kunnen maar twee wegen zijn. Eeuwig wel of eeuwig wee.

Lenie Klop-de Pater

In doodsgevaar en bange nacht,
In strikken en in zonden,
Heb ‘k van een Held mijn hulp verwacht,
En ‘k heb Hem trouw bevonden.

In ’t dal der schaduwen des doods,
In doodsgevaar en strikken,
Heeft Jezus zelf mij bijgestaan,
Wou Hij mijn ziel verkwikken.

Dies noem ik Hem zo goed als groot,
Voor hen, die op Hem bouwen,
Mijn hulp, mijn toevlucht in de nood,
De Rots van mijn betrouwen.