De vakantie ligt weer achter ons. Het ‘gewone’ leven wordt weer opgepakt. Op het moment dat ik dit schrijf, zijn de scholen in mijn regio weer begonnen. Ineens zijn de contacten er weer met de juf/meester, ouders en andere mensen die je wekenlang niet gezien of gehoord hebt. Regelmatig klinkt dan ook de vraag: En… goede vakantie gehad? Tja, alle antwoorden die ik in gedachten al gemaakt had, zijn weggezakt. Hoe zal ik er ook woorden aan kunnen geven… wat zal ik daar toch op antwoorden? Het makkelijkste antwoord is: ja hoor! Dan ben je van verdere vragen af, maar mijn gedachten vinden dit toch echt te kort door de bocht. Het voelt niet goed, niet compleet. Zeker was het in meerdere opzichten fijn dat het vakantie was. Voor mij had deze vakantie iets weg van een ontdekkingsreiziger. Ergens naar toe gaan en totaal niet te weten hoe dat zal gaan en wat het met je zal doen.

Mijn doel voor deze vakantie was gericht op mijn dochter… als zij maar een fijne en leuke vakantie had. Niet te veel belemmerd door het feit dat ze geen papa meer heeft en dat haar mama eigenlijk helemaal geen energie heeft om iets te ondernemen. Toch worden er plannen gemaakt én uitgevoerd. Zo begonnen we met een weekje op de camping. Voor ons beiden een hele onderneming, want dit hadden we nog nooit gedaan. Dankzij een lieve vriendin werd dit zomaar mogelijk gemaakt! En ja, dan zit je daar ineens. Dochterlief vermaakt zich super goed! Heeft het enorm naar d’r zin…. Doel behaalt!

Maar toen kwam mijn stuk de aandacht opeisen. Daar zat ik, op een camping, zonder Wim. Wat heb ik hem intens gemist die week, maar ook besefte ik … mét Wim had ik daar nooit gezeten. Ik kwam erachter dat ik nieuwe en andere keuzes aan ‘t maken was, dan die ik samen met Wim gemaakt zou hebben. Dit was zo’n heftige emotionele ontdekking voor me. Terug naar de vraag of ik een goede vakantie heb gehad…. Dan zeg ik nog steeds ja, maar dat is zeer onvolledig. Ik heb ook nog nooit zo’n eenzame vakantie gehad, zo vol gemis van Wim. En toch was het ook goed, omdat ik zoveel nieuwe elementen ontdekt heb in het rouwproces. Het sterven van Wim heeft me niet alleen gedwongen om mezelf te herpakken en door te leven, al was het alleen maar voor onze lieve dochter. Tegelijk is het een opnieuw uitvinden van mezelf. Wie ben ik zonder Wim… En daar ben ik voorlopig nog niet mee klaar. Want hoe dan ook… de relatie of mijn verwantschap met Wim verandert niet, maar door zijn sterven verander ik zelf wel. Rouwen is daarom uiteindelijk het verwerven van zelfkennis.

Wat zou het groot zijn als we op deze manier nog eens mochten gaan rouwen over onze relatie met God. Wij hebben Hem zelf verlaten, maar hoe werkzaam zijn we om in deze verticale verhouding zelfkennis op te doen. Horizontaal loopt alles dood, maar verticaal is het Leven. Dat wens ik mezelf en ieder ander die dit leest toe.

Lenie Klop-de Pater

Of gij al buigt’ op beide knieën.
En of uw lippen zich bewegen.
Daar wordt geen zegen door verkregen;
De Heer’ wil ’t hart gebogen zien.

Een stille zucht, een stille traan
Is meer dan offers en gebeden;
Hebt gij geleden en gestreden.
De Heer’ zal ’t zuchtend hart verstaan.

Buig dus, o God! ons harte neer.
Leer onze ziele tot U smeeken.
Wat aan ons spreken moog’ ontbreken.
Dat geve ons Uw genade, o Heer’!

J.P. Heije

Wat God doet, is welgedaan.
Ei! Zingt dit vrij , mijn harte!
Al moet ik langs de kruisweg gaan,
De kruisweg is de hemelbaan:
De Hemel kent geen smarte.

Gewis, de roe, die mij kastijdt,
Is in de hand mijns Heeren,
Die roe heeft ieder kind verblijd,
En, schoon zij ’t vlees soms openrijdt,
Het zal de geest niet deren.

Een bastaard waart gij zonder ’t juk,
Nu zijt ge een van zijn kind’ren,
Daarvan is ’t teken kruis en druk,
En uit die druk rijst uw geluk,
De voorspoed zou dat hind’ren.

Ei! wend het naar uw Heiland heen,
En knelt het, ga ’t Hem klagen;
Gij draagt het kruis toch niet alleen:
Hij zendt Zijn Engelen om u heen,
Hij zelve helpt u dragen

Hoe meer geloof, hoe minder last:
Veel kruis brengt veel genade;
De roede sla, de liefde wast,
Zó houdt gij Vaders hand meer vast,
En neemt Hem meer te rade.

Houd goede moed, het kruis is goed,
Het leert u dagelijks sterven;
Meer dierbaar wordt u ’t Heilands bloed,
Hoe meerder zuivering van ’t gemoed,
Hoe minder u af zult zwerven.

Hoe zwaarder kruis, hoe schoner loon,
En heerlijkheid naar ’t lijden,
Op moeilijk’ arbeid ’t heerlijkste loon,
Van ’t kruis stijgt u ten Hemeltroon,
Op schreien volgt verblijden,

Welaan mijn ziel! Het ga zo ’t wil,
Laat Vader voor u zorgen,
Wat baat u onwil en bedil?
Uw hulp spoedt aan, ei! wacht, wees stil,
Haast daagt de blijde morgen!

Doe morgen, ja! Hij komt gewis,
En – weg is al het duister,
En helder wat nu donker is,
Wat ween ik dat ik ’t licht nu mis,
’t Zie ’t haast in volle luister.

Wat God doet, ’t is welgedaan,
Ei! zing dit luid mij harte!
Al moet ik langs de kruisweg gaan,
De kruisweg is de hemelbaan:
De Hemel kent geen smarte.

Dr. H.F. Kolhbrugge

Dit gedicht van de hand van dr. H.F. Kolhbrugge stuurde hij aan zijn broer Jacobus, toe hij in het ziekenhuis lag e veel lichamelijke en geestelijke zorgen hem drukten – uit Schriftverklaringen deel 1

Gideon krijgt een onverwacht bezoek. En dan nog wel van de Engel des Heeren. Deze komt als Gideon alléén is. Zo doet de Heere dat overigens vaak. En al zou dat zijn in een volle kerk, dan heb je toch de indruk dat je alléén in de kerk zit. De Engel zegt: “De Heere is met u, gij strijdbare held”. Strijdbare held? Ik? Gideon gaat hier eigenlijk niet op in. Hij zegt: “Als de Heere met ons geweest zou zijn, dan zou ons dit alles niet zijn overkomen”.

Nu komen we op een punt dat misschien voor u en jou herkenbaar is. Als de Heere nu echt gewerkt had in mijn leven, dan zou mijn leven nu toch niet zo overhoop liggen, na de diagnose? Als het woord uit Zijn Woord, dat toen zo krachtig in mijn hart geklonken heeft, nu echt van Hem geweest zou zijn, dan zou ik hier nu toch niet zo hulpeloos en uitgeput op bed liggen?

Wat doen we dan? We trekken conclusies uit de omstandigheden. En dat is best gevaarlijk. Want als wij, mensen, conclusies gaan trekken, dan is het maar net de vraag door wie wij ons hebben laten leiden in het trekken van deze conclusies. En dan moeten we bedenken dat juist als alles tegenloopt, satan erbij is om conclusies te trekken. “Dit is een straf van God over je zonden.” Of: “Zo’n diepe weg gaat Hij echt niet met Zijn kinderen.”  De satan vergeet iets, namelijk dat het ene het andere niet uitsluit. Als de Heere spreekt: “Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn; en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen”, dan wil dat nog niet zeggen dat het water niet tot aan de lippen kan komen. Of als de Heere spreekt: “Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld”, dan sluit dat niet uit dat er ook nachten zijn.

Zorgvuldig lezen en voorzichtig zijn met het trekken van conclusies is dus belangrijk. Bij dat lezen hebben we dus wel het licht van de Heilige Geest nodig. Die alléén kan het juiste licht doen vallen over de weg die de Heere met ons gaat. Maar soms behaagt het Hem om het schemerdonker te houden, of soms wel eens heel erg donker. Juist dan zijn we geneigd om aan het redeneren te gaan. Het is ons zo eigen. Alleen de Heilige Geest kan ons dit afleren. Hij is het, van Wie wij in Psalm 51 zingen: “Die kan alleen op het rechte spoor mij leiden.”

En voor wie door Hem geleid wordt geldt: “Schijnen mij Uw wegen duister…eenmaal zie ik al Uw luister, als ik in Uw hemel kom.” Aldaar zal geen nacht zijn. Redeneren heeft daar opgehouden. Concluderen ook. Hoewel, als er dan nog één conclusie getrokken zal worden, is het deze: “Dat ik hier gekomen ben, dat is door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen.”

L. Huisman

Stinkend ons best doen helpt niet. Kiezen voor de beste behandeling faalt. Op z’n best dringt het de kwaal terug. Beter gedrag onderdrukt het kwaad. Wij met alles hier op aarde zijn in wezen niet goed. Is de bron kwaad dan welt daar geen goed in op. Al onze goede verwachtingen ten spijt.

Lot koos op ‘t oog het goede land. Izak had het wildbraat lief. Jakob werkte het dubbele aantal jaren voor Rachel. Jozef wilde toen Maria zwanger bleek haar heimelijk verlaten. Paulus bad God driemaal dat de doorn in zijn vlees verwijderd mocht worden. Toch blijkt, onze beste bedoelingen zijn voor God niet goed genoeg.

God zag in alles wat Hij sprak, en het was er, dat het zeer goed was. En wat niet goed was, dat de mens alleen is, maakte Hij goed. De mens die goed was zag, zweeg en deed kwaad. Daarom zijn onze gedachte alle dagen kwaad. Zij komen voort uit wie wij van geboorte zijn, kwaad. Hoe kan dan het beste van ons ook maar iets goed zijn?

Verslagen uitroepen: wat moeten we dan doen om goed voor God te zijn? Geloof in de Heere Jezus Christus! Hij die voor ons bidt: Vader rekent het hen niet tie, want zij weten niet wat zij doen. Ik voor hen daar zij anders de eeuwige dood verdienen.

Jezus bidt niet voor iedereen, de wereld. Hij bidt voor hen die de Vader in liefde uit de wereld trekt en tot Hem komen. Zij zijn goed voor Hem, uitverkoren, om Zijn lof te vertellen. In de wereld en in het midden vanZijn gemeente. Opdat Zijn Naam verheerlijkt wordt. Voor Zijn troon en hier beneden. Dan is het beste van ons, waar het alles om Zijn eer gaat, in niet(s) goed genoeg. Alleen wat God doet, ook in en door ons leven, tot Zijn eer!

U voert ten hemel op vol eer’,
De kerker werd Uw buit, o Heer’
Om sterkte aan haar te geven

De Troost(er), de Heilige Geest, is gekomen om woning(ruimte) te maken. Ook in ons?

Henk-Jan Koetsier

Bijna twee jaar later. Uiterlijk lijkt het allemaal z’n gangetje te gaan. De containers staan buiten, behalve die ene keer dat het vergeten wordt, de was hangt op, de tuin wordt geschoffeld en de straat wordt geveegd, boodschappen worden gedaan en afspraken nagekomen. Ze redt het aardig, zie je de mensen denken. En toch… het voelt of je in een andere jas gekropen bent, waar je jezelf niet in thuis voelt, hij zit niet lekker, je beweegt niet gemakkelijk, maar tegelijk kun je hem niet van je afschudden.

Na een lange periode zonder verjaardagvieringen, komt er zo af en toe weer eens een uitnodiging. Gelijk dat nare onderbuikgevoel… wel gaan, niet gaan. Doen alsof je er wel weer aan toe bent, of jezelf toestaan dat je er nog helemaal niet aan kunt denken. Een ander weet het wel te vertellen wat je moet doen. Het duurt veel langer voor je het zelf ook weet. Nee, een verjaardag is nu nog even niet de plaats waar je zoveel energie aan wilt verliezen.

Het meeleven ebt weg, het gewone leven gaat weer door, nieuwe sterfgevallen volgen. Je probeert de structuur van elke dag zo goed mogelijk vast te houden. Maar wat weegt het zwaar… alleen de zorg te dragen voor je kind, zo complex met zorgen op allerlei gebied, beslissingen die je moet nemen. En wat te doen bij de vele, vele kleine dingen waar je tegenaan loopt, zoals een bolletje verwisselen, verstopte afvoer, kapotte accu. En het onderhoud wat je man zo trouw deed, maar wat je zelf niet helder op je netvlies hebt…. De auto die voorheen zo keurig bijgehouden werd en nu week in week uit je aan staat te grijnzen met zijn vieze buitenkant en stoffige binnenkant…

Soms kun je verdrinken in al de aardse, dagelijkse beslommeringen. Dan was het nog niet zo’n verkeerde tijd, toen, tijdens het ziekbed. Alles om je heen stond op non-actief, het hoefde allemaal niet, je was samen bezig met het zoeken van Gods aangezicht, het smeken om Zijn ondersteuning, want de dood stond voor ogen. Je leefde in afhankelijkheid van Hem, Hij is immers de Gebieder van leven en dood, ziekte en gezondheid. De boom is gekliefd, hij wel, jij niet… O waarom dan nu zo ver bij Hem vandaan? Hij plaagt en bedroefd de mensenkinderen niet van harte maar daarom dat zij zich tot Hem bekeren zouden. Dat aardse bestaan heeft z’n glans verloren, maar dat er dan toch een uitzien mag zijn naar Boven!!

Lenie Klop-de Pater

Wat een voorrecht. Wat maakte de Heere een onderscheid. Na een intensief traject van chemokuren en bestralingen kreeg u een bijzonder bericht van de artsen: de ziekte was weg. Eigenlijk niet voor te stellen, na alle zorgen die er geweest zijn. Eigenlijk durfde u het in eerste instantie niet te geloven. En toch geloofde u dat de arts de waarheid sprak. De ziekte was weg. De blijdschap ging overheersen. U dacht er aan hoe anders het had kunnen zijn. Wat een storm was er opgestoken vanaf het moment dat u de diagnose kreeg. En wat werd het hele leven toen onzeker. Maar de Heere gaf een bijzondere wending. U kunt Hem er nooit dankbaar genoeg voor zijn. U mocht blijven leven.

Toch ging het óók tot u doordringen dat u niet meer dezelfde was als voorheen. De chemo en de bestralingen zijn niet zonder grote gevolgen gebleven. Steeds meer ging u beseffen dat het leven nooit meer zou worden zoals vóór de ziekte. Langzaam aan probeerde u de draad van het werk weer op te pakken. Maar wat kostte het u veel energie. Er was een stuk kwijt. En u wist het: dit is een blijvend gevolg van de ingrijpende behandelingen. En uiteindelijk raakte u uw baan kwijt.

Uw leven heeft u mogen behouden, maar toch is er sprake van verlies. Verlies waarvoor dus niemand op de begraafplaats geweest is. Het heeft de naam gekregen van levend verlies. Dingen die u kwijt geraakt bent, terwijl u nog in leven bent. Dingen die niet meer terug zullen komen. Bij een begrafenis ziet iedereen aan de nabestaanden hoe de rouw hen tekent. Maar hoe gaat men om met uw verlies? Uw levend verlies?

Mogelijk stuit u op onbegrip. Misschien is er aan de buitenkant nauwelijks iets aan u te zien. Maar u bent toch iets kwijt. U bent veel kwijt. En het is goed om daar voor u zelf een naam aan te geven. Mogelijk zou een ritueel hierbij  helpend kunnen zijn. Het is goed om te praten over uw levende verlies en om het in zekere zin zichtbaar te maken. Dan krijgt ook dit verdriet een gezicht. En dan mag óók u tranen laten, zonder dat er iemand begraven is.

L. Huisman

Een tegenslag, een boodschap die het leven op de kop zet, het verlies van je geliefde, hoe moet je leven verder? Paulus zat in de gevangenis in Jeruzalem en daar klonk het Woord niet voor niets: heb goede moed!

Misschien  ga jij of gaat u het ziekenhuis in, een behandeltraject in of sta jij aan de grond genageld bij het open graf. De vrijheid ontnomen in een toekomst die je toelacht. Donkere wolken pakken zich boven je leven samen. Het Woord wat ooit eens tot je sprak blijft gesloten. Tot het moment dat je nood op het hoogst klimt, een tekst of psalmvers komt in gedachten en raakt je hart. Net voor de ingrijpende operatie, de uitslag van een onzeker onderzoek of de dag van begraven. Je vindt rust, vrede daalt neer en je kunt getuigen: “Gewis, de Heere was aan deze plaats”. Later zie je terug en je vraagt vertwijfelt af waar de vrede is die je toen ervaarde. Is de kracht uit de getuigenis weg, was de bemoediging wel waar, echt van de Heere voor jou?

Bij Paulus ging aan de bemoediging de ontmoeting met Jezus op de weg naar Damascus vooraf. Hij werd door het Licht geveld en was blind. De Heere kende Paulus, maar Jezus die hem verscheen achtte hij als dood. En vervolgde die van die weg – in Zijn opstanding – geloofde en getuigde. Paulus sloeg tot dat moment de ‘verzenen tegen de prikkels’, hij loochende de opstanding waar Stefanus stervend van getuigde. Tot Jezus hem verscheen, Paulus Hem Zelf zag, Zijn stem hoorde en als dood op de grond viel.

Veel wat ons bemoedigt brengt ons niet tot verootmoediging. Veel kennis van God, Zijn Woord en de openbaring aan ons van de Christus brengt ons niet aan de grond. Uit dieptepunten in ons leven stijgen we weer op, hoe ingrijpend die ook zijn, soms bemoedigd door een tekst of psalm. Tot onze verwondering in eigen kracht de weg vervolgend. Tegenslag, zelfs tot het aangezicht van de dood, doet ons niet roepen: wie bent U Heere? Alleen waar Jezus Zelf ons verschijnt gaan we door de knieën. Bij het zien van Zijn heerlijkheid vallen wij pas dood voor Hem neer.

Verootmoedigd voor deze Heere klinkt het uit liefde tot ons: Ik ben Jezus die u vervolgd. Bevend en verbaasd vragen wij Hem: wat wilt U dat ik doen zal? Om tot onze bemoediging te horen: Sta op en u zal gezegd worden wat u doen moet! Bemoedigd, tot verootmoediging om voor Jezus te staan en het leven in te gaan. Al is het om voor koningen en keizers te getuigen, vrees niet want Jezus zal u zeggen wat u spreken moet.

Het bestuur Stichting Winstuitverlies wenst u/jou in het nieuwe jaar toe: dat Jezus tot ons zegt ‘heb goede moed’!

Henk-Jan Koetsier

Hoeveel jaar geleden alweer
Moet dat praten elke keer?

Maar ik heb nog zoveel pijn,
mag dat er dan niet meer zijn?

Zeg het ons nu maar,
ook al is je last nog zo zwaar.

Praten is soms echt niet fijn,
maar wel als het lotgenoten zijn.

Lotgenoten.. het klinkt zo raar,
maar in feite is het wel waar

Veel praten is niet overbodig,
maar vaak maar een half woord nodig.

Bij mij is het ook wel eens zwart,
door alle pijn die ik voel in mijn hart

Bij mij rolt er ook wel eens een traan,
door alles wat ik moet doorstaan

Bij mij is ook het onbegrip van anderen,
en denk ik dat ik snel moet veranderen.

Bij mij is het ook: gevoelens heen en weer,
en daarna dat ik weer panikeer

Weet dat ik het meen
Het dragen hoeft niet alleen

Voor mij moet je het niet laten,
je kan met mij open praten

Janita,
Deelneemster Jongeren Winstuitverlies

Kanker ontwricht je leven. Dat is één van de eerste zinnen die je leest als je naar de site van KWF kankerbestrijding gaat. Op deze site is heel veel informatie te vinden, over heel veel soorten kanker.

En wat het met je doet als je de diagnose krijgt. En wat het betekent voor je familie, je omgeving. Christen of niet-christen: iedereen die kanker krijgt, zal van harte beamen dat het je leven ontwricht. Iemand zei eens: “Als je de diagnose krijgt, is het alsof je levenshuis staat te schudden op zijn fundamenten.” Herkenbaar, toch, voor u die zelf getroffen werd door kanker of voor u die dat meemaakte in uw nabije omgeving?

Ontwrichting, een fundament dat niet meer stevig lijkt te zijn. Er kunnen nog veel meer uitdrukkingen genoemd worden die iets tekenen van wat iemand ervaart die zelf kanker heeft gekregen, of die dat in de directe omgeving meemaakt of meemaakte. Laten we maar teruggaan naar de zin waar we mee begonnen: een ontwrichting van je leven. Die ontwrichting heeft alles te maken met onzekerheid, met het wegvallen van zekerheden. Met veel onbeantwoorde vragen. Is er nog een behandeling mogelijk? Kan ik nog genezen? Of is er alleen nog te hopen op verlenging van mijn leven, terwijl de kwaal niet weggenomen kan worden? Als een deur van een huis ontwricht is, zit er niets meer op zijn plaats. De scharnieren zitten niet meer goed en de deur sluit niet goed meer. Het is niet meer zoals het was.

In Mattheús 7:27 lezen we óók over een ontwrichting. Een huis dat geen goed fundament had, is gevallen toen de slagregens kwamen en toen de waterstromen en de winden aansloegen tegen dit huis. De strekking is ons als Bijbellezer bekend: het is onmisbaar nodig dat ons levenshuis gefundeerd is op de Rots Christus. Betekent dat verder dat iemand die in Christus geborgen mag zijn, gevrijwaard is van slagregens, stormen en waterstromen? Betekent het dat het minder erg is als zo iemand de diagnose kanker krijgt? Nee, zeker niet. Maar te midden van alle ontwrichting die dan ervaren wordt, mag er een dieper fundament zijn. Dan mag wel eens gezongen worden: ”In de grootste smarten, blijven onze harten, in de Heere gerust”. Dan mag men weten dat het Gods weg is.

Weliswaar een moeilijke weg, naar de mens gesproken een onmogelijke weg. Maar dan mag er kracht verkregen worden uit Hem, van Wie Jesaja al zoveel eeuwen geleden heeft geprofeteerd: “Onze smarten heeft Hij gedragen.” Er staat niet dat er dan geen smarten zijn of nog komen zullen. Maar als het oog des geloofs op Hem mag zien, dan wordt gezien dat Hij de zwaarste last droeg. Die droeg Hij, opdat het voor de Zijnen draaglijk zou zijn. Opdat ze nog vaster gefundeerd zouden worden op de Rots. Opdat ze bewaard worden voor een algehele ontwrichting.

L. Huisman