Daar draait alles nu om… hoe in verbinding blijven zonder contact? Na contactloos betalen ook samenleven zonder aanraking. Contact wat zo onontbeerlijk, zeker bij verlies. Rouwen zonder vasthouden. Houdt vol in afstand houden! Makkelijk gezegd. Als een magneet trekt het intense verdriet je aan in wat je ziet en voelt. Even een arm om iemand leggen of omhelzen. Wanneer je staat rond de kist waarin een geliefde ligt. Of aan het open graf, hét moment van afscheid nemen. Het is uit de boze, er staat een hoge boete. Want het is crisis.

Crisis, een woord wat niet persé verbonden is aan onheil. Crisis betekend: ‘het moment van de waarheid’. Hoeveel crisissen hebben wij al in ons hun persoonlijk leven doorstaan. Het moment dat jezelf of je geliefde de boodschap krijgt ernstig ziek te zijn. Uitbehandeld misschien. Momenten van de waarheid in jouw leven. Dan heb je de lijve ervaren sterfelijk te zijn of onmachtig te zijn het kwaad af te wenden. En nu niet aan te mogen raken, afstand te moeten houden. Onm(w)enselijk!!!

Toen ik haar sprak was haar man overleden. Zij had hem voor het laatst telefonisch kunnen spreken. Daarna werd hij in slaap gebracht. Door ademnood kon hij niet veel meer zeggen. Wel beseffend dat het zijn laatste woorden konden zijn. Wat voelde zij zich onmachtig om hem juist nu nabij te kunnen zijn. Heel haar huwelijksleven voor hem gezorgd en nu op afstand gezet. Achteraf bleek het hun laatste moment voor zijn heengaan. Niet meer gesproken, niet meer omhelst, niet nabij geweest. In haar verdriet miste zij een arm om haar heen. Niemand in haar nabijheid die het durft, waagt misschien ook. “En straks bij het graf? Moet ik dan alleen staan?” Als één van de dertig ‘bevoorrechten’ was ik bij de condoleance voorafgaand aan de rouwdienst, de tocht naar de begraafplaats, stond ik bij het graf. Wat koste het mij moeite om weerstand te bieden aan het niet kunnen troosten. Contactloos, op afstand staan, zien lijden. Onm(w)wenselijk!!

Het komt mij zo bekend voor, roept veel herkenning op. Misschien is dat wat grote weerstand oproept. Zelf op afstand geplaatst, melaats voelen door de kanker die je treft. Verschillende keren, ook geïsoleerd, verpleegd gelegen. Contactloos moeten zijn met je geliefde(n). Op afstand blijven, onoverbrugbaar, voor het gevaar van infectie. Moeilijk is het om dat te delen met hen die het zelf niet treft. Al ligt het leven voor ons allemaal tijdelijk stil. Toch raakt de sterfelijkheid de meesten van ons persoonlijk nog niet.

Crisis, het moment van de waarheid. Hoe goed zijn we contactloos in verbinding? Redden we het wel om de crisis samen te overleven? En als de dood scheiding maakt, wij niet meer samen (kunnen) zijn?

Uitzien naar dé Troost(er), het is de aanleiding voor het organiseren van de contactmomenten rond Gods Woord bij kanker. Elkaar wijzen op en delen in hoe God Zich in het leven openbaart. Juist als het crisis in ons leven wordt en is. Christus had zijn discipelen geroepen, volg Mij. Hij heeft Zich aan hen persoonlijk geopenbaard. Gezegd dat wie Hem kent, ook Zijn vader kent. Want samen Zijn Zij Eén. Toch verloren zij Hem toen Hij Zijn geest gaf aan ’t kruis. ’t Werd crisis in hun leven. Op het moment van de waarheid sliepen zij en verlieten zij Hem allen. Uit de dood herrezen openbaart Hij zich opnieuw aan hen. Raak Mij niet aan, zo zegt Hij Maria. Of ’t moet Thomas van ongeloof overtuigen om de Levende aan te raken.

Ik vaar op tot Mijn en uw Vader. De scheiding valt. De Troost(er), de Heilige Geest, zal komen. Om de wezen, hun gemis voor altijd te vervullen. Niet om nabij te zijn, zoals Jezus was. Want de Geest komt in hen. Opdat Hij bij hen woont, hen leidt en tot God brengt. Opdat zij gelijk Wij, zegt Jezus, één zijn. Geen afstand mogelijk, niet meer contactloos, eeuwig in verbinding. Eén met de Vader die verkiest, met de Zoon die verlost en de Geest die overtuigt. Samen één voor Gods troon én al hier beneden. Want Ik, zegt Jezus, kom weer! Zo in verbinding, in contact staan, lid van één Lichaam… dan redden we het wel, ook in door deze crisis.

Nunspeet, Mei 2020
Henk-Jan Koetsier

Zacheria, de profeet hij zag
Verheug u zeer dochter Sions
Zie uw Koning komt

Wijzen zij zagen
Zijn ster in ’t Oosten
Komend zien zij de Koning

Menigte van discipelen zij zagen
Wie is toch dezen rijdend op een veulen?
Ziende op Zijn krachtige daden

De Koning zelf zag de stad
En weende over haar
Zie, dat zij niet bekend wat tot haar Vrede dient

Pilatus zag de Joden voor ‘t rechthuis staan
Zij klaagden de Zone Gods bij hem aan
En sprak: Zie, uw Koning

Die op Golgatha voorbijgingen zij zagen
Geschreven in ’t Hebreeuws, Grieks en Latijn
Ziende: “de Koning der Joden”

Voorbijgangers zagen, schuddend hun hoofden
Zeggend met overpriester, schrifgeleerden, ouderlingen en farizeeën
Zie, de Koning Israëls kan Zichzelf niet verlossen

Drie uur duisternis, niemand die iets zag
Tot Jezus sprak: Mijn God, waarom verlaat U Mij
Blind riepen die daar stonden: Zie, Hij roept Elia

De hoofdman over honderd zag
Bevend, bevreesd door al ‘t geweld
Bekende: Zie, Waarlijk Deze Koning was Gods Zoon

Maria zag ten derde dage in ‘t lege graf
De engel zei haar: Vrees niet!
Zie, Jezus wien u zoekt is opgestaan

De elf discipelen zagen Hem
Die heeft alle macht in hemel en op aarde
Zie, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld

En al wat Zijn volgelingen zagen
Wees een getuige van deze dingen
Want zie, Ik zend de belofte Mijn Vaders op u

Zo zagen zij Jezus opvaren tot Zijn en uw Vader
Waarvan Stefanus stervend getuigd
Ik zie de Zoon des mensen staande ter rechterhand Gods

Saulus zag en had behagen in Stefanus dood
Tot hem Jezus verscheen: Ik ben het die u vervolgd
Predikt hij terstond, vervuld de H’ Geest, Christus de Zone Gods

Och of u ook op deze dag zag wat tot u vrede dient
Of blijft ‘t verborgen voor uw ogen?
Zie, uw Koning!

Henk-Jan Koetsier

Vooraf aan het weekend

Winst uit Verlies weekend komt al snel dichterbij
Straks zitten we op de banken, zij aan zij
Durf ik kwetsbaar en eerlijk te zijn?
Echt te delen hoe de periode is geweest, dat is toch fijn?
Dan rijst het gebed heel plots naar Hem:
Wilt U helpen, o Heere? Ik vraag het met klem

Zonder Zijn hulp zal ik blijven dwalen
En niets delen, zal het hart doen blijven malen
Over gemis. Als ik niet heel eerlijk ben
En zeg dat dit weekend spannend is. Herken
Ik iets van angst en probeer te vluchten
In ratio en de moeilijke onderwerpen te ontvluchten


Terugkijkend op het weekend

Thuiskomen met zoveel gedachten
En gelukkig geschreven briefjes die op mij wachtten
Nee, je staat niet alleen in je verdriet
Door te delen, is het of je dan ziet
Wat het goed doet om je hart te luchten
Niet langer weg te stoppen of vluchten
Voor de emoties die je overspoelen
Waardoor je ’s nachts in je bed ligt te woelen

Op tijd komen, was voor velen een strijd…
Maar daarna was de maaltijd al snel vol gezelligheid.
Diverse accenten kon je herkennen
Gelderlanders het meest, het Zeeuws was even wennen ?
De vaatwasser ging aan en wij aan de praat
Over onze achtergrond. Soms werd het even te kwaad
En werd een traantje weggepinkt
Wanneer een herinnering in het hart weerklinkt

Om elkaar beter te leren kennen,
Een gesprek met z’n twee, om te wennen
Weer of voor het eerst over het onderwerp te praten
Huiselijke sfeer opzoeken, dus we zaten
Op de slaapkamers, bedden en banken
De avond afgesloten met de Heere te danken
Wel nog tijd voor wat ontspanning en rust
Zijn het de boerengeluiden wat mij in slaap sust?

De volgende ochtend werd over Jozef gelezen
Bij Henk-Jan waren er enkele vragen gerezen
Waar vond Jozef zijn troost en kracht?
En ik of jij? Is het Christus van Wie je alles verwacht?

Vertrouw op God, Hij gaat je voor
Steun op Hem, Hij kent je door en door
Weet de Vader niet wat goed is voor Zijn kind?
Ben jij het niet die Hij zo teer bemint?
Dan zal Hij de weg, zo goed bedacht
Voorgaan tot het einde, waar wacht
Een beter lot voor jou bereidt
Niets is beter dan bij Hem te zijn in eeuwigheid

In de middag een houten doosje gemaakt
Een rememberbox, met een inhoud die raakt
Want ieder heeft heel persoonlijk in kleur
Een kaartje geschreven. Om thuis, binnensdeur
Te lezen wat de ander aan je wilde meegeven
Ja, tijdens deze dagen is er een band geweven

Ook deze dagen gaan weer voorbij
Intensief, maar terugkijkend maakt het me blij
De herinneringen raak je nooit meer kwijt
Weekend Winst uit Verlies is echt profijt

Gedicht door Gerrianne Hol, deelneemster Jongerenweekend

De dag, het moment van de diagnose zal niemand vergeten. Ongeloof, verbijstering, ontkenning, boosheid. Gevoelens die ieder op zijn wijze zal ervaren. De wereld na de diagnose ziet er in jouw beleving nu heel anders uit. Niets staat meer ‘op z’n plek’. Je waant je in een doolhof, ongewild, en de uitgang lijkt onvindbaar. Kanker zet je wereld op z’n kop, het thema van de wereldkankerdag vandaag.

Hoe kom je na de diagnose weer ‘recht op te staan’? Daar wordt verschillend over gedacht. Opgeven is géén optie, zegt de één. Want wie de moed laat zakken lijkt (te hebben) verloren. Je bent een kanjer, zegt de ander. Maar waar haal je de moed vandaan? En heb je een keus? De meesten grijpen in ‘de moed der wanhoop’ de middelen aan om de kwaal uit te roeien. Wordt herstel bereikt, voor steeds meer patiënten, dan sta je heel anders in deze wereld. Een weg van over-leven volgt. Ook voor betrokkenen, voor nabestaanden.

Steeds meer over-levers vinden de weg naar lotgenoten. Het samen spreken over je moeite en verdriet verbindt. Toch blijkt dat ‘gedeelde smart, is… nog een hoop ellende’. Want in veel wijsheid is veel verdriet; en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart (Prediker 1 vers 18). Overleef jij kanker dan vraag je je af, bewust of onbewust, waarom ik wel? Ieder weet uit ondervinding nu wat ‘sterfelijk zijn’ is. Wat is het doel dat jij nog leeft?

Verdriet door verlies kan zo overheersend, verstikkend zijn. Je wilt wel, maar kan niet meer. Een antwoord op de vele vragen lijkt onvindbaar. De uitweg die de één vindt, blijkt voor de ander een blokkade. Hulp die je zocht helpt jou niet in het (her)vinden van je levensdoel. Voor sommige, jong of oud, wordt het over-leven té zwaar. Zij (ver)laten het leven.

Kanker zet je wereld op z’n kop… hoe sta je op? Ervaring van lotgenoten, hoe nuttig soms ook, geeft jou geen been om op te staan. Het kan je zelfs aan ’t twijfelen brengen. Dan dreig je dieper weg te zinken in het onbegrepen of waardeloos voelen. Het geeft hét antwoord niet op ’s werelds, jouw leed.

Hoe dan wel opstaan? Het Bijbelboek Job geeft hét antwoord. Job die ook leed over het onbegrip, onrecht dat hem overkwam. Al zijn bezittingen en zijn tien kinderen verloren. Job kon eerst zwijgen over zijn leed en God loven. De Heere had gegeven en, Job dacht ook, genomen. Zijn vrienden gingen spreken, na zeven dagen zwijgen, over het grote leed wat Job overkwam. Job ging zich verdedigen waarvan zijn vrienden hem van verdachten. Tot God opstond en hem verscheen. Ook toen mocht Job zich voor Hem uitspreken. God vroeg Job om Hem te onderrichten. Op Gods vragen had Job geen antwoord meer. Hij zag wie God is. Job vernederde zich voor de Heere en aanbad Hem.

Dat werd Job en wordt allen die in God geloven tot hun opstanding. In de wereld op z’n kop staan zij op. God blijkt recht te zijn in al Zijn weg en werk. ’t Is wijsheid wat Hij doet. Christus de Rechtvaardige, Zoon van God, is door ons gekruisigd. In Gods kracht opgestaan uit de dood en geeft aan onrechtvaardigen hét eeuwig leven. Dat is nog eens de wereld op z’n kop!

Geef niet op… zie omhoog, in je doolhof van verdriet. Wie met Job zich voor God verfoeit in stof en as wordt door Hem in Christus opgericht. Winstuitverlies, uitzien in het over-leven naar dé Troost(er) ook bij kanker!

Verliezen geven
Geen stem tot juichen
Eerder ‘n klaaglijk wenen

’t Is begin op de aarde
Verloren in schuld
Een stem van bloed daar roept
Tot de Heere
Waar is Abel?

De eerste mens gedood
Kon ‘t beloofde Zaad niet zijn
In ’t geloof bekende Adam
De Messias komt uit Seth

Velen zijn gestorven
Sinds de schepping van de mens
Vele tranen geschreid
In ‘t geleden verlies

Hoe zullen we juichen
Op een aarde vol leed
Wie zou niet wenen
Bij ’t beleven van schuld

Tot ‘t klonk in die nacht
Gehoord op de aarde
Bij ’t geboren Licht
Eenstemmig uit de hoge:
Ere zij God

De herders zij zagen
De wijzen iets later
Het Kind in de kribbe
Nakomeling van Seth
Genoemd door Zijn Vader
Jezus, onze Zaligmaker

Het duurde maar even
Toen werd het weer nacht
Een stem in Rama
Geklag, geween en veel gekerm
De smart van ‘t moederhart
Omdat haar kinderen niet zijn

De strijdt op deze aarde
Om het Kind van Bethlehem
In smart werd Hij geboren
Bij Zijn dood gejuich
Het kwam uit de hoge
Hij overwon aan ’t kruis
Ere zij God

‘t Geeft geen rust aan de Satan
Met de mens in zijn macht
Zal hij proberen te doden
Waar ’t Kind wordt verwacht
In het hart

Alleen ‘t verlies in Hem
Van ons leven of dierbaren
In ’t afgelopen jaar ervaren
Zij die van strijden mogen gaan triomferen
Voor ’t Lam dat hen is geslacht
Juichen dat het is Volbracht

Op deze aarde eens vernieuwd
’t Zal nooit meer nacht wezen
Geen dood, noch rouw of geween
Eenstemmig zal ‘t daar klinken
De stem van ‘n ontelb’re schare
Als vele wateren
En sterke donderslagen
Halleluja;
Ere zij God

Henk-Jan Koetsier

Gij mint, o God, den mensch in zijnen nood
Gij vindt Uw lust in stil geweende tranen.
Gij telt ze, die wij onbegrepen wanen,
Maar hebt, o God, geen lust in onze dood.

Gij zijt een God, die zich verborgen houdt,
Totdat Uw liefde in al haar kracht kan stijgen.
O diep geheim, Gij wilt U tot ons neigen,
Als ’t hart in eigen kracht bezwijken zou.

In leed en droefheid klinkt Uw stem zo schoon,
Voor wie in duisternis geen ster ziet gloren.
Nog schooner is die klank als ooit te voren,
Wijl Gij in ’t lijden spreekt op teed’ren toon.

Gij wilt de ziele lout’ren door verdriet.
In moeite en strijdt wilt Gij ons weer verblijden,
Een stroom van schoonheid in des levens lijden
Schenkt Gij, wie in het leed Uw liefde ziet.

Gedicht uit ‘Troost Gij mijvan Regina Kleisen
voorgedragen op de contactdag 16 november 2019

Ruim negen jaar geleden schreef ik de column ‘De boodschap van vertrek!’. Ons bestuurslid had de boodschap gekregen dat zij uitbehandeld was. Zij vertelde hoe het loslaten van haar geliefden, haar man en drie zoons zoveel moeite koste. Aan de andere kant trok de Liefde van God in Christus haar. Verlangde zij om altijd bij Hem te zijn.

Nu ligt haar man in het hospice en nadert het einde van zijn leven. Vorig jaar leek het of hij uitgeput was, een burn-out had. Het zou zo te begrijpen zijn na alles wat hij had meegemaakt. Hun (enige) dochtertje hadden zij eerder kort na haar geboorte  begraven. Hertrouwd na het overlijden van zijn vrouw, ons bestuurslid, met haar enige, jongere zus. Twee jaar later werd ook zij getroffen door kanker. Op het moment dat hij zo uitgeput was kwam zij naar huis om te sterven.

De aanhoudende zware hoofdpijn bracht hem in het ziekenhuis. Na onderzoek luidde de diagnose: je hebt een snel groeiende, agressieve hersentumor. Direct was ingrijpen door een operatie noodzakelijk. De behandelingen zijn daarna gestart. Tijdens de periode van bestralingen stond hij aan het graf van zijn tweede vrouw. Verloren de jongens een tweede ‘moeder’, hun geliefde tante. Zij getuigde in haar lijdensweg van haar zien op Jezus. Haar leven was zoals Barmhartig in Christinnereis.

Het was hem bekend dat de tumor niet volledig verwijderd kon worden. Toch (b)leken de behandelingen effectief in het terugdringen daarvan. Het meedoen aan een trial, uitgeloot voor een nieuw medicijn, moest echter worden beëindigd. Onze vriend bleek ook uitbehandeld.

Wat zullen we zeggen nu hij in het hospice ligt en zijn einde nadert? Toen we hem daar spraken was hij goedsmoeds. Had hij zicht op Zijn Koning, het verlangen om God groot te maken. Verwonderde hij zich over hét wonder dat God naar hem in genade had omgezien. Wel moet ook hij zijn drie zoons achter-, loslaten. Ondertussen negen jaar ouder na het overlijden van hun moeder. Hebben zij zoveel (over)lijden meegemaakt. Eén getrouwd, de tweede staat op trouwen en de jongste telt 13 jaren. Wie zal hen in hun verdriet (kunnen) troosten?

Van Christinne – uit Bunyan Christinnereis – staat dat bij haar vertrek de kinderen weenden. Terwijl de heer Grootmoedig en de heer Dapper ‘speelde van vreugde op de welklinkende cimbaal en de harp’. Zo hebben wij het ook bij het ‘vertrek’ van ons bestuurslid, vriendin gezien. Reden(en) tot veel droefheid en vreugde tegelijk. Zij ging in de vreugde haars HEEREN. In klederen rijk gestikt tot hare Koning. Met Christinne hoorde wij haar uitroep: Ik kom, Heere, om bij U te zijn en U te loven.

Zij ging, in tegenstelling tot Christinne die Christen volgde, haar man voor.  Haar man staat nu aan de oever van de doodsrivier. Hij heeft getuigd van de Hoop in Christus. En ziet nu naar wij geloven de Poort van de Stad. Ook hij zag op tegen het loslaten van zijn zoons. En aan de andere kant getrokken om met zijn vrouwen God zonder zonde voor eeuwig groot te maken. Wie zal hun zoons kunnen troosten in het nastaren van hun ouders?

In navolging van Christinne hebben zij, de ouders, hun zoons hun zegen gegeven. Van Christinne staat dat zij met blijdschap zag het merkteken dat op hun voorhoofden gedrukt stond. En was zij verblijd dat zij hun klederen zo wit gehouden hadden. Christinne vroeg hen zich gereed te houden voor het moment waarop zij tot haar HEERE ging. Zo zien we ook deze jongens staan, eerst rond hun moeder, toen hun tante en nu hun vader. Om hem, hen na te staren en verweesd achter te blijven.

Bunyan sluit de Christinnereis af met wat hij zag over de kinderen van Christen en Christinne. Hij zag dat de kinderen in leven waren. En dat zij dat nog gedurende enige tijd zouden blijven. Met welke reden? Tot uitbreiding van de KERK in de plaats waar zij waren.

Het is ons uitzien dat de Heere hun zoons, tot hen en onze Troost, ‘tot uitbreiding van de KERK in de plaats waar zij zijn’ wil gebruiken. Gode aanbevolen!

Henk-Jan Koetsier

20190520-Gedicht-Moeder-Thea-van-Steenselen-2

Zie-de-mens-versie-2

Wat kan de tijd voor degenen die op uitslagen wachten een spanning kosten. Donkere dagen waarin het licht gedoofd lijkt. Mistbanken waardoor het zicht op de toekomst ontnomen wordt. Zij die op levensbepalende uitslagen moeten wachten, weten wat uitzien betekent.

Uitzien! Wij dan weten de schrik van de Heere, bewegen de mensen tot de zaligheid.  Zonder deze zaligheid zijn wij – mensen – gedoemd de toorn van God zelf te dragen. De toorn van God over de zonde die de duivelen zeker zo goed kennen… en zij sidderen.

Velen van de godsdienstige mensen met hen. Zij sidderen door de symptomen van hun ‘kwaal’, de gevolgen van de zonde, en zoeken daarvan verlost te worden. Wie poogt dán niet zijn leven beteren? Soms helpt het daardoor zelf te geloven niet meer ziek te zijn. De kwaal, de bron van het kwaad, woekert echter voort. Zonder dat zij uitzien daarvan verlost te worden.

Anderen zien uit naar dé verlossing van hun kwaal. Zij rusten niet voor de oorzaak van de symptomen gevonden is. Hoe meer zicht zij krijgen op de oorzaak van hun kwaal, hoe sterker zij uitzien naar het middel daarvan verlost te worden. Zij zien uit naar de Middelaar, onze Heere Jezus Christus. Die de dood, dat is de zonde, te niet heeft gedaan. Zijn bloed dat reinigt van alle zonden, van de kwaal met de symptomen. Een onbeschrijfelijk moment is het voor hen om de Christus Zelf te ontvangen en in de armen te houden. Nu laat u Heer’ Uw knecht, naar het Woord hem toegezegd. Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien.

Uw zaligheid waar Jacob ook van sprak en waar hij naar uitzag op zijn sterfbed. Uw zaligheid wat heel wat anders is dan tijdelijk welvaren of aards geluk. Uw zaligheid dat ziet op het delen in de hoogste, geestelijke weldaden, de vergeving en verlossing van onze zonden en de gemeenschap met God. Wat het deel wordt van hen die in dit leven in Christus geloven.

Waarom blijven zij toch uitzien? De kwaal, de oorzaak is wel tot stilstand gekomen, maar nog niet te niet gedaan. Het kan de kop opsteken, weer de overhand krijgen, al zal het nooit meer kunnen doden. Overwonnen zonden kunnen opnieuw ‘levend worden’. Niet ‘ten bloede toe tegenstaan’ van de verleidingen die op ons afkomen. Of in een onbewaakt ogenblik de beloften van God verliezen, zoals Christen door Bunyan beschreven. Daarom blijft het uitzien naar de volmaaktheid, naar de volkomen zaligheid. ‘Uw zaligheid’ die Christus verwierf, wordt het deel van degene die in Hem gelooft. In het opwassen in de genade steeds meer, maar straks na het afleggen van de oude mens volkomen.

“En zalig zijn zij, die geloofd hebben”  zo zong Maria, de moeder van onze Heere Jezus Christus (Lukas 1:45).

Een gelovig uitzien naar Uw zaligheid toegewenst!

Henk-Jan Koetsier