Bijna twee jaar later. Uiterlijk lijkt het allemaal z’n gangetje te gaan. De containers staan buiten, behalve die ene keer dat het vergeten wordt, de was hangt op, de tuin wordt geschoffeld en de straat wordt geveegd, boodschappen worden gedaan en afspraken nagekomen. Ze redt het aardig, zie je de mensen denken. En toch… het voelt of je in een andere jas gekropen bent, waar je jezelf niet in thuis voelt, hij zit niet lekker, je beweegt niet gemakkelijk, maar tegelijk kun je hem niet van je afschudden.

Na een lange periode zonder verjaardagvieringen, komt er zo af en toe weer eens een uitnodiging. Gelijk dat nare onderbuikgevoel… wel gaan, niet gaan. Doen alsof je er wel weer aan toe bent, of jezelf toestaan dat je er nog helemaal niet aan kunt denken. Een ander weet het wel te vertellen wat je moet doen. Het duurt veel langer voor je het zelf ook weet. Nee, een verjaardag is nu nog even niet de plaats waar je zoveel energie aan wilt verliezen.

Het meeleven ebt weg, het gewone leven gaat weer door, nieuwe sterfgevallen volgen. Je probeert de structuur van elke dag zo goed mogelijk vast te houden. Maar wat weegt het zwaar… alleen de zorg te dragen voor je kind, zo complex met zorgen op allerlei gebied, beslissingen die je moet nemen. En wat te doen bij de vele, vele kleine dingen waar je tegenaan loopt, zoals een bolletje verwisselen, verstopte afvoer, kapotte accu. En het onderhoud wat je man zo trouw deed, maar wat je zelf niet helder op je netvlies hebt…. De auto die voorheen zo keurig bijgehouden werd en nu week in week uit je aan staat te grijnzen met zijn vieze buitenkant en stoffige binnenkant…

Soms kun je verdrinken in al de aardse, dagelijkse beslommeringen. Dan was het nog niet zo’n verkeerde tijd, toen, tijdens het ziekbed. Alles om je heen stond op non-actief, het hoefde allemaal niet, je was samen bezig met het zoeken van Gods aangezicht, het smeken om Zijn ondersteuning, want de dood stond voor ogen. Je leefde in afhankelijkheid van Hem, Hij is immers de Gebieder van leven en dood, ziekte en gezondheid. De boom is gekliefd, hij wel, jij niet… O waarom dan nu zo ver bij Hem vandaan? Hij plaagt en bedroefd de mensenkinderen niet van harte maar daarom dat zij zich tot Hem bekeren zouden. Dat aardse bestaan heeft z’n glans verloren, maar dat er dan toch een uitzien mag zijn naar Boven!!

Lenie Klop-de Pater

Wat een voorrecht. Wat maakte de Heere een onderscheid. Na een intensief traject van chemokuren en bestralingen kreeg u een bijzonder bericht van de artsen: de ziekte was weg. Eigenlijk niet voor te stellen, na alle zorgen die er geweest zijn. Eigenlijk durfde u het in eerste instantie niet te geloven. En toch geloofde u dat de arts de waarheid sprak. De ziekte was weg. De blijdschap ging overheersen. U dacht er aan hoe anders het had kunnen zijn. Wat een storm was er opgestoken vanaf het moment dat u de diagnose kreeg. En wat werd het hele leven toen onzeker. Maar de Heere gaf een bijzondere wending. U kunt Hem er nooit dankbaar genoeg voor zijn. U mocht blijven leven.

Toch ging het óók tot u doordringen dat u niet meer dezelfde was als voorheen. De chemo en de bestralingen zijn niet zonder grote gevolgen gebleven. Steeds meer ging u beseffen dat het leven nooit meer zou worden zoals vóór de ziekte. Langzaam aan probeerde u de draad van het werk weer op te pakken. Maar wat kostte het u veel energie. Er was een stuk kwijt. En u wist het: dit is een blijvend gevolg van de ingrijpende behandelingen. En uiteindelijk raakte u uw baan kwijt.

Uw leven heeft u mogen behouden, maar toch is er sprake van verlies. Verlies waarvoor dus niemand op de begraafplaats geweest is. Het heeft de naam gekregen van levend verlies. Dingen die u kwijt geraakt bent, terwijl u nog in leven bent. Dingen die niet meer terug zullen komen. Bij een begrafenis ziet iedereen aan de nabestaanden hoe de rouw hen tekent. Maar hoe gaat men om met uw verlies? Uw levend verlies?

Mogelijk stuit u op onbegrip. Misschien is er aan de buitenkant nauwelijks iets aan u te zien. Maar u bent toch iets kwijt. U bent veel kwijt. En het is goed om daar voor u zelf een naam aan te geven. Mogelijk zou een ritueel hierbij  helpend kunnen zijn. Het is goed om te praten over uw levende verlies en om het in zekere zin zichtbaar te maken. Dan krijgt ook dit verdriet een gezicht. En dan mag óók u tranen laten, zonder dat er iemand begraven is.

L. Huisman

Een tegenslag, een boodschap die het leven op de kop zet, het verlies van je geliefde, hoe moet je leven verder? Paulus zat in de gevangenis in Jeruzalem en daar klonk het Woord niet voor niets: heb goede moed!

Misschien  ga jij of gaat u het ziekenhuis in, een behandeltraject in of sta jij aan de grond genageld bij het open graf. De vrijheid ontnomen in een toekomst die je toelacht. Donkere wolken pakken zich boven je leven samen. Het Woord wat ooit eens tot je sprak blijft gesloten. Tot het moment dat je nood op het hoogst klimt, een tekst of psalmvers komt in gedachten en raakt je hart. Net voor de ingrijpende operatie, de uitslag van een onzeker onderzoek of de dag van begraven. Je vindt rust, vrede daalt neer en je kunt getuigen: “Gewis, de Heere was aan deze plaats”. Later zie je terug en je vraagt vertwijfelt af waar de vrede is die je toen ervaarde. Is de kracht uit de getuigenis weg, was de bemoediging wel waar, echt van de Heere voor jou?

Bij Paulus ging aan de bemoediging de ontmoeting met Jezus op de weg naar Damascus vooraf. Hij werd door het Licht geveld en was blind. De Heere kende Paulus, maar Jezus die hem verscheen achtte hij als dood. En vervolgde die van die weg – in Zijn opstanding – geloofde en getuigde. Paulus sloeg tot dat moment de ‘verzenen tegen de prikkels’, hij loochende de opstanding waar Stefanus stervend van getuigde. Tot Jezus hem verscheen, Paulus Hem Zelf zag, Zijn stem hoorde en als dood op de grond viel.

Veel wat ons bemoedigt brengt ons niet tot verootmoediging. Veel kennis van God, Zijn Woord en de openbaring aan ons van de Christus brengt ons niet aan de grond. Uit dieptepunten in ons leven stijgen we weer op, hoe ingrijpend die ook zijn, soms bemoedigd door een tekst of psalm. Tot onze verwondering in eigen kracht de weg vervolgend. Tegenslag, zelfs tot het aangezicht van de dood, doet ons niet roepen: wie bent U Heere? Alleen waar Jezus Zelf ons verschijnt gaan we door de knieën. Bij het zien van Zijn heerlijkheid vallen wij pas dood voor Hem neer.

Verootmoedigd voor deze Heere klinkt het uit liefde tot ons: Ik ben Jezus die u vervolgd. Bevend en verbaasd vragen wij Hem: wat wilt U dat ik doen zal? Om tot onze bemoediging te horen: Sta op en u zal gezegd worden wat u doen moet! Bemoedigd, tot verootmoediging om voor Jezus te staan en het leven in te gaan. Al is het om voor koningen en keizers te getuigen, vrees niet want Jezus zal u zeggen wat u spreken moet.

Het bestuur Stichting Winstuitverlies wenst u/jou in het nieuwe jaar toe: dat Jezus tot ons zegt ‘heb goede moed’!

Henk-Jan Koetsier

Hoeveel jaar geleden alweer
Moet dat praten elke keer?

Maar ik heb nog zoveel pijn,
mag dat er dan niet meer zijn?

Zeg het ons nu maar,
ook al is je last nog zo zwaar.

Praten is soms echt niet fijn,
maar wel als het lotgenoten zijn.

Lotgenoten.. het klinkt zo raar,
maar in feite is het wel waar

Veel praten is niet overbodig,
maar vaak maar een half woord nodig.

Bij mij is het ook wel eens zwart,
door alle pijn die ik voel in mijn hart

Bij mij rolt er ook wel eens een traan,
door alles wat ik moet doorstaan

Bij mij is ook het onbegrip van anderen,
en denk ik dat ik snel moet veranderen.

Bij mij is het ook: gevoelens heen en weer,
en daarna dat ik weer panikeer

Weet dat ik het meen
Het dragen hoeft niet alleen

Voor mij moet je het niet laten,
je kan met mij open praten

Janita,
Deelneemster Jongeren Winstuitverlies

Kanker ontwricht je leven. Dat is één van de eerste zinnen die je leest als je naar de site van KWF kankerbestrijding gaat. Op deze site is heel veel informatie te vinden, over heel veel soorten kanker.

En wat het met je doet als je de diagnose krijgt. En wat het betekent voor je familie, je omgeving. Christen of niet-christen: iedereen die kanker krijgt, zal van harte beamen dat het je leven ontwricht. Iemand zei eens: “Als je de diagnose krijgt, is het alsof je levenshuis staat te schudden op zijn fundamenten.” Herkenbaar, toch, voor u die zelf getroffen werd door kanker of voor u die dat meemaakte in uw nabije omgeving?

Ontwrichting, een fundament dat niet meer stevig lijkt te zijn. Er kunnen nog veel meer uitdrukkingen genoemd worden die iets tekenen van wat iemand ervaart die zelf kanker heeft gekregen, of die dat in de directe omgeving meemaakt of meemaakte. Laten we maar teruggaan naar de zin waar we mee begonnen: een ontwrichting van je leven. Die ontwrichting heeft alles te maken met onzekerheid, met het wegvallen van zekerheden. Met veel onbeantwoorde vragen. Is er nog een behandeling mogelijk? Kan ik nog genezen? Of is er alleen nog te hopen op verlenging van mijn leven, terwijl de kwaal niet weggenomen kan worden? Als een deur van een huis ontwricht is, zit er niets meer op zijn plaats. De scharnieren zitten niet meer goed en de deur sluit niet goed meer. Het is niet meer zoals het was.

In Mattheús 7:27 lezen we óók over een ontwrichting. Een huis dat geen goed fundament had, is gevallen toen de slagregens kwamen en toen de waterstromen en de winden aansloegen tegen dit huis. De strekking is ons als Bijbellezer bekend: het is onmisbaar nodig dat ons levenshuis gefundeerd is op de Rots Christus. Betekent dat verder dat iemand die in Christus geborgen mag zijn, gevrijwaard is van slagregens, stormen en waterstromen? Betekent het dat het minder erg is als zo iemand de diagnose kanker krijgt? Nee, zeker niet. Maar te midden van alle ontwrichting die dan ervaren wordt, mag er een dieper fundament zijn. Dan mag wel eens gezongen worden: ”In de grootste smarten, blijven onze harten, in de Heere gerust”. Dan mag men weten dat het Gods weg is.

Weliswaar een moeilijke weg, naar de mens gesproken een onmogelijke weg. Maar dan mag er kracht verkregen worden uit Hem, van Wie Jesaja al zoveel eeuwen geleden heeft geprofeteerd: “Onze smarten heeft Hij gedragen.” Er staat niet dat er dan geen smarten zijn of nog komen zullen. Maar als het oog des geloofs op Hem mag zien, dan wordt gezien dat Hij de zwaarste last droeg. Die droeg Hij, opdat het voor de Zijnen draaglijk zou zijn. Opdat ze nog vaster gefundeerd zouden worden op de Rots. Opdat ze bewaard worden voor een algehele ontwrichting.

L. Huisman

Vandaag heb ik hem weer zo gemist, mijn lieve Wim. In alle vezels van m’n lichaam, maar ook in de praktische, tastbare dingen. De auto was zo vies… iedere keer zag of voelde ik haast zijn afkeurende blik dat ik hem ‘nog steeds’ niet schoon gemaakt had en uitgezogen (hij deed het iedere week minstens 1 keer). Het onkruid tussen de straatstenen kwam her en der omhoog en al die sprietjes leken me uit te lachen en tegen me te zeggen dat ze het van me gewonnen hadden (bij Wim kregen ze geen kans). De grond in de tuin was zo plat geregend dat ik langslopende mensen bijna hoorde denken dat het er voorheen niet zo bij zou liggen (Wim schoffelde bijna elke dag). Vandaag kom ik er voor de zoveelste keer achter dat ik alleen niet kan, wat we samen konden.

Wat voel ik me vandaag ontredderd zonder Wim! Nee, niet dat dit direct aan me te zien of te merken is. Ook hoor je me dat zelden hardop zeggen. Uiterlijk ga ik m’n gang en doe ik m’n ding. M’n dagtaak bestaat grotendeels uit zorgen voor ons lieve meisje. Na 31 mei 2020 is er alweer zoveel gebeurd, juist ook met haar. Ze kreeg onlangs de diagnose diabetes type 1. Wat is het me zwaar gevallen, dat ik dit zo alleen moest doormaken en niet met Wim kon delen.
Vandaag schrik ik ervoor terug om te voelen hoe het voelt dat Wim z’n plaats echt leeg is en leeg zal blijven. Alle dagen die ooit vandaag hebben geheten, is zijn afwezigheid zo tastbaar aanwezig. Vandaag besef ik voor de zoveelste keer, dat het gemis alleen maar groter wordt.

Vandaag vroeg mijn meisje nog aan me: mama, waarom huilt u niet? Ik zei, mama huilt wel, maar je ziet het alleen niet. Ze vond dit moeilijk, want ze wilde me zó graag troosten en dat kon in haar beleving alleen als ik huilde. Ze snikte tegen m’n schouder: kon ik uw verdriet maar wegnemen. Wat heeft dat kind ook een zwaar pak te dragen. En wat is het moeilijk om haar daar op een goede manier in te begeleiden.

Vandaag zijn we toch ook weer dankbaar voor de dingen die ik in ieder geval vandaag mocht doen, het uitzuigen van de auto, het onkruid trekken, het schoffelen van de tuin, het eten koken, de wandeling. Vandaag ben ik ook dankbaar voor de momenten die we samen met Anthonette hebben gehad, voor het samen dragen en delen van ons verdriet. Vandaag ben ik dankbaar voor het schijnen van de zon en het vallen van de regen.

Vandaag is alles een beetje moeilijker, hoe zal het morgen zijn? God weet het. Als we alles in Zijn hand mogen leggen, wat zou ons pak dan een stuk lichter zijn. Te mogen weten dat alles wat God doet, goed is en Hij dit niet doet om ons te plagen, maar juist opdat we ons naar Hem toe zouden wenden. Daar wil ik vandaag mee besluiten.

Lenie Klop-de Pater

‘Als het water je tot aan de lippen staat, neem dan een taartje’. Deze geweldige zin las ik onlangs in het boek ‘De jongen, de mol, de vos en het paard’ (zeker een aanrader). Deze zin deed me denken aan wat een vriend van mijn ouders ooit zei.

Het was in een spannende week waarin we de uitslag zouden krijgen van de scan, die mama kort daarvoor had gehad. Wat hij zei was het volgende: ‘Wat de uitslag ook wordt, zorg dat er taart in huis is. Ook al is de uitslag slecht, ga ook (of vooral) dan even met jullie hele gezin een taartje eten.’ Hij bedoelde dit om aan te geven dat je op mooie en moeilijke momenten met elkaar moet gaan zitten, elkaar in de ogen moet kijken en met elkaar moet praten. Juist als de uitslag die volgt moeilijk is, is het goed om dat te doen. En naast dat taart ook gewoon lekker is, mag zo’n taartje ook symbool staan voor ‘we gaan niet bij de pakken neerzitten, we gaan (met Gods hulp) door!’

Terug naar de uitslag die mijn moeder zou krijgen. Ik weet nog precies dat ik binnenkwam in de kamer. Mama vertelde dat gebeld was en dat de uitslag niet goed was. Ze zou bestralingen moeten ondergaan. En nadat mij dat verteld was, gingen we wat drinken. Mét taart, want als het water je tot aan de lippen staat, dan moet je een taartje nemen. Even een moment van rust met ons hele gezin, voordat er een onrustige tijd zou aanbreken.

Gelukkig leeft mijn moeder nog steeds en hebben de bestralingen het werk gedaan, wat ze zouden moeten doen. Maar het blijft elk halfjaar, als mama weer een scan moet ondergaan, weer spannend. Eén ding is in ieder geval wel elk half jaar hetzelfde. Bij ons staat op de dag van de scan taart op tafel.

Nunspeet, 30 juni 2021
Thirza van Engelen

Pijn hebben, verdriet voelen: het maakt je onzeker. Hoe kan je dan snakken naar een blijk van meeleven. Geen mogelijke verklaring of oplossing om eruit te komen, maar erkenning voor hoe jij het beleeft.

De knobbel in mijn lies was duidelijk voelbaar. Tenminste, als je wist hoe je moest voelen. En dat wist ik, m’n internist (nog) niet. Zoals hij het dan ook beoordeelde, was het niet iets bijzonders. Het was niet opnieuw kanker. De pijn die ik had, met als gevolg onzekerheid, kon hij echter maar even wegnemen. Een paar uur na het bezoek aan hem was mijn overtuiging er weer. De knobbel, de pijn die het gaf, was wel ernstig. Een klein halfjaar later moest mijn internist, op grond van vervolg onderzoek na mijn aandringen, erkennen: opnieuw heb je kanker.

Aanhoudende ernstige vermoeidheid na de behandelingen voor kanker brak mijn kracht. Rusten, fysiotherapie of wat dan ook gaf geen verbetering van mijn conditie. Goed bedoelde adviezen, ook van professionals, maakten mij mismoedig. Zelf begreep ik het ook niet. Ik vond het moeilijk te erkennen dat het niet lukte. Bedrijfsartsen, internisten en leidinggevenden, niemand kon mij erkenning geven. Feitelijk was het alleen aan de gevolgen meetbaar, maar bleef de oorzaak onduidelijk. Uiteindelijk kostte het mij meerdere keren mijn baan. Juist bij ‘christelijke’ werkgevers vond ik geen barmhartigheid en/of erkenning van het gebroken zijn in mijn kracht. De uiteindelijke genoegdoening in vorm krijgen van ‘financieel waar je recht op hebt’ gaf geen voldoening. Hoe anders bij mijn eerste ‘onchristelijke’ werkgever, daar waar ik werkte toen ik 1e keer kanker kreeg. Zij namen mij opnieuw in dienst terwijl zij wisten, wisten dat ik ‘gebroken in mijn kracht was gebleven’.

Erkenning is meer dan erkent worden in jouw eigen vermoeden of gelijk. Erkend worden in wie je bent (geworden) en de weg die jij hebt afgelegd in lijden of meelijden in overlijden van je geliefde. Erkenning geven is erkenning ontvangen. Zonder oordeel in dialoog gaan, erkenning geven in waar de ander staat en woorden geven aan iemands lijden. Omdat jij hem of haar in het leven verstaat.

Hoe kon Jezus de ander erkenning geven in wat de ander van harte bezig hield. ‘Meester, waar woont u?’ vroegen de eerste discipelen. ‘Kom en zie’, antwoordde Jezus. Jezus zat ook aan de maaltijd in het tolhuis van Levi, en ook vele tollenaren en zondaren. Gemeenschap met en erkenning van de mens in zijn nood. ‘Geef Mij te drinken’, vroeg Jezus de samaritaanse vrouw bij de waterput. Gemeenschap, hoewel Hij een Jood was, in de erkenning dat zij Hem water kan geven. Daarop ontving zij zoveel meer van Jezus: levend water en de Geest die van Hem uitgaat.

Erkennen van elkaar door in dialoog te gaan. Niet door te delen wat wij menen (Ik en het – Martin Buber), maar in de relatie te staan (Ik en Gij). Hoe groot het lijden ook is en blijft. Dan alleen ontmoeten wij elkaar, echt!

Henk-Jan Koetsier

In het ziekteproces van mijn man, hebben we ons dochtertje van 6 jaar altijd direct verteld wat we zelf ook wisten. Hoe hartverscheurend om eerst in de spreekkamer van de arts de boodschap te horen te krijgen dat er een uitgezaaide tumor gezien is en dat de arts zich grote zorgen maakt, dat moment vergeet ik nooit. Alles had ik wel willen geven om mijn lieve man te bevrijden van deze verschrikkelijke boodschap. Ik keek naar hem en sloeg mijn arm om hem heen. Wat voelde ik een hevige pijn van binnen.

Als in een droom zijn we het ziekenhuis uitgegaan. Op weg naar huis. Daar wacht ons lieve meisje in spanning op onze thuiskomst. Het ligt op mijn schouders om in rustige, kalme en zoveel mogelijk kinderlijke taal uit te leggen wat de dokter heeft gezegd. De uitdrukking in haar ogen… wat had ik dit mijn kind graag willen besparen. Maar de Heere kan alles hè mam. Hij kan papa beter maken. Kinderlijk vertrouwen…

De berichten worden iedere keer slechter en toch dat vertrouwen. Dan op een dag wordt er heel duidelijk gezegd dat er geen enkele hoop of verwachting meer is. We verlaten voor de laatste keer samen het ziekenhuis. Naar huis gestuurd om daar te wachten op het einde. Wat een teleurstelling bij ons meisje… ik heb er zoveel om gevraagd of papa beter mocht worden. Dan vat ze nieuwe moed: Mama, de Heere kan ook dode mensen opwekken. Dus als papa straks gestorven is, kan Hij hem weer levend maken…

Mijn man zit erbij en hoort het gesprek zwijgend aan. We zitten met z’n drieën zo dicht bij elkaar en toch onmachtig elkaar te helpen. Alleen het gebed verbindt. Het is alles in Zijn raad besloten. We zullen dat nooit kunnen veranderen.

Wat een slag als papa dan toch gaat sterven. Een en al verwarring… zo vaak de Heere gebeden en toch neemt Hij papa weg. Begrijpen kunnen we het nooit. Wat een voorrecht als we mogen aanvaarden dat Hij het nooit verkeerd doet. Op de dag na de begrafenis zitten we samen aan tafel, zegt ze: mam, we kunnen best samen verder hè, ik heb toch nog een Hemelse Vader. …

Gij ziet het immers, want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geve; op U verlaat zich de arme Gij zijt geweest een Helper van de wees – Psalm 10 vers 14

Lenie Klop-de Pater

Sinds de uitbraak van de coronacrisis hebben er veel onderzoeken met betrekking tot kanker stilgelegen. Duizenden mensen zijn te laat gezien door een arts en zijn daardoor overleden. Althans, zo lezen we in de pers. Te laat gezien en te vroeg overleden. Maar dat is menselijkerwijs gesproken. Want komt een arts te laat met een diagnose? Of komt de dood te vroeg?

“Ja, Gij, Wiens wijsheid nimmer faalt, had mijn geboortestond bepaald”. Dit was de belijdenis van de dichter van Psalm 139. Onze geboortestond, maar ook ons stervensuur. In die zin is er bij de Heere dus geen “te laat“ of “te vroeg”. Het lag alles zelfs al van eeuwigheid vast. In deze zelfde Psalm 139 lezen we: “Al deze dingen waren in Uw boek geschreven”. Daarvan zeggen de kanttekeningen zo treffend: “Gij hebt zo wel geweten wat mij wedervaren zou, alsof het voor Uw ogen in een boek geschreven stond, te weten in het boek van de memories van Uw voorzienige regering.”

Dat het al van eeuwigheid vast lag, kan soms troost geven. Dat neemt niet weg dat er heel veel vragen overblijven als er zogeheten medische fouten gemaakt worden. Wat blijven er een vragen over als we horen dat het allemaal anders gelopen zou zijn als er eerder een diagnose gesteld was. Wat ingrijpend als er door uitgestelde zorg niet meer die behandeling ingezet kon worden, die mogelijk levensverlengend geweest had kunnen zijn. Levensverlengend, weer zo’n uitdrukking waarbij we moeten zeggen: menselijkerwijs gesproken.

En met dat alles kunnen we het nooit kloppend krijgen: onze verantwoordelijkheid om op tijd naar een arts te gaan, daarnaast het gegeven dat artsen zeker in coronatijd niet aan alles prioriteit konden geven, en aan de andere kant te weten dat het alles al van eeuwigheid in Gods boek beschreven stond. Het boek van Gods voorzienige regering. We zeggen wel eens tegen elkaar: in dat boek kunnen wij niet kijken.

Toch mogen we er wel eens in kijken. Achteraf. Het hééft zo moeten gaan, belijden we dan. De arts kwam niet te laat en de dood kwam niet te vroeg. De arts kwam op dat tijdstip dat in dat boek was vastgelegd. Dat was Gods wil al van eeuwigheid. Wat een genade als we onze eigen berekeningen mogen loslaten. Om te mogen belijden en beleven (!) dat het Gods vinger was, Die met Zijn Goddelijke pen mijn levensboek beschreven heeft. Er kwam geen diagnose te laat en er kwam geen diagnose te vroeg.

L. Huisman