Wat als stekje begon, is gegroeid tot een boom. Van het initiatief tot een contactdag in Maart 2010 staat Stichting Winstuitverlies tot op deze dag. De stichting, opgericht op 3 september 2010, bestaat dit jaar 12,5 jaar. Een moment van gedenken. Samen willen we dat met de deelnemers doen op de contactdag 18 maart a.s.

Wat is er veel leed geleden en gedeeld. Velen zijn ons ontvallen door de dood. We gedenken hen in liefde. Anderen zijn verwonderd dat zij nog in leven zijn. Met hen beleven we die verwondering. Waarom leef ik nog wel en zij die ons ontvielen niet? Ouders gedenken dagelijks aan hun kind wat zij verloren. Tot op het sterfbed van de ouder hoor je over dat kind wat van hen werd afgescheurd. Of een gezinslid wat spreekt over het verdriet dat men zag van zijn of haar ouders. De dood van een geliefde, in welke betrekking we ook tot hen staan, trekt onuitwisbare sporen. En niet alleen het verlies van je geliefde, maar ook het lijden wat daaraan voorafging, moet nog overwonnen worden.

Hoe voor dezen gedenken de gunst die de HEERE heeft gegeven. Hoe moeilijk kan dat zijn. Wat een worsteling om het eens te zijn met de weg die de HEERE gaat. Dat hoeft niet in opstand te zijn. Het kan ook zijn dat wij Zijn raad verduisteren met onze wijsheid. De gedachten in ons kunnen zo vermenigvuldigen dat als een donker gordijn om ons heentrekt, waarin we dreigen te verzinken.

‘k Zal nauwkeurig op Uw werken, niet die van ons mensen, gadeslaan. Die te onderzoeken in Zijn tempel, in Zijn Woord. Misschien houden we het dan ook vol te blijven staan in onze wijsheid. Zalig wie zich met Job ‘verfoeid in stof en as’ voor God. Dan merken we pas op derzelve uitkomst. En gaat het van bittere klacht naar spreken over de wond’ren van Zijn hand. Niet alleen overdag, maar zelfs in de nacht.

In de nacht, als het donker is om ons heen. De uitslagen van het onderzoek met spanning worden afgewacht. Het gemis van onze geliefde, misschien wel in omstandigheden die verblijdend zijn, zo intens wordt gevoeld. Als de HEERE ons zicht geeft op Zijn wegen, dan gaan we Zijn lof zingen. De HEERE heeft bij ons wat groots verricht. Dat blijft de ongelovigen niet onopgemerkt (Psalm 126).

‘‘k Zal gedenken’, dat willen we met u en jou doen. Voor de vele ontmoetingen rond het Woord van God bij kanker. Gesprekken waarin we, zo God het geeft, ons in Christus met elkaar verbonden voelen. We willen u en jou bedanken voor wat in vertrouwen met ons werd gedeeld. Winst-uit-verlies is het als we, door wat we meemaken, Zijn Naam verheerlijken en vrede vinden in de wegen die God met ons en onze geliefden gaat.

“Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen gelijk ik ook gekend ben. En nu blijft geloof hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde” – 1 Korinthe 13 vers 12-13

‘k Zal gedenken, hoe voor dezen
Ons de HEER heeft gunst bewezen;
‘k Zal de wond’ren gadeslaan,
Die Gij hebt van ouds gedaan;
‘k Zal nauwkeurig op Uw werken
En derzelver uitkomst merken;
En, in plaats van bitt’re klacht,
Daarvan spreken dag en nacht

Psalm 77 vers 7 (berijmd)

Henk-Jan Koetsier,
Initiator en voorzitter Stichting Winstuitverlies

Terwijl ik na zit te denken over een titel voor deze column, komt het woord verwachting in me op. Wat kunnen we als mens veel verwachting hebben, bewust dan wel onbewust. Het kan betrekking hebben op grote, maar ook op heel kleine zaken die ons diep kunnen raken. In de context van ziekte hebben we ook allemaal onze verwachting, juist dan.

Ik ga met mijn gedachten terug naar 8 januari 2020. We hadden een afspraak bij de uroloog. Hij zou ons vertellen wat de uitslag van de CT scan, gemaakt op 24 december 2019, zou zijn. Wat waren we gespannen. Het was immers niet voor niets dat de leverarts, waar Wim onder behandeling was, ons oudejaarsdag opgebeld heeft. Ze hadden iets gezien op de scan, nee, ze kon niet zeggen wat… Daarvoor moesten we naar de uroloog. Het was zijn vakgebied. Ik zie de wachtkamer nog voor me, waar we heel lang moesten wachten. Eindelijk worden we opgehaald en stappen we de spreekkamer van de arts binnen. Een kamer helemaal in de hoek van de gang. We krijgen twee stoelen aangeboden en de arts neemt plaats achter het bureau. Hij neemt de computer erbij en laat ons de uitslag van de CT-scan zien. Daarbij wijst hij op een klein grijs balletje wat er niet hoort te zitten. Het gaat om een kwaadaardige uitgezaaide tumor… Sinds deze dag weten we met zekerheid: er bevindt zich een ongeneeslijke ziekte in het lichaam van hem die mij zo dierbaar is! We zijn diep verslagen en even voel ik mij zo intens verdrietig, maar daarna is al mijn hoop en verwachting weer op de arts gericht. Ik blijf hem vragen: wat nu? Is er nog wat aan te doen? En steeds weer geeft de arts hetzelfde antwoord: ik maak me grote zorgen, maar kan verder nog niets zeggen. Er zal verder onderzoek nodig zijn. Tot ik eindelijk besef dat ik niets anders van hem kan verwachten… We verlaten de spreekkamer zo totaal anders dan toen we binnenkwamen. Wim stil en geheel verslagen en ook ik heb geen woorden meer. Alleen een stil gebed in mijn hart…

22 januari wordt de PET/CT scan gemaakt waarvan we op 23 januari de uitslag te horen krijgen. Als we al hadden verwacht dat we nu meer duidelijkheid zouden krijgen, werd dit al direct de bodem in geslagen. De uitslag geeft veel activiteit aan in diverse delen van het lichaam, maar er is meer onderzoek nodig om te bepalen om welke vorm van kanker het gaat. Er gaan weken overheen, voor we eindelijk ook de uitslagen van deze onderzoeken hebben. Al die tijd verwachten we toch heimelijk dat het ziekenhuis met een plan van aanpak komt, dat de vreselijke ziekte gestopt en uitgeroeid kan worden. Maar helaas… hoe groot de medische wetenschap en kennis ook is, ze kwamen er niet uit. Zelfs de bron hebben ze niet kunnen achterhalen. 24 maart zijn we voor het laatst in het Erasmus MC bij de oncoloog. Zij kunnen niets meer voor Wim betekenen en geven de zorg terug aan de huisarts. De verwachting is dat Wim nog enkele maanden te leven heeft.

En dan… waar de verwachting op de artsen afgesneden is, dan is er maar één weg die openblijft. De weg naar Boven. Het is niet met woorden uit te drukken wat er door ons heen gegaan is in die laatste maanden. Zeker ook bij Wim zelf. En toch, nu we erop terugzien, moeten we zeggen dat het zeker niet de slechtste maanden zijn geweest. We waren (het was nog in de eerste periode van de corona) zo op elkaar aangewezen. Wat hebben we eerlijke en diepe gesprekken gehad met elkaar. Ons lieve 6 jarige meisje met al haar vragen, maar bovenal met haar verwachting dat de Heere papa weer beter kon maken. Echter, al onze verwachting werd de bodem ingeslagen, mijn lieve man en de papa van ons meisje werd niet meer beter. De ziekte heeft zijn lichaam gesloopt. En toch… ook nu, aan het einde van het jaar in deze moedbenemende en ondergaande wereld, in ieders grote en kleine zorgen, in moeite en verdriet, in ziekte en tegenslagen is er Verwachting. De grote vraag voor mij en u persoonlijk: Verwachten wij (het van) Hem met wie we nooit beschaamd uit zullen komen, zelfs niet bij ’t naderen van de dood? Dat het in ons hart nog eens waarheid mocht worden of zijn: En nu, wat verwacht ik, o Heere? Mijn hoop, die is op U (Ps.39:8).

Lenie Klop – de Pater

Lazarus is ziek. Hoe lang al? We weten het niet. Om welke ziekte gaat het? We weten het niet. In ieder geval lezen we verschillende keren aan het begin van Johannes 11 dat hij “krank” was. Daarvan zegt de Heere Jezus dat deze ziekte niet tot de dood is. Toch is Lazarus gestorven. Hoe is dat dan? Wel, door dit alles heen gaat Christus Zijn heerlijkheid openbaren. De ziekte heeft inderdaad tot de dood geleid, maar Christus gaat een groot wonder verrichten: Lazarus wordt uit de dood opgewekt. Kan dat in onze tijd nog? Ach, de Heere is een almachtige God. Hij kan geestelijk dode zondaars levend maken, maar Hij kan ook letterlijk doden opwekken. Maar zoals Hij dat deed tijdens Zijn omwandeling op aarde, doet Hij dat nu niet meer. Hij zal het nog wel eenmaal doen: op de jongste dag.

Ik wens allen die de ziekte kanker hebben toe dat deze ziekte niet hoeft te leiden tot de dood, zoals de ziekte van Lazarus. Maar we mogen wel wensen en bidden dat de ziekte mag leiden “tot heerlijkheid Gods”. Dat het ziekteproces zoveel met u doet, dat het u klein maakt voor God. Dat het u eerlijk maakt. Dat u met lege handen voor God komt te staan. Handen vol gezondheidszorgen, maar dat zijn ook handen vol zonden. Dan is er werk voor een Heelmeester. En al zou u dan lichamelijk niet kunnen genezen, al zou u voortdurend blijven tobben met alles wat deze ernstige ziekte met zich mee brengt, dan zou er toch winst mogen zijn, terwijl u denkt (steeds meer van) uw gezondheid te verliezen. Maar als het verbindt aan de Heere, als het u klein en afhankelijk gemaakt heeft, als er zicht komt op Christus, dan is dat winst, die u overigens niet altijd ziet.

Hoe is het toch mogelijk: mensen die de dood verdiend hebben, mogen geestelijke winst ervaren bij verlies van hun gezondheid. Hoe dat mogelijk is? Dat is verdiend door Christus.

Hij was (naar Jesaja 53) een Man van smarten en verzocht in krankheid, Die de krankheden van de Zijnen op Zich heeft genomen. Alleen door die verdiensten is er bij ziekte, bij ernstige ziekte, sprake van winst uit verlies.

L. Huisman

Opnieuw blijkt bij de controle bij de dermatoloog dat ik plekken met huidkanker heb. Eén van de gevolgen, late effecten, van de mantelveldbestralingen die ik in 1992 kreeg. Van één van de plekken de kankercellen weggeschraapt, van de andere wordt een biopt genomen. De uitslag laat op zich wachten. Het is de tweede keer dit jaar, en sinds 2016 de … ik ben inmiddels de tel kwijtgeraakt. Dit type huidkanker is niet direct levensbedreigend en is goed te behandelen. Toch wordt het bij alles wat ik al mee heb gemaakt aan controles, uitslagen en behandelingen een steeds grotere belasting. Alleen al ‘de prikken’ voor verdoving, waarbij de standaard vraag is of ik ook ergens allergisch op reageer. Mijn reactie: “Ja, ik ben allergisch voor het prikken zelf geworden”.

Fysiek en mentaal raak ik in verzet, de weerstand die ik bied tegen het ondergaan van lijden wordt sterker. Nee, daar heb ik geen grip op. Met mijn verstand weet ik best dat het beter is behandeld te worden tegen ‘kwaadaardige cellen’. Natuurlijk ben ik dankbaar voor de mogelijkheden die de goede zorg ons biedt. Toch biedt alles in mij weerstand tegen de herinnering, de pijn en het lijden wat het mij opnieuw geeft.

Het voorkomen dat het mij weerstand geeft, kan ik niet. Tijdens de behandelingen die ik kreeg voor Hodgkin moest er op een gegeven moment Neupogen worden gespoten. De internist dacht dat ik dat zelf best kon, en ik ook wel. Hij kwam zelfs kijken toen ik onder begeleiding van een verpleegkundige een poging deed. Het technische gedeelte ging goed, het vullen van de spuit vanuit de injectieflacon. De naald zelf bleef ‘hangen’ boven mijn bovenbeen. Zonder dat ik dat wilde blokkeerde mijn arm. Ik kon de weerstand niet breken om zelf te prikken… het werd voor mij een onvergetelijke levensles.

Weersta de duivel, het kwaad, en hij zal van je vluchten (Jakobus 4 vers 7). Wie het gedaan heeft, om God in alles meerder gehoorzaam te zijn, zal ondervonden hebben dat het je niet lukt. Tenminste niet in eigen kracht. Een les in nederigheid, want God geeft alleen die nederig is Zijn kracht uit genade. Verneder je onder de krachtige hand Gods (1 Petrus 5 vers 6). Gods Woord wat Hij tot mij sprak de eerste keer dat ik de diagnose kanker kreeg. Een begeerte die blijft: Zalig, zalig niets te wezen in mijn eigen oog voor God. Wat God doet dat is welgedaan, Zijn wil is wijs en heilig.

Weerstand, hadden Adam en Eva het geboden dan waren wij het goede van God niet kwijt. Weerstand bieden aan het kwaad in onze wereld, is goed. Dat is wat God van mij, van ons vraagt. Uit liefde tot, in het geloof van, met de hoop op Gods genade en kracht in Christus door Zijn Geest. Dan wil, en kan, en zal God ons redden uit alle nood in ons lijden. Daar is mijn leven getuige van, het heil is van de Heere!

Henk-Jan Koetsier

De vakantie ligt weer achter ons. Het ‘gewone’ leven wordt weer opgepakt. Op het moment dat ik dit schrijf, zijn de scholen in mijn regio weer begonnen. Ineens zijn de contacten er weer met de juf/meester, ouders en andere mensen die je wekenlang niet gezien of gehoord hebt. Regelmatig klinkt dan ook de vraag: En… goede vakantie gehad? Tja, alle antwoorden die ik in gedachten al gemaakt had, zijn weggezakt. Hoe zal ik er ook woorden aan kunnen geven… wat zal ik daar toch op antwoorden? Het makkelijkste antwoord is: ja hoor! Dan ben je van verdere vragen af, maar mijn gedachten vinden dit toch echt te kort door de bocht. Het voelt niet goed, niet compleet. Zeker was het in meerdere opzichten fijn dat het vakantie was. Voor mij had deze vakantie iets weg van een ontdekkingsreiziger. Ergens naar toe gaan en totaal niet te weten hoe dat zal gaan en wat het met je zal doen.

Mijn doel voor deze vakantie was gericht op mijn dochter… als zij maar een fijne en leuke vakantie had. Niet te veel belemmerd door het feit dat ze geen papa meer heeft en dat haar mama eigenlijk helemaal geen energie heeft om iets te ondernemen. Toch worden er plannen gemaakt én uitgevoerd. Zo begonnen we met een weekje op de camping. Voor ons beiden een hele onderneming, want dit hadden we nog nooit gedaan. Dankzij een lieve vriendin werd dit zomaar mogelijk gemaakt! En ja, dan zit je daar ineens. Dochterlief vermaakt zich super goed! Heeft het enorm naar d’r zin…. Doel behaalt!

Maar toen kwam mijn stuk de aandacht opeisen. Daar zat ik, op een camping, zonder Wim. Wat heb ik hem intens gemist die week, maar ook besefte ik … mét Wim had ik daar nooit gezeten. Ik kwam erachter dat ik nieuwe en andere keuzes aan ‘t maken was, dan die ik samen met Wim gemaakt zou hebben. Dit was zo’n heftige emotionele ontdekking voor me. Terug naar de vraag of ik een goede vakantie heb gehad…. Dan zeg ik nog steeds ja, maar dat is zeer onvolledig. Ik heb ook nog nooit zo’n eenzame vakantie gehad, zo vol gemis van Wim. En toch was het ook goed, omdat ik zoveel nieuwe elementen ontdekt heb in het rouwproces. Het sterven van Wim heeft me niet alleen gedwongen om mezelf te herpakken en door te leven, al was het alleen maar voor onze lieve dochter. Tegelijk is het een opnieuw uitvinden van mezelf. Wie ben ik zonder Wim… En daar ben ik voorlopig nog niet mee klaar. Want hoe dan ook… de relatie of mijn verwantschap met Wim verandert niet, maar door zijn sterven verander ik zelf wel. Rouwen is daarom uiteindelijk het verwerven van zelfkennis.

Wat zou het groot zijn als we op deze manier nog eens mochten gaan rouwen over onze relatie met God. Wij hebben Hem zelf verlaten, maar hoe werkzaam zijn we om in deze verticale verhouding zelfkennis op te doen. Horizontaal loopt alles dood, maar verticaal is het Leven. Dat wens ik mezelf en ieder ander die dit leest toe.

Lenie Klop-de Pater

Of gij al buigt’ op beide knieën.
En of uw lippen zich bewegen.
Daar wordt geen zegen door verkregen;
De Heer’ wil ’t hart gebogen zien.

Een stille zucht, een stille traan
Is meer dan offers en gebeden;
Hebt gij geleden en gestreden.
De Heer’ zal ’t zuchtend hart verstaan.

Buig dus, o God! ons harte neer.
Leer onze ziele tot U smeeken.
Wat aan ons spreken moog’ ontbreken.
Dat geve ons Uw genade, o Heer’!

J.P. Heije

Wat God doet, is welgedaan.
Ei! Zingt dit vrij , mijn harte!
Al moet ik langs de kruisweg gaan,
De kruisweg is de hemelbaan:
De Hemel kent geen smarte.

Gewis, de roe, die mij kastijdt,
Is in de hand mijns Heeren,
Die roe heeft ieder kind verblijd,
En, schoon zij ’t vlees soms openrijdt,
Het zal de geest niet deren.

Een bastaard waart gij zonder ’t juk,
Nu zijt ge een van zijn kind’ren,
Daarvan is ’t teken kruis en druk,
En uit die druk rijst uw geluk,
De voorspoed zou dat hind’ren.

Ei! wend het naar uw Heiland heen,
En knelt het, ga ’t Hem klagen;
Gij draagt het kruis toch niet alleen:
Hij zendt Zijn Engelen om u heen,
Hij zelve helpt u dragen

Hoe meer geloof, hoe minder last:
Veel kruis brengt veel genade;
De roede sla, de liefde wast,
Zó houdt gij Vaders hand meer vast,
En neemt Hem meer te rade.

Houd goede moed, het kruis is goed,
Het leert u dagelijks sterven;
Meer dierbaar wordt u ’t Heilands bloed,
Hoe meerder zuivering van ’t gemoed,
Hoe minder u af zult zwerven.

Hoe zwaarder kruis, hoe schoner loon,
En heerlijkheid naar ’t lijden,
Op moeilijk’ arbeid ’t heerlijkste loon,
Van ’t kruis stijgt u ten Hemeltroon,
Op schreien volgt verblijden,

Welaan mijn ziel! Het ga zo ’t wil,
Laat Vader voor u zorgen,
Wat baat u onwil en bedil?
Uw hulp spoedt aan, ei! wacht, wees stil,
Haast daagt de blijde morgen!

Doe morgen, ja! Hij komt gewis,
En – weg is al het duister,
En helder wat nu donker is,
Wat ween ik dat ik ’t licht nu mis,
’t Zie ’t haast in volle luister.

Wat God doet, ’t is welgedaan,
Ei! zing dit luid mij harte!
Al moet ik langs de kruisweg gaan,
De kruisweg is de hemelbaan:
De Hemel kent geen smarte.

Dr. H.F. Kolhbrugge

Dit gedicht van de hand van dr. H.F. Kolhbrugge stuurde hij aan zijn broer Jacobus, toe hij in het ziekenhuis lag e veel lichamelijke en geestelijke zorgen hem drukten – uit Schriftverklaringen deel 1

Gideon krijgt een onverwacht bezoek. En dan nog wel van de Engel des Heeren. Deze komt als Gideon alléén is. Zo doet de Heere dat overigens vaak. En al zou dat zijn in een volle kerk, dan heb je toch de indruk dat je alléén in de kerk zit. De Engel zegt: “De Heere is met u, gij strijdbare held”. Strijdbare held? Ik? Gideon gaat hier eigenlijk niet op in. Hij zegt: “Als de Heere met ons geweest zou zijn, dan zou ons dit alles niet zijn overkomen”.

Nu komen we op een punt dat misschien voor u en jou herkenbaar is. Als de Heere nu echt gewerkt had in mijn leven, dan zou mijn leven nu toch niet zo overhoop liggen, na de diagnose? Als het woord uit Zijn Woord, dat toen zo krachtig in mijn hart geklonken heeft, nu echt van Hem geweest zou zijn, dan zou ik hier nu toch niet zo hulpeloos en uitgeput op bed liggen?

Wat doen we dan? We trekken conclusies uit de omstandigheden. En dat is best gevaarlijk. Want als wij, mensen, conclusies gaan trekken, dan is het maar net de vraag door wie wij ons hebben laten leiden in het trekken van deze conclusies. En dan moeten we bedenken dat juist als alles tegenloopt, satan erbij is om conclusies te trekken. “Dit is een straf van God over je zonden.” Of: “Zo’n diepe weg gaat Hij echt niet met Zijn kinderen.”  De satan vergeet iets, namelijk dat het ene het andere niet uitsluit. Als de Heere spreekt: “Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn; en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen”, dan wil dat nog niet zeggen dat het water niet tot aan de lippen kan komen. Of als de Heere spreekt: “Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld”, dan sluit dat niet uit dat er ook nachten zijn.

Zorgvuldig lezen en voorzichtig zijn met het trekken van conclusies is dus belangrijk. Bij dat lezen hebben we dus wel het licht van de Heilige Geest nodig. Die alléén kan het juiste licht doen vallen over de weg die de Heere met ons gaat. Maar soms behaagt het Hem om het schemerdonker te houden, of soms wel eens heel erg donker. Juist dan zijn we geneigd om aan het redeneren te gaan. Het is ons zo eigen. Alleen de Heilige Geest kan ons dit afleren. Hij is het, van Wie wij in Psalm 51 zingen: “Die kan alleen op het rechte spoor mij leiden.”

En voor wie door Hem geleid wordt geldt: “Schijnen mij Uw wegen duister…eenmaal zie ik al Uw luister, als ik in Uw hemel kom.” Aldaar zal geen nacht zijn. Redeneren heeft daar opgehouden. Concluderen ook. Hoewel, als er dan nog één conclusie getrokken zal worden, is het deze: “Dat ik hier gekomen ben, dat is door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen.”

L. Huisman

Stinkend ons best doen helpt niet. Kiezen voor de beste behandeling faalt. Op z’n best dringt het de kwaal terug. Beter gedrag onderdrukt het kwaad. Wij met alles hier op aarde zijn in wezen niet goed. Is de bron kwaad dan welt daar geen goed in op. Al onze goede verwachtingen ten spijt.

Lot koos op ‘t oog het goede land. Izak had het wildbraat lief. Jakob werkte het dubbele aantal jaren voor Rachel. Jozef wilde toen Maria zwanger bleek haar heimelijk verlaten. Paulus bad God driemaal dat de doorn in zijn vlees verwijderd mocht worden. Toch blijkt, onze beste bedoelingen zijn voor God niet goed genoeg.

God zag in alles wat Hij sprak, en het was er, dat het zeer goed was. En wat niet goed was, dat de mens alleen is, maakte Hij goed. De mens die goed was zag, zweeg en deed kwaad. Daarom zijn onze gedachte alle dagen kwaad. Zij komen voort uit wie wij van geboorte zijn, kwaad. Hoe kan dan het beste van ons ook maar iets goed zijn?

Verslagen uitroepen: wat moeten we dan doen om goed voor God te zijn? Geloof in de Heere Jezus Christus! Hij die voor ons bidt: Vader rekent het hen niet tie, want zij weten niet wat zij doen. Ik voor hen daar zij anders de eeuwige dood verdienen.

Jezus bidt niet voor iedereen, de wereld. Hij bidt voor hen die de Vader in liefde uit de wereld trekt en tot Hem komen. Zij zijn goed voor Hem, uitverkoren, om Zijn lof te vertellen. In de wereld en in het midden vanZijn gemeente. Opdat Zijn Naam verheerlijkt wordt. Voor Zijn troon en hier beneden. Dan is het beste van ons, waar het alles om Zijn eer gaat, in niet(s) goed genoeg. Alleen wat God doet, ook in en door ons leven, tot Zijn eer!

U voert ten hemel op vol eer’,
De kerker werd Uw buit, o Heer’
Om sterkte aan haar te geven

De Troost(er), de Heilige Geest, is gekomen om woning(ruimte) te maken. Ook in ons?

Henk-Jan Koetsier

Bijna twee jaar later. Uiterlijk lijkt het allemaal z’n gangetje te gaan. De containers staan buiten, behalve die ene keer dat het vergeten wordt, de was hangt op, de tuin wordt geschoffeld en de straat wordt geveegd, boodschappen worden gedaan en afspraken nagekomen. Ze redt het aardig, zie je de mensen denken. En toch… het voelt of je in een andere jas gekropen bent, waar je jezelf niet in thuis voelt, hij zit niet lekker, je beweegt niet gemakkelijk, maar tegelijk kun je hem niet van je afschudden.

Na een lange periode zonder verjaardagvieringen, komt er zo af en toe weer eens een uitnodiging. Gelijk dat nare onderbuikgevoel… wel gaan, niet gaan. Doen alsof je er wel weer aan toe bent, of jezelf toestaan dat je er nog helemaal niet aan kunt denken. Een ander weet het wel te vertellen wat je moet doen. Het duurt veel langer voor je het zelf ook weet. Nee, een verjaardag is nu nog even niet de plaats waar je zoveel energie aan wilt verliezen.

Het meeleven ebt weg, het gewone leven gaat weer door, nieuwe sterfgevallen volgen. Je probeert de structuur van elke dag zo goed mogelijk vast te houden. Maar wat weegt het zwaar… alleen de zorg te dragen voor je kind, zo complex met zorgen op allerlei gebied, beslissingen die je moet nemen. En wat te doen bij de vele, vele kleine dingen waar je tegenaan loopt, zoals een bolletje verwisselen, verstopte afvoer, kapotte accu. En het onderhoud wat je man zo trouw deed, maar wat je zelf niet helder op je netvlies hebt…. De auto die voorheen zo keurig bijgehouden werd en nu week in week uit je aan staat te grijnzen met zijn vieze buitenkant en stoffige binnenkant…

Soms kun je verdrinken in al de aardse, dagelijkse beslommeringen. Dan was het nog niet zo’n verkeerde tijd, toen, tijdens het ziekbed. Alles om je heen stond op non-actief, het hoefde allemaal niet, je was samen bezig met het zoeken van Gods aangezicht, het smeken om Zijn ondersteuning, want de dood stond voor ogen. Je leefde in afhankelijkheid van Hem, Hij is immers de Gebieder van leven en dood, ziekte en gezondheid. De boom is gekliefd, hij wel, jij niet… O waarom dan nu zo ver bij Hem vandaan? Hij plaagt en bedroefd de mensenkinderen niet van harte maar daarom dat zij zich tot Hem bekeren zouden. Dat aardse bestaan heeft z’n glans verloren, maar dat er dan toch een uitzien mag zijn naar Boven!!

Lenie Klop-de Pater