Enthousiast vertelde ik als 6-jarige aan tafel, wat we op school aan het knutselen waren. Mijn moeder zei: maak je dat voor vaderdag? Ik herinnerde me dat de juf dat woord genoemd had, maar ik kende de betekenis niet, ik zei nooit ‘vader’. Moeder vertelde dat het een kadootje voor papa werd. Ik schrok: nu had ik een geheimpje verraden! Maar vader glimlachte en zei: ik heb niets gezien dus het is nog steeds een verrassing. Opgelucht deed ik nog meer m’n best op het werkje, want nu maakte ik het voor papa!

Mijn man en ik ontvingen de zegen van het huwelijk met de trouwtekst: ‘Hij zal u in al de waarheid leiden’ (Joh. 16: 13m). Een belofte waarvan we de betekenis later gingen verstaan. Vaderdag vierden we nog steeds. Tot mijn schoonvader overleed en acht jaar later mijn vader. Onze kinderen waren zeer gewenst. We hebben ze verwacht. We hebben ze vernoemd. Maar ze zijn nooit geboren. Het werd geen vaderdag in onze woning. En hoe is het in die huizen waar een (soms jonge) vader overleed? Of het leven alleen geleefd wordt? Vaderdag, maar hoe?

In het tiende jaar van ons huwelijk leidde de Heilige Geest mij in deze waarheid: Adamskind die de dood verdient en een terecht vertoornde Vader. Door genade leidde Hij verder, gaf zicht op de Weg, openbaarde de Waarheid en schonk het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij, zegt Christus. Toen mocht ik zeggen: Abba, Vader!

Twee jaar na het overlijden van mijn vader, kreeg ik borstkanker. Ik was bezig met een opleiding, passend bij een andere functie op het werk. Nu kwam ik thuis te zitten, geen energie meer om te werken en te leren. Wat had dit ons te zeggen? Was het een straf van God? Of een oefening in vertrouwen op Hem? Of waren we te veel zelf aan het werk?

Ik zocht zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus erbij, de vraag naar Gods voorzienigheid: de almachtige en alomtegenwoordige kracht van God waardoor Hij hemel en aarde, met alle schepselen, gelijk als met Zijn hand nog onderhoudt, en zo regeert dat … gezondheid en krankheid … niet bij geval maar van Zijn Vaderlijke hand ons toekomen.

Wat een majesteit spreekt er uit die eerste zin, dat is onze God! Toen viel het licht op het woord ‘Vaderlijke’. De ontdekking dat deze ziekte uit Zijn Vaderhand en Vaderhart komt, daar kwam een oneindige liefde in mee. En dat voor een zondig mensenkind. Het is goed Heere, wat U doet. Zijn almachtige en alomtegenwoordige kracht heeft de ziekte in mijn lichaam verdrongen. Hij onderhoudt en regeert mij nog op aarde. Maar eens komt het moment dat we Hem zullen zien van Aangezicht tot aangezicht: de Vader, Die Alles zal zijn in allen.

Drie-enige God, dank U dat het elke dag Vaderdag is, en tot in eeuwigheid.

Trudy de Haan

Vaak krijg je, als je eenmaal de diagnose kanker hebt, de vraag: Hoe kwam je er achter dan? Mensen willen graag weten van het hoe en wat. En ook al ben je het soms beu om te vertellen, toch helpt het ook om alles een plekje te geven. Ik denk ook dat veel mensen die het vragen bang zijn om zelf kanker te krijgen, bang zijn dat ze iets gemist hebben bij zichzelf, en even een check nodig hebben dat ze die symptomen wel of niet hebben. Je ziet mensen dan ook bij wijze van spreken met hun hand naar de aangedane plek gaan om te controleren of er bij hen ook iets mis is. De raderen gaan draaien en in het hoofd worden alle symptomen nagegaan die je noemt. Want stel dat…


Maar eigenlijk begon mijn verhaal daar niet, niet bij de symptomen. Als ik denk aan mijn herinneringen aan kanker, denk ik aan de drie klasgenoten op de basisschool die er een ouder aan verloren. En mijn nichten, oom en die mensen in de kerk die kanker hebben gehad of aan kanker overleden zijn. Door al die voorbeelden was ik als kind al erg bang voor kanker. Toen ik een jaar of 9 á 10 was reden we vanuit ons vakantieadres in Nunspeet terug naar huis. In mijn gedachten zie ik nog de strak blauwe lucht, de molen, de bomen. En het radioprogramma in de auto klinkt nog in mijn hoofd, want het ging over kanker. Onderzoekers dachten dat het over zo’n 20 jaar mogelijk zou zijn om kanker zo onder controle te hebben dat het niet meer dodelijk zou zijn. Nu weten we allemaal dat dat helaas niet gelukt is. Maar toen, op dat moment, klonk het heel mooi. En ze hebben veel bereikt! Vanaf toen is mijn gebed geweest: Heere mag het nog 20 jaar duren voor ik het krijg? Zodat ik genezen kan worden? En reken maar dat ik bij elk pijntje als eerst dacht: is het nu zo ver…? Ik was zo bang om te sterven want dat kon ik niet. Het wonderlijke is dat ik toen het eenmaal zover was die angst niet meer hoefde te hebben. Want de Heere had me laten zien dat het niet de ziekte is waaraan we sterven maar mijn zonden. Maar ook dat Hij voor mijn zonde had willen sterven. Dan jaagt de dood geen angst meer aan, want alles, alles was voldaan!


In augustus 2023 ging ik naar de huisarts en het balletje begon te rollen. Het eindresultaat in november 2023 was Hodgkin. Kanker dus. Ik was 29…

Mariëlle Blom

Mariëlle (’94) kreeg in 2023 de diagnose Hodgkin. Ze is getrouwd met Henrick en moeder van Nathan, Lucas, Tessa en Jesse. Ze mocht, na chemotherapie, genezen van de Hodgkin en ontving daarna haar 3e zoon. Het moederschap is haar baan, daarnaast is ze mantelzorgster voor haar dochter. 

Bij mij is in 2014 borstkanker vastgesteld op 43-jarige leeftijd. Dit is onder Gods zegen genezen met chemo- en immuuntherapie, gevolgd door een operatie. Volgens protocol zou er aanvullend bestraling nodig zijn, maar in mijn geval gaf dit veel blijvende schade en weinig toegevoegde behandelwaarde. Daarom heb ik hiervan afgezien.

Mijn man raakte eind 2022 verlamd aan het onderlichaam. De oorzaak was een in het ruggenmerg uitgezaaide tumor van prostaatkanker. De verlamming is wonderwel hersteld, hij kan weer lopen. De kanker wordt onderdrukt met hormoontherapie, met tot nu toe goed effect. Zijn bloedwaarden worden elke 3 maand gecontroleerd.

We hebben ervaren dat deze moeilijke tijden geestelijk niet de slechtste zijn. Je wordt bepaald bij de essentie van het leven en de grote waarde van Gods Woord. Hoewel dit ook gepaard ging met verwarring en strijd in ons hart.

Ik ben geboren in 1970 en in het dagelijks leven werkzaam in de gezondheidszorg als physician assistant. Begin 2024 heb ik de switch gemaakt van het laboratorium naar de ouderengeneeskunde. De levenslessen die we geleerd hebben door verlies van gezondheid van jezelf en van je dierbare, roepen herkenning op in de zorg voor de ouderen in het verpleeghuis en hun familieleden.

Mijn man en ik volgden de stichting Winstuitverlies eerst via de nieuwsbrief en de site. In het voorjaar van 2025 hebben we een vaartocht over de Vecht meegemaakt en in het najaar een contactdag in Woerden. Hoewel het intensief was, voelden we ons thuis bij het geopende Woord en de verhalen of juist stiltes van lot- en geloofsgenoten.

Na een reactie op de in januari 2026 ontstane vacature heeft het bestuur mij in hun midden opgenomen als aspirant-bestuurslid.

J.C. Ryle beschrijft in zijn ‘Christen-zijn in het dagelijks leven’, een hoofdstuk over ‘ziekte’. Daarin wijst hij op de bijzondere verplichtingen die het bestaan van ziekte voor elk mens met zich meebrengt. Namelijk: 1) zodanig te leven dat hij voorbereid is om God te ontmoeten, 2) u erop voor te bereiden de ziekte geduldig te dragen, 3) de bereidwilligheid om met uw medemensen mee te voelen en die te helpen.

Vanuit deze gedachte hoop ik bij te dragen aan de doelstelling van de stichting Winstuitverlies. Om, zoals Ryle zegt, te helpen bedenken hoezeer christenen God kunnen verheerlijken in tijden van ziekte en zich in alle rust toe te vertrouwen aan Gods handen, ziende op de Heere Jezus, de Man van smarten.

Trudy de Haan-Rikkers

De Heiland heeft geheel alleen geleden.
Zelfs Zijn discipelen zijn weggegaan.
Ze hadden in de hof nog niets verstaan.
Zo heeft Hij daar de pers alleen getreden.
Van verre zagen ze Zijn lijden aan.

En niemand van de Zijnen kwam Hem sterken,
als zij vernamen Christus´ bange klacht,
toen Hij daar wegzonk in die donk´re nacht,
vanwege onze schuld en boze werken
en in de helse smarten werd gebracht.

Zo hing Hij daar van God en mens verlaten,
geheel alleen, in eindeloos geduld,
Zijn reine ziel met liefde gans vervuld
voor mensen die Hem van nature haten,
aan ´t ruwe hout betalend onze schuld.

O, Heil´ge Geest, leer ons die schuld bewenen.
Verbreek het hart dat maar niet buigen wil,
dat van zichzelf zo hard is en zo kil.
Drijf ons toch in Uw kracht naar Christus henen.
Dan, ziende op Hem, zijn w´ in verwond´ring stil.

M.A. Groeneweg – de Reuver
Uit: Mijn rechterhand gevat
Uitgave: Uitgeverij De Banier

Dat wat je niet voor mogelijk houdt, gebeurt.
Ernstig ziek, behandeld en nabij de dood.
Uit eigen ervaring aan ’t begin van het nieuwe jaar.
Alles wordt gedaan om je in het leven te houden.
Je hebt afscheid genomen van je geliefden.
Dan is er onverwachts een omkeer.
Je overleeft en keert terug tot het leven.
Verwondering, dankbaar gevoel wat je doorstroomt.
Je kan het niet verklaren en toch is het waar.
Bewijzen waarom en ’t hoe ontbreken.
Verantwoord de middelen waargenomen.
Wat de plicht was om te doen is gedaan.
Verwondering, ’t is worden als een kind.
Durven doorleven én beleven wat jij ervaart.
Verbinding tussen hart en ziel, niet je hoofd.
Een nieuw jaar zijn wij binnen gegaan.
In de jaartelling en/of in wedergeboorte?
Jezus wist wat verwondering is.
Hij verwonderde Zich over geloof én ongeloof.
Stelde een kind in het midden tot voorbeeld.
De verwondering van Maria werd met Kerst overdacht.
Overkomen werd zij door de Heilige Geest.
Blij verrukt riep zij uit: Hoe zal dat wezen?
Dat ik Gods kind ontvang, mijn Zaligmaker omarm.
Simeon getuigde: een Licht, zo groot, zo schoon.
Mij geschiedde naar Uw Woord.
Hét Kind wat Eva is beloofd, zij zag naar Hem uit.
Wat het ongeloof ontkent, omhelst het geloof.
Dan wordt leven als uit de dood gerezen.
Het nieuwe levensjaar is aangebroken.
Ben jij verbaasd, verrukt?
Over Gods goedheid, genade in ’t leven.
Dit leven dat Hij schenkt uit liefde zonder peil.
Verrast, dankbaar en ontroerd?
Leven wij in verwondering!

Henk-Jan Koetsier

Geschreven als voorzitter bestuur Winstuitverlies aan begin van dit nieuw jaar

Het mocht weer december worden, de donkere maand van het jaar. Onze decembermaand, gedenkmaand. Het is nacht, een donkere nacht. Onze ogen staren in de duisternis. In plaats van slapen, waken, klaar wakker. Niet meer kunnen slapen. De gedachten buitelen over elkaar. Gisteravond gelezen n.a.v. ons dagboek, 2 Samuël 23, enkele van de laatste woorden van David, de man naar Gods hart, die aan het einde van zijn leven gekomen is. “De God Israëls heeft gezegd, de Rotssteen Israëls heeft tot mij gesproken: Er zal zijn een Heerser over de mensen, een Rechtvaardige, een Heerser in de vreze Gods. En Hij zal zijn gelijk het licht des morgens, wanneer de zon opgaat …” Het getuigenis van een stervende koning, Gods kind en knecht. Hij mag profeteren van de komende Christus, de Zaligmaker. Dat zijn de eerste gedachten als we een poosje in het donker staren. Zijn komst is het toch, die ons heil volmaken kan.

De gedachten vermenigvuldigen. Op enkele dagen na werd 44 jaar geleden ons eerste kind geboren. We waren nog jong. Net nog geen jaar getrouwd. In een donkere nacht midden in december. Vanwege de sneeuwstorm konden we niet meer naar het ziekenhuis. Het was een zware bevalling. Een grote zoon van ruim 8 pond mochten we uit Gods hand ontvangen. Ook een eerste kleinzoon, een stamhouder. Er werden nog 3 van de 7 kinderen in december geboren. Een maand van veel gedenken en veel gedachten. Ook nu weer. Altijd druk en intensief zo kort voor Kerst en Oud en Nieuw. Acht jaar geleden was onze oudste ziek, griep? Wat was er toch, met die grote sterke man? Na enkele weken kwam van de dokter de boodschap: acute leukemie. Een zwaar jaar volgde. Zorgen, geloof en hoop. Chemokuren, een donor, stamceltransplantatie, afstoting. Maar hij mocht erdoor komen. Hij knapte wat op, hoewel het moeizaam was. Ging weer eens naar school, ontmoeting met collega’s. Een avond gemeenteraad, ze toegesproken; ‘Wat de toekomst brenge moge, mij geleidt des Heeren hand’. Hoe gaat het met u? Kon thuis heel weinig. In december zag het moederoog scherp. Gaat het wel goed? Er waren weer dezelfde tekenen als vorig jaar. De dokter zag ook iets: een scherpe boog in de grafiek, niet meer 100% donor. Hij zag dat niet graag. Zullen we nog een punctie doen. Nee, liever weer niet, ja, toch maar wel. Tijdens de Kerstdagen met de familie thuis. Tranen in de ogen. ‘Ik denk dat dit mijn laatste Kerst op aarde is’. Nog wel naar de kerk, ook met oud en nieuw. In januari belt de arts: ‘De leukemie is helemaal terug’. Het werden nog 19 dagen. Toen stierf hij.

In december komt het alles weer in gedachten. Vooral in de nachten. Al die gedenkdagen, die verjaardagen. Wat doen we ermee? Ja, toch maar gedenken, al is het met tranen. Ook zijn geboortedag. Ook die van de andere kinderen. Het is het waard om te gedenken. Kerst komt eraan. Het Licht is opgegaan. Psalm 98 komt in gedachten: “Hij heeft gedacht aan Zijn genade, Zijn trouw aan Israël nooit gekrenkt” Omdat Hij een waarmaker is van zijn Woord en beloften. Gesproken door David op zijn sterfbed. De laatste gedachte voor we weer naar bed gaan, vertoeven bij Johannes in Openbaring 21: “En God zal alle tranen van hun ogen afwissen …. want aldaar zal geen nacht zijn”. Om met de oude Simeon toch te mogen zingen in de donkere decembernacht:

Een licht, zo groot, zo schoon,

Gedaald van ’s hemels troon,

Straalt volk bij volk in d’ ogen;

Terwijl ’t het blind gezicht

Van ’t heidendom verlicht,

En Isrel zal verhogen.

Jan van Ooijen

Zaterdags had je een verjaardag, je viel… Wat is er met je aan de hand??? Zondag werd je weer niet goed… Je belde de HAP. Advies van de HAP was, maandag morgen maar gelijk naar de huisarts. Maandag morgen ben je daar naar toe gegaan… wat zal hij zeggen? De huisarts vertrouwt het niet en stuurt je door naar het ziekenhuis.

Daar ga je, lopend het ziekenhuis in, je tas met spullen bij je voor het geval dat je moet blijven. En inderdaad je moet blijven, is de borstkanker van negen jaar geleden terug gekomen? Heb je uitzaaiingen? En waar??? Allemaal vragen en geen antwoord.

Er gaat een noodsignaal door onze familie app, we zijn allemaal verslagen.

Zelf voelde je aan… dit gaat niet goed. Twee dagen later hoorde je dat je uitzaaiingen had ook in je hoofd. Wat kunnen ze nog voor je doen??? Welke behandelingen zijn er nog mogelijk??? Misschien bestralen? Misschien chemo?

Dag na dag voor ons allemaal niet te bevatten, zagen wij je lichaam afgebroken worden. We bleven bidden, vragen, roepen: Heere, ontferm U… Heere, denk U aan haar…

Binnen een week werd lopen moeilijk, eten ging bijna niet meer. Je kreeg een sonde, wat was je misselijk. Na ruim een week werd je met spoed naar het Erasmus MC in Rotterdam gebracht, je moest geopereerd worden, er werd een drain in je hoofd geplaatst.

Daar lag je. Zo ziek… Wat een smart bij je lieve man, je kinderen, je moeder en wij als naaste. Een week lag je in het Erasmus… Maandag waren we bij je… ik zag je tranen en veegde ze weg. Je wilde niet huilen… altijd wilde je sterk zijn.

We lazen bij je Psalm 130… uit de diepte roep ik tot U…We baden met elkaar. Onze gedachten waren steeds bij jou in het ziekenhuis… en woensdag, we hadden geen rust thuis, en zijn weer naar jou toe gegaan.

Wat was je ziek, wat was je ver weg….We merkten aan je dat je ons wel hoorde.. we hielden jouw hand vast… ons hart huilde… We hebben allemaal nog gezegd, dat we zoveel van je hielden.

We lazen Psalm 116… of je het noch hoorde wisten we niet. Toch sloeg je nog even je ogen op en zwaaide…

Weer zag ik je tranen… Weer veegde ik ze weg. Ik huilde om jou…

Vrijdag morgen waren we weer bij je… en we zagen gelijk dit gaat niet goed.

De behandelingen moesten stoppen, de sonde ging er uit, het infuus werd afgekoppeld, zuurstof ging er af. Je kreeg morfine… je lijden was zwaar.

Afscheid nemen doet zo’n pijn… losgescheurd van iemand die je lief is…

Na 18 dagen stierf je…

De “je“ in dit stuk was mijn geliefde zus 62 jaar.

Hier houden mensen woorden op.

Prediker 12 vers 1: ´En gedenk aan uw Schepper in de dagen uwer jongelingschap, eer dat de kwade dagen komen en de jaren naderen van dewelke gij zeggen zult, ik heb geen lust in dezelve.´

G.H. de Waard – Vuyk

Hij kwam de gang uit bij de kerkredactie.
Ik uit de directievleugel.
Bij de toiletten ontmoetten we elkaar.
Hij soms hangend aan en schommelend tussen het kozijn van de tussendeuren.
Dan vroeg hij mij: hoe is het?
Waarop ik antwoordde: het gaat goed, maar kan beter.
Dan is het goed, antwoordde hij.
We wisten dat wat God doet goed is.
Tot op die mistige ochtend…
Op weg van huis naar ons kantoor reed hij tegen de vangrail en overleed.
Onze gesprekken hadden een ondertoon die ons een band gaf.
We verlangden beiden naar hetzelfde: een beter Vaderland.
Kort daarvoor had hij mij geïnterviewd over mijn ziekte en behandelperiode.
Toen hij werd begraven, gingen vrijwel alle collega’s naar zijn begrafenis.
Ik bleef achter, wilde dat zelf, want iemand moest de bezorging van de krant bewaken.
De impact van zijn sterven in de periode kort op mijn intensieve behandelingen was té groot.
Toen ik bij zijn kist afscheid nam, kwam mij voor de geest: zijn mond is gestopt, ik leef nog!
Wat er door mij heenging, de verwarring in mijn gevoelens en gedachten, zijn moeilijk te verwoorden.
Vervreemd van het leven op aarde en mijn omgeving beleefde ik zijn sterven en begraven.
Hoe krijg ik zijn plotselinge dood en mijn ‘opstaan uit de dood’ bij elkaar?
Hij leefde met God, was een levend getuige en een goede redacteur, al kon hij het zelf niet bezien.
Iets ouder dan ik, op slag overleden, geen ziekbed, geen afscheid.
Zijn leven en de impact van zijn sterven, heeft mij mede gedreven te leven om te getuigen.
Getuigen van wat God mij door Woord en Geest en in levenslessen leert: het is goed, in alles wat God doet.
De gedachte die bij mij opkomt dat, al is het goed, toch beter kan, houdt de begeerte levend.
Hier op aarde blijft het een tranendal. Hier blijft het allerbeste toch moeite en verdriet.
De bitterheid van het leven wekt (bij de gelovige) het verlangen naar de hemel.
En jij bent Mijn getuige!

“Heb Ik het u niet bevolen? Wees sterk en heb goeden moed, verschrik niet en ontzet u niet; want de HEERE uw God is met u alom waar gij heen gaat” – Jozua 1 vers 9

Henk-Jan Koetsier

Het getuigen van de Evangelie boodschap dat er dé Troost(er) is bij kanker dreef mij een contactdag te organiseren. Op 27 maart 2010 was de eerste contactdag wat uitmondde in de oprichting van Stichting Winstuitverlies op 3 september 2010, nu15 jaar geleden. Dankt God in alles!

Ik weet in moeite en verdriet,
dat U, o God, mij altijd ziet.
En waar ik nergens U aanschouw,
mag ‘k weten van Uw wond’re trouw.

Ik weet in dikke duisternis,
dat God altijd Dezelfde is.
Dat U ook in die donkerheid
mij vasthoudt en mij zeker leidt.

Ik weet dat als ik moed’loos ben,
U toch mijn diepste wezen kent.
Dat als mijn pad door dalen gaat,
U, Heere, mij daar niet verlaat.

Geef, Heer’, dat deze wetenschap
mij troosten zal van stap tot stap,
totdat U straks mijn tranen droogt.
Dan wordt voorgoed Uw Naam verhoogd.

M.A. Groeneweg – de Reuver
Uit: Mijn rechterhand gevat
Uitgave: Uitgeverij De Banier

Het is niet de makkelijkste opgave om mijn gevoelens op papier te zetten die de afgelopen jaren mij bezet hebben. Als moeder van 7 kinderen (6 meisjes; 1 jongen) wil ik toch mijn verhaal delen. Het is moeilijk om dat zelf te zeggen, maar in ons gezin heerst liefde. En waar liefde woont, gebiedt de Heere Zijn zegen. Dat is de beste basis in tijden van zorg en verdriet. Want die is nodig als er grote zorgen het levenspad doorkruisen.

Mijn gedachten gaan terug. Het was een avond als alle andere avonden. Ik zit met man en de nog thuis wonende kinderen aan de avondmaaltijd, toen de telefoon ging. Mijn man pakt op en het blijft stil. De uitdrukking op zijn gezicht laat duidelijk zien dat het geen goed bericht is. Onze oudste was aan de telefoon. Ze was voor onderzoek in verband met een kinderwens met haar man naar het ziekenhuis geweest, waar een poliep werd weggehaald. “Mevrouw, maakt u zich geen zorgen. Dit komt alleen voor bij 50-plussers en u bent 33”. Toch bleek het kwaadaardig te zijn. Het kwam als een donderslag bij heldere hemel. De maaltijd blijft voor wat het is en wij zitten verslagen aan tafel. Wat nu en hoe verder? Onze dochter liep met de vele waaroms. Gevouwen handen bleven over.

Je ervaart als moeder het verdriet van je kind, de pijn maar ook de strijd. Haar vragen, werden ook mijn vragen. “Wat, als ik weg val?” Ze hebben samen één meisje. “Het is misschien wel de laatste jas die ik voor haar koop… Dingen die zo gewoon waren, worden bijzonder”, hoor ik mijn dochter zeggen. Wat deze gevoelens van je eigen kind met mij als moeder doen, is eigenlijk niet te beschrijven. Je kan niet zeggen, dat het allemaal wel goed komt. Alles ligt in Gods Handen. En dan is het een grote zaak als je daar met je kind over kan spreken. Bij de Heere zijn uitkomsten. En als de weg anders is, moeten we berusten in Zijn beleid. Wat is dat moeilijk.

Er volgen kuren die gezegend mogen worden. Er komt weer wat hoop, maar ieder bezoek levert toch veel spanning op. Hoe zal het gaan? Als moeder wil je er zijn voor je kind. Wat merk je dan pas, dat je klein van moed en klein van krachten bent. Twee jaren met behandelingen volgen. Ook twee jaren met de worsteling of ze de baarmoeder zal laten verwijderen of niet. Na deze periode zien de artsen toch een ondefinieerbaar plekje. De keuze om de baarmoeder te verwijderen is zwaar. Gezinsuitbreiding is dan definitief voorbij. Toch heeft ze uiteindelijk de keus gemaakt, haar te laten verwijderen. En wat is het dan groot om je eigen kind, na haar besluit, te horen belijden: “Wat de Heere doet is goed. We hebben tenslotte één kind uit Zijn hand ontvangen. En ik mag dan nog blijven om voor mijn man en kind te zorgen.”

En toch raak ik mijn spanningen, juist bij deze dochter, nooit kwijt. Je bent altijd alert, oplettend. Hoe heeft ze het? Juist deze omstandigheden versterkt de relatie met je kind en samen delen is helend.

Alie de Borst