In het ziekteproces van mijn man, hebben we ons dochtertje van 6 jaar altijd direct verteld wat we zelf ook wisten. Hoe hartverscheurend om eerst in de spreekkamer van de arts de boodschap te horen te krijgen dat er een uitgezaaide tumor gezien is en dat de arts zich grote zorgen maakt, dat moment vergeet ik nooit. Alles had ik wel willen geven om mijn lieve man te bevrijden van deze verschrikkelijke boodschap. Ik keek naar hem en sloeg mijn arm om hem heen. Wat voelde ik een hevige pijn van binnen.

Als in een droom zijn we het ziekenhuis uitgegaan. Op weg naar huis. Daar wacht ons lieve meisje in spanning op onze thuiskomst. Het ligt op mijn schouders om in rustige, kalme en zoveel mogelijk kinderlijke taal uit te leggen wat de dokter heeft gezegd. De uitdrukking in haar ogen… wat had ik dit mijn kind graag willen besparen. Maar de Heere kan alles hè mam. Hij kan papa beter maken. Kinderlijk vertrouwen…

De berichten worden iedere keer slechter en toch dat vertrouwen. Dan op een dag wordt er heel duidelijk gezegd dat er geen enkele hoop of verwachting meer is. We verlaten voor de laatste keer samen het ziekenhuis. Naar huis gestuurd om daar te wachten op het einde. Wat een teleurstelling bij ons meisje… ik heb er zoveel om gevraagd of papa beter mocht worden. Dan vat ze nieuwe moed: Mama, de Heere kan ook dode mensen opwekken. Dus als papa straks gestorven is, kan Hij hem weer levend maken…

Mijn man zit erbij en hoort het gesprek zwijgend aan. We zitten met z’n drieën zo dicht bij elkaar en toch onmachtig elkaar te helpen. Alleen het gebed verbindt. Het is alles in Zijn raad besloten. We zullen dat nooit kunnen veranderen.

Wat een slag als papa dan toch gaat sterven. Een en al verwarring… zo vaak de Heere gebeden en toch neemt Hij papa weg. Begrijpen kunnen we het nooit. Wat een voorrecht als we mogen aanvaarden dat Hij het nooit verkeerd doet. Op de dag na de begrafenis zitten we samen aan tafel, zegt ze: mam, we kunnen best samen verder hè, ik heb toch nog een Hemelse Vader. …

Gij ziet het immers, want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geve; op U verlaat zich de arme Gij zijt geweest een Helper van de wees – Psalm 10 vers 14

Lenie Klop-de Pater

Sinds de uitbraak van de coronacrisis hebben er veel onderzoeken met betrekking tot kanker stilgelegen. Duizenden mensen zijn te laat gezien door een arts en zijn daardoor overleden. Althans, zo lezen we in de pers. Te laat gezien en te vroeg overleden. Maar dat is menselijkerwijs gesproken. Want komt een arts te laat met een diagnose? Of komt de dood te vroeg?

“Ja, Gij, Wiens wijsheid nimmer faalt, had mijn geboortestond bepaald”. Dit was de belijdenis van de dichter van Psalm 139. Onze geboortestond, maar ook ons stervensuur. In die zin is er bij de Heere dus geen “te laat“ of “te vroeg”. Het lag alles zelfs al van eeuwigheid vast. In deze zelfde Psalm 139 lezen we: “Al deze dingen waren in Uw boek geschreven”. Daarvan zeggen de kanttekeningen zo treffend: “Gij hebt zo wel geweten wat mij wedervaren zou, alsof het voor Uw ogen in een boek geschreven stond, te weten in het boek van de memories van Uw voorzienige regering.”

Dat het al van eeuwigheid vast lag, kan soms troost geven. Dat neemt niet weg dat er heel veel vragen overblijven als er zogeheten medische fouten gemaakt worden. Wat blijven er een vragen over als we horen dat het allemaal anders gelopen zou zijn als er eerder een diagnose gesteld was. Wat ingrijpend als er door uitgestelde zorg niet meer die behandeling ingezet kon worden, die mogelijk levensverlengend geweest had kunnen zijn. Levensverlengend, weer zo’n uitdrukking waarbij we moeten zeggen: menselijkerwijs gesproken.

En met dat alles kunnen we het nooit kloppend krijgen: onze verantwoordelijkheid om op tijd naar een arts te gaan, daarnaast het gegeven dat artsen zeker in coronatijd niet aan alles prioriteit konden geven, en aan de andere kant te weten dat het alles al van eeuwigheid in Gods boek beschreven stond. Het boek van Gods voorzienige regering. We zeggen wel eens tegen elkaar: in dat boek kunnen wij niet kijken.

Toch mogen we er wel eens in kijken. Achteraf. Het hééft zo moeten gaan, belijden we dan. De arts kwam niet te laat en de dood kwam niet te vroeg. De arts kwam op dat tijdstip dat in dat boek was vastgelegd. Dat was Gods wil al van eeuwigheid. Wat een genade als we onze eigen berekeningen mogen loslaten. Om te mogen belijden en beleven (!) dat het Gods vinger was, Die met Zijn Goddelijke pen mijn levensboek beschreven heeft. Er kwam geen diagnose te laat en er kwam geen diagnose te vroeg.

L. Huisman

Omstandigheden kunnen ons moedeloos maken. Ingrijpende gebeurtenissen, zoals ziekte, een geliefde verliezen, werkeloos worden, afgekeurd raken of wat ons ook overkomt. ‘Neem toch mijn ziel van mij’, bad Elia (1 Kon. 19:4) en Jona (Jona 4:3). Mijn situatie kan zo nutteloos zijn, het lijden drukt en zicht op verbetering mis ik. De hemel blijft voor mij gesloten en anderen zie ik geholpen worden (Luk. 4:25).

En toch wordt van ons gevraagd, wat overal en altijd kan, God te verheerlijken. Liggend op ons ziek- of sterfbed, tijdens de behandelingen, in het zien van het lijden of bij het graf van onze geliefde(n). Velen die in lijden zijn, Gods Woord geeft vele getuigenissen, gingen ons voor. Van de geraakte staat er, bevrijd van zijn zonden en opgericht, ‘ging heen naar zijn huis, God verheerlijkende’ (Luk. 5:25). In het onrecht wat Paulus en Silas werd aangedaan, zongen zij in de nacht Gode lofzangen (Hand. 6:25).

Misschien beperkt geraakt, werkeloos of oud geworden en toch van betekenis willen zijn? Nog zoveel willen betekenen, vrijwillig of betaald, tot ons overlijden? Niemand wil nutteloos zijn. Is van betekenis zijn en blijven het doel van ons leven? ‘Petrus’, sprak Jezus, ‘wanneer je oud geworden bent, zo zult je jouw handen uitstrekken, en een ander zal je gorden, en brengen waar je niet wilt’ (Joh. 21:18). Dat kan ook onze weg zijn als we jong of van middelbare leeftijd zijn. God wil door ons leven aan Zijn eer komen, Zichzelf verheerlijken.

Hoe kan ik God verheerlijken in mijn levensomstandigheden? De melaatse door Jezus genezen, werd geboden dat hij het niemand zeggen mocht en zich vertonen moest aan de priester. Maar het gerucht van Jezus macht ging te meer voort en de kracht van de Heere was er om te genezen (Luk.5:17). Nu ook de geraakte God verheerlijkend naar huis ging, heeft ontzetting hen allen bevangen. Zij verheerlijkten God, en werden met vrees vervuld, zeggende: ‘Wij hebben heden ongelofelijke dingen gezien’. De ongelooflijke ‘genezing’ (Psalm 30:3 onberijmd) van ons, de verlossing van onze ziel, kan anderen redenen geven God te verheerlijken.

‘Nu is Mijn ziel ontroerd, en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit deze ure. Maar hierom ben Ik in deze ure gekomen. Vader, verheerlijk Uw naam’, bad Jezus toen Hij getuigde van Zijn aanstaande lijden en dood (Joh. 12:27,28a). Met Zijn gewilligheid en offer van Zijn leven geeft de Zoon van God die in Zijn naam geloven het eeuwig leven. Laat ons dan voor Zijn onuitsprekelijke verlossing naar ziel en lichaam: eendrachtelijk met één mond mogen verheerlijken den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus (Rom. 15:6).

Geschreven naar aanleiding van de weekdienst 27 januari jl. in Woerden

Nunspeet,
Henk-Jan Koetsier

Houd hoog Uw kruis is het begin van de eerste regel van het laatste vers van het gezang ‘Blijf bij mij Heer’. En wie denkt daarbij niet aan ’t offer van Jezus Christus en die gekruist, Gods Zoon? Aan de verhoogde koperen slang door Mozes in de woestijn (Num. 21:6-9). Al wie van het volk Israël gebeten was door de giftige slangen kon daarop zien en genezen. Hoe vreemd dan ook dat niet iedereen daarop zag, dat velen het niet konden geloven dat het ‘alleen daarop zien’ genezing gaf. Hun eigen kruis, hoe ingrijpend ziek toen door het slangengif, hield hun blik vast. Zij stierven door hun ongeloof, door niet te gehoorzamen en op de verhoogde slang te zien. De verhoogde slang als beeld van de Christus die komen zou. Hij die verlossen kan van hun ziekte, de zonde zelf en van de eeuwige dood.

In het leven houden we veelal ‘hoog ons kruis’. We willen ervan bevrijd worden of op z’n minst erkenning vinden hoe zwaar het ons drukt. Hoe raak ik de last van mijn kruis, mijn verlies kwijt? In dit leven niet. Ons verdriet blijft. Het dragen van ons kruis wordt ook geen zaak van vreugde. Paulus hield de doorn in zijn vlees. Hij bad tot God om hem daarvan te bevrijden. Het antwoord was dat Gods genade hem genoeg moest zijn. Paulus ging zien dat zijn kruis hem hielp om niet hoogmoedig te zijn met de ontvangen openbaringen (2 Kor. 12:7-9). Zo is het wel te dragen voor wie door ’t geloof op Christus kruis ziet. Bij Zijn kruis vergeleken, de last van de toorn van God tegen de zonden, wordt ons kruis vederlicht. Hoe smartelijk verlies van gezondheid of geliefde(n) ook is. Dan ervaar ik het als zegen om het mij opgelegde kruis in Gods kracht te kunnen dragen. Om Christus daarmee te volgen waar Hij mij op mijn levensweg ook heenleidt. Met het uitzien dat het stervensuur mij voor eeuwig van mijn kruis bevrijdt. Daarom is het de wens van het bestuur voor het komend jaar in wat u en jou ook overkomt:

Houd hoog Uw kruis voor mijn verdonk’rend oog,
Licht in den schemer, leid mij naar omhoog!
De morgen daagt, de schaduw gaat voorbij:
in dood en leven, Heer, blijf mij nabij!

Het bestuur ziet er erg naar uit om u en jou het komend jaar te kunnen uitnodigen en ontmoeten op één van de contactdagen, het jongerenweekend of de informele contactrondvaart.

Binnen de geldende noodmaatregelen voor het samenkomen van personen heeft het bestuur een mogelijkheid gevonden om vanuit Gods Woord toch tot steun en troost te kunnen zijn bij kanker. De kerkenraad van de Gereformeerde Gemeente in Woerden is bereid gevonden om D.V. op woensdagavond 27 januari a.s. om 19:30 uur een weekdienst te houden met speciaal thema rond Winstuitverlies. In deze weekdienst, waarin Ds. A.J. de Waard van Urk zal voorgaan, zal de predikant in tekstkeuze en prediking aandacht geven aan het verlies van gezondheid en/of verlies van geliefde(n). De weekdienst zal, daar het aantal bezoekers beperkt is, online middels een live-stream te volgen zijn. Voor meer informatie verwijzen wij naar de website Winstuitverlies.nl en GerGemWoerden.

Namens het bestuur,

Henk-Jan Koetsier
voorzitter

Op jonge leeftijd trof het mij hoe beesten dood gingen. Gevonden dode vogels begroef ik op een rijtje aan de zijkant van ons huis. Soms in een doosje gelegd bracht ik die eerbiedig naar een gedolven grafje toe. Dekte de plek met een steen toe. M’n opa die bij ons in woonde liep met mij mee en hief zijn hoed op als ik het erin legde. Het doodgaan van beesten, het lijden van schepselen deed en doet mij wat. Het schepsel zucht, als in barensnood zijnde, zegt ons Gods Woord.

In Romeinen 8 vers 21 – 28 noemt Paulus vier fundamenten van troost, aansporingen om lijdzaam te verwachten. Een daarvan is dat het schepsel, met opgestoken hoofd, verwacht de openbaring van de kinderen Gods. Want het schepsel is de ijdelheid, de vergankelijkheid onderworpen. Alleen niet gewillig, maar om de mens door wiens toedoen zij dat onderworpen zijn. Met het schepsel bedoelt Paulus hier al het geschapene uitgezonderd de mens. De mens is door God goed geschapen, naar Zijn beeld en ontving de heerschappij over de dieren. In de zee, in de lucht en op het land.

Door de ongehoorzaamheid van de mens aan God, onze hoogmoed om als God te willen zijn, is de aarde om ons vervloekt. Het schepsel lijdt, het zucht onder de gevolgen van die vloek. Het lijden in het leven op deze aarde met als einde de dood. Ook het redeloze schepsel ziet van nature uit naar leven, een leven zonder lijden en dood. Het schepsel ziet (zelfs) uit naar de openbaring van de kinderen van God. Naar de dag waarop de aarde vernieuwd zal worden, Gods koninkrijk zal neerdalen en er gerechtigheid wonen zal. Geen lijden, geen zuchten en geen dood.

Zoals Paulus het schrijft had ik het niet eerder gezien. Dat het redeloze dier, de schepping zucht, uitziet naar de openbaring van de kinderen Gods. Een glimp van die toekomst vangen zij al op in de wandel van de rechtvaardige op de aarde die toont het leven van zijn beesten te kennen (Spreuken 12 vers 10). Het schepsel ziet uit, maar hoopt ook op de vrijmaking van het dienen van de verderving. Het schepsel ziet uit te delen in de vrijheid van de kinderen Gods. En wij?

Paulus noemt hun uitzien een fundament van onze troost, een aansporing voor ons tot lijdzaamheid. Het redeloze schepsel, dat door de ongehoorzaamheid van ons mensen lijdt, ziet met opgestoken hoofd uit. Hoe zouden wij dan met hen niet reikhalzend naar de openbaring van de kinderen Gods moeten uitzien.Tenminste als van ons geldt wat Johannes (1 Joh. 2 vers 2) zegt: “Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar wij weten dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is.” En de schepselen met ons!

Henk-Jan Koetsier

Daar draait alles nu om… hoe in verbinding blijven zonder contact? Na contactloos betalen ook samenleven zonder aanraking. Contact wat zo onontbeerlijk, zeker bij verlies. Rouwen zonder vasthouden. Houdt vol in afstand houden! Makkelijk gezegd. Als een magneet trekt het intense verdriet je aan in wat je ziet en voelt. Even een arm om iemand leggen of omhelzen. Wanneer je staat rond de kist waarin een geliefde ligt. Of aan het open graf, hét moment van afscheid nemen. Het is uit de boze, er staat een hoge boete. Want het is crisis.

Crisis, een woord wat niet persé verbonden is aan onheil. Crisis betekend: ‘het moment van de waarheid’. Hoeveel crisissen hebben wij al in ons hun persoonlijk leven doorstaan. Het moment dat jezelf of je geliefde de boodschap krijgt ernstig ziek te zijn. Uitbehandeld misschien. Momenten van de waarheid in jouw leven. Dan heb je de lijve ervaren sterfelijk te zijn of onmachtig te zijn het kwaad af te wenden. En nu niet aan te mogen raken, afstand te moeten houden. Onm(w)enselijk!!!

Toen ik haar sprak was haar man overleden. Zij had hem voor het laatst telefonisch kunnen spreken. Daarna werd hij in slaap gebracht. Door ademnood kon hij niet veel meer zeggen. Wel beseffend dat het zijn laatste woorden konden zijn. Wat voelde zij zich onmachtig om hem juist nu nabij te kunnen zijn. Heel haar huwelijksleven voor hem gezorgd en nu op afstand gezet. Achteraf bleek het hun laatste moment voor zijn heengaan. Niet meer gesproken, niet meer omhelst, niet nabij geweest. In haar verdriet miste zij een arm om haar heen. Niemand in haar nabijheid die het durft, waagt misschien ook. “En straks bij het graf? Moet ik dan alleen staan?” Als één van de dertig ‘bevoorrechten’ was ik bij de condoleance voorafgaand aan de rouwdienst, de tocht naar de begraafplaats, stond ik bij het graf. Wat koste het mij moeite om weerstand te bieden aan het niet kunnen troosten. Contactloos, op afstand staan, zien lijden. Onm(w)wenselijk!!

Het komt mij zo bekend voor, roept veel herkenning op. Misschien is dat wat grote weerstand oproept. Zelf op afstand geplaatst, melaats voelen door de kanker die je treft. Verschillende keren, ook geïsoleerd, verpleegd gelegen. Contactloos moeten zijn met je geliefde(n). Op afstand blijven, onoverbrugbaar, voor het gevaar van infectie. Moeilijk is het om dat te delen met hen die het zelf niet treft. Al ligt het leven voor ons allemaal tijdelijk stil. Toch raakt de sterfelijkheid de meesten van ons persoonlijk nog niet.

Crisis, het moment van de waarheid. Hoe goed zijn we contactloos in verbinding? Redden we het wel om de crisis samen te overleven? En als de dood scheiding maakt, wij niet meer samen (kunnen) zijn?

Uitzien naar dé Troost(er), het is de aanleiding voor het organiseren van de contactmomenten rond Gods Woord bij kanker. Elkaar wijzen op en delen in hoe God Zich in het leven openbaart. Juist als het crisis in ons leven wordt en is. Christus had zijn discipelen geroepen, volg Mij. Hij heeft Zich aan hen persoonlijk geopenbaard. Gezegd dat wie Hem kent, ook Zijn vader kent. Want samen Zijn Zij Eén. Toch verloren zij Hem toen Hij Zijn geest gaf aan ’t kruis. ’t Werd crisis in hun leven. Op het moment van de waarheid sliepen zij en verlieten zij Hem allen. Uit de dood herrezen openbaart Hij zich opnieuw aan hen. Raak Mij niet aan, zo zegt Hij Maria. Of ’t moet Thomas van ongeloof overtuigen om de Levende aan te raken.

Ik vaar op tot Mijn en uw Vader. De scheiding valt. De Troost(er), de Heilige Geest, zal komen. Om de wezen, hun gemis voor altijd te vervullen. Niet om nabij te zijn, zoals Jezus was. Want de Geest komt in hen. Opdat Hij bij hen woont, hen leidt en tot God brengt. Opdat zij gelijk Wij, zegt Jezus, één zijn. Geen afstand mogelijk, niet meer contactloos, eeuwig in verbinding. Eén met de Vader die verkiest, met de Zoon die verlost en de Geest die overtuigt. Samen één voor Gods troon én al hier beneden. Want Ik, zegt Jezus, kom weer! Zo in verbinding, in contact staan, lid van één Lichaam… dan redden we het wel, ook in door deze crisis.

Nunspeet, Mei 2020
Henk-Jan Koetsier

Zacheria, de profeet hij zag
Verheug u zeer dochter Sions
Zie uw Koning komt

Wijzen zij zagen
Zijn ster in ’t Oosten
Komend zien zij de Koning

Menigte van discipelen zij zagen
Wie is toch dezen rijdend op een veulen?
Ziende op Zijn krachtige daden

De Koning zelf zag de stad
En weende over haar
Zie, dat zij niet bekend wat tot haar Vrede dient

Pilatus zag de Joden voor ‘t rechthuis staan
Zij klaagden de Zone Gods bij hem aan
En sprak: Zie, uw Koning

Die op Golgatha voorbijgingen zij zagen
Geschreven in ’t Hebreeuws, Grieks en Latijn
Ziende: “de Koning der Joden”

Voorbijgangers zagen, schuddend hun hoofden
Zeggend met overpriester, schrifgeleerden, ouderlingen en farizeeën
Zie, de Koning Israëls kan Zichzelf niet verlossen

Drie uur duisternis, niemand die iets zag
Tot Jezus sprak: Mijn God, waarom verlaat U Mij
Blind riepen die daar stonden: Zie, Hij roept Elia

De hoofdman over honderd zag
Bevend, bevreesd door al ‘t geweld
Bekende: Zie, Waarlijk Deze Koning was Gods Zoon

Maria zag ten derde dage in ‘t lege graf
De engel zei haar: Vrees niet!
Zie, Jezus wien u zoekt is opgestaan

De elf discipelen zagen Hem
Die heeft alle macht in hemel en op aarde
Zie, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld

En al wat Zijn volgelingen zagen
Wees een getuige van deze dingen
Want zie, Ik zend de belofte Mijn Vaders op u

Zo zagen zij Jezus opvaren tot Zijn en uw Vader
Waarvan Stefanus stervend getuigd
Ik zie de Zoon des mensen staande ter rechterhand Gods

Saulus zag en had behagen in Stefanus dood
Tot hem Jezus verscheen: Ik ben het die u vervolgd
Predikt hij terstond, vervuld de H’ Geest, Christus de Zone Gods

Och of u ook op deze dag zag wat tot u vrede dient
Of blijft ‘t verborgen voor uw ogen?
Zie, uw Koning!

Henk-Jan Koetsier

Vooraf aan het weekend

Winst uit Verlies weekend komt al snel dichterbij
Straks zitten we op de banken, zij aan zij
Durf ik kwetsbaar en eerlijk te zijn?
Echt te delen hoe de periode is geweest, dat is toch fijn?
Dan rijst het gebed heel plots naar Hem:
Wilt U helpen, o Heere? Ik vraag het met klem

Zonder Zijn hulp zal ik blijven dwalen
En niets delen, zal het hart doen blijven malen
Over gemis. Als ik niet heel eerlijk ben
En zeg dat dit weekend spannend is. Herken
Ik iets van angst en probeer te vluchten
In ratio en de moeilijke onderwerpen te ontvluchten


Terugkijkend op het weekend

Thuiskomen met zoveel gedachten
En gelukkig geschreven briefjes die op mij wachtten
Nee, je staat niet alleen in je verdriet
Door te delen, is het of je dan ziet
Wat het goed doet om je hart te luchten
Niet langer weg te stoppen of vluchten
Voor de emoties die je overspoelen
Waardoor je ’s nachts in je bed ligt te woelen

Op tijd komen, was voor velen een strijd…
Maar daarna was de maaltijd al snel vol gezelligheid.
Diverse accenten kon je herkennen
Gelderlanders het meest, het Zeeuws was even wennen ?
De vaatwasser ging aan en wij aan de praat
Over onze achtergrond. Soms werd het even te kwaad
En werd een traantje weggepinkt
Wanneer een herinnering in het hart weerklinkt

Om elkaar beter te leren kennen,
Een gesprek met z’n twee, om te wennen
Weer of voor het eerst over het onderwerp te praten
Huiselijke sfeer opzoeken, dus we zaten
Op de slaapkamers, bedden en banken
De avond afgesloten met de Heere te danken
Wel nog tijd voor wat ontspanning en rust
Zijn het de boerengeluiden wat mij in slaap sust?

De volgende ochtend werd over Jozef gelezen
Bij Henk-Jan waren er enkele vragen gerezen
Waar vond Jozef zijn troost en kracht?
En ik of jij? Is het Christus van Wie je alles verwacht?

Vertrouw op God, Hij gaat je voor
Steun op Hem, Hij kent je door en door
Weet de Vader niet wat goed is voor Zijn kind?
Ben jij het niet die Hij zo teer bemint?
Dan zal Hij de weg, zo goed bedacht
Voorgaan tot het einde, waar wacht
Een beter lot voor jou bereidt
Niets is beter dan bij Hem te zijn in eeuwigheid

In de middag een houten doosje gemaakt
Een rememberbox, met een inhoud die raakt
Want ieder heeft heel persoonlijk in kleur
Een kaartje geschreven. Om thuis, binnensdeur
Te lezen wat de ander aan je wilde meegeven
Ja, tijdens deze dagen is er een band geweven

Ook deze dagen gaan weer voorbij
Intensief, maar terugkijkend maakt het me blij
De herinneringen raak je nooit meer kwijt
Weekend Winst uit Verlies is echt profijt

Gedicht door Gerrianne Hol, deelneemster Jongerenweekend

De dag, het moment van de diagnose zal niemand vergeten. Ongeloof, verbijstering, ontkenning, boosheid. Gevoelens die ieder op zijn wijze zal ervaren. De wereld na de diagnose ziet er in jouw beleving nu heel anders uit. Niets staat meer ‘op z’n plek’. Je waant je in een doolhof, ongewild, en de uitgang lijkt onvindbaar. Kanker zet je wereld op z’n kop, het thema van de wereldkankerdag vandaag.

Hoe kom je na de diagnose weer ‘recht op te staan’? Daar wordt verschillend over gedacht. Opgeven is géén optie, zegt de één. Want wie de moed laat zakken lijkt (te hebben) verloren. Je bent een kanjer, zegt de ander. Maar waar haal je de moed vandaan? En heb je een keus? De meesten grijpen in ‘de moed der wanhoop’ de middelen aan om de kwaal uit te roeien. Wordt herstel bereikt, voor steeds meer patiënten, dan sta je heel anders in deze wereld. Een weg van over-leven volgt. Ook voor betrokkenen, voor nabestaanden.

Steeds meer over-levers vinden de weg naar lotgenoten. Het samen spreken over je moeite en verdriet verbindt. Toch blijkt dat ‘gedeelde smart, is… nog een hoop ellende’. Want in veel wijsheid is veel verdriet; en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart (Prediker 1 vers 18). Overleef jij kanker dan vraag je je af, bewust of onbewust, waarom ik wel? Ieder weet uit ondervinding nu wat ‘sterfelijk zijn’ is. Wat is het doel dat jij nog leeft?

Verdriet door verlies kan zo overheersend, verstikkend zijn. Je wilt wel, maar kan niet meer. Een antwoord op de vele vragen lijkt onvindbaar. De uitweg die de één vindt, blijkt voor de ander een blokkade. Hulp die je zocht helpt jou niet in het (her)vinden van je levensdoel. Voor sommige, jong of oud, wordt het over-leven té zwaar. Zij (ver)laten het leven.

Kanker zet je wereld op z’n kop… hoe sta je op? Ervaring van lotgenoten, hoe nuttig soms ook, geeft jou geen been om op te staan. Het kan je zelfs aan ’t twijfelen brengen. Dan dreig je dieper weg te zinken in het onbegrepen of waardeloos voelen. Het geeft hét antwoord niet op ’s werelds, jouw leed.

Hoe dan wel opstaan? Het Bijbelboek Job geeft hét antwoord. Job die ook leed over het onbegrip, onrecht dat hem overkwam. Al zijn bezittingen en zijn tien kinderen verloren. Job kon eerst zwijgen over zijn leed en God loven. De Heere had gegeven en, Job dacht ook, genomen. Zijn vrienden gingen spreken, na zeven dagen zwijgen, over het grote leed wat Job overkwam. Job ging zich verdedigen waarvan zijn vrienden hem van verdachten. Tot God opstond en hem verscheen. Ook toen mocht Job zich voor Hem uitspreken. God vroeg Job om Hem te onderrichten. Op Gods vragen had Job geen antwoord meer. Hij zag wie God is. Job vernederde zich voor de Heere en aanbad Hem.

Dat werd Job en wordt allen die in God geloven tot hun opstanding. In de wereld op z’n kop staan zij op. God blijkt recht te zijn in al Zijn weg en werk. ’t Is wijsheid wat Hij doet. Christus de Rechtvaardige, Zoon van God, is door ons gekruisigd. In Gods kracht opgestaan uit de dood en geeft aan onrechtvaardigen hét eeuwig leven. Dat is nog eens de wereld op z’n kop!

Geef niet op… zie omhoog, in je doolhof van verdriet. Wie met Job zich voor God verfoeit in stof en as wordt door Hem in Christus opgericht. Winstuitverlies, uitzien in het over-leven naar dé Troost(er) ook bij kanker!

Verliezen geven
Geen stem tot juichen
Eerder ‘n klaaglijk wenen

’t Is begin op de aarde
Verloren in schuld
Een stem van bloed daar roept
Tot de Heere
Waar is Abel?

De eerste mens gedood
Kon ‘t beloofde Zaad niet zijn
In ’t geloof bekende Adam
De Messias komt uit Seth

Velen zijn gestorven
Sinds de schepping van de mens
Vele tranen geschreid
In ‘t geleden verlies

Hoe zullen we juichen
Op een aarde vol leed
Wie zou niet wenen
Bij ’t beleven van schuld

Tot ‘t klonk in die nacht
Gehoord op de aarde
Bij ’t geboren Licht
Eenstemmig uit de hoge:
Ere zij God

De herders zij zagen
De wijzen iets later
Het Kind in de kribbe
Nakomeling van Seth
Genoemd door Zijn Vader
Jezus, onze Zaligmaker

Het duurde maar even
Toen werd het weer nacht
Een stem in Rama
Geklag, geween en veel gekerm
De smart van ‘t moederhart
Omdat haar kinderen niet zijn

De strijdt op deze aarde
Om het Kind van Bethlehem
In smart werd Hij geboren
Bij Zijn dood gejuich
Het kwam uit de hoge
Hij overwon aan ’t kruis
Ere zij God

‘t Geeft geen rust aan de Satan
Met de mens in zijn macht
Zal hij proberen te doden
Waar ’t Kind wordt verwacht
In het hart

Alleen ‘t verlies in Hem
Van ons leven of dierbaren
In ’t afgelopen jaar ervaren
Zij die van strijden mogen gaan triomferen
Voor ’t Lam dat hen is geslacht
Juichen dat het is Volbracht

Op deze aarde eens vernieuwd
’t Zal nooit meer nacht wezen
Geen dood, noch rouw of geween
Eenstemmig zal ‘t daar klinken
De stem van ‘n ontelb’re schare
Als vele wateren
En sterke donderslagen
Halleluja;
Ere zij God

Henk-Jan Koetsier