Met koffie gaat alles beter. En dus zit ik hier, een tikje inspiratieloos, maar mét mijn lievelingsmok vol koffie. Waar schrijf je over in een eerste blog? Ik zou kunnen beginnen met de reden dat ik hier ben. De reden dat jullie hier als lezers zijn. Ik kan een stortvloed aan herinneringen delen over chemo’s, uitslagen, spuugbakjes, artsen en lawaaierige infuuspompen. Maar ik doe het niet, want het is niet wie ik ben. Ik ben niet mijn ziekte. (Al heeft het me gevormd, dat wel.) Laat ik gewoon hier beginnen, in het nu. Ik zal jullie een rondleiding geven in mijn hoofd, hart en huis. Een kijkje in mijn leven.

Hoofd
Het is meivakantie, dus in mijn hoofd is het op dit moment lekker rustig. Normaal kan het daar best druk zijn, vol gedachten over mijn leerlingen en de gang van zaken in de klas. Ik ben namelijk juf: onderwijsassistent in een taalklas voor migrantenkinderen. Nu buitelen er vooral creatieve ideeën en kleurencombinaties door mijn hoofd. Soms schuift even de gedachte voorbij aan de belafspraak die ik morgen heb met mijn verpleegkundig specialist. Waar zal dat over gaan? Ik verwacht geen nieuwe uitslagen, dus veel bijzonders zal het niet zijn, toch?

Hart
Goed, genoeg gezien. Een kijkje in mij hart dan maar. Een hart waar stukjes afgebroken zijn. Stukjes die soms kwijt zijn, soms weer aangeplakt, de breuklijnen verstopt onder gouden verf, zoals bij Japanse kunst. Die stukjes, dat zijn de dromen die niet uitgekomen zijn. De dingen die ik heb gemist. De dingen die ik niet meer kan.
In mijn hart laten kijken is lastig. Kwetsbaar. Maar wat ik wel met je kan delen is dat in mijn hart vooral liefde zit. Liefde voor familie, vrienden en leerlingen, maar ook liefde en waardering voor mensen die ik in het ziekenhuis ontmoette: artsen, verpleegkundigen, psychologen, pedagogisch medewerkers… Er zit ook verlangen in mijn hart naar meer rust, minder ziekenhuis, naar eindelijk ‘normaal’ zijn. Er zitten nieuwe dromen in. En vragen aan een God die ik niet begrijp, maar van Wie ik zeker weet dat Hij er is.

Huis
Tot slot een vluchtige wandeling door mijn huis. Ik woon nog bij mijn ouders. Wat hier meteen opvalt, is de hoeveelheid boeken en, als je stiekem de kasten even opentrekt, de knutselmaterialen. Hier in de keuken, waar ik dit schrijf, schijnt juist het zonnetje naar binnen. Onze hond, een kleine, witblonde labradoodle, ligt op de keukenstoel naast mij. Tussen de knutselspullen op tafel ligt een dienblad met de onderdelen van mijn eFlow Rapid: een vernevelapparaat. Ik heb een grondige hekel aan dat ding, maar ik heb hem nodig door de longschade die ik tijdens de behandelingen opliep en mijn vatbaarheid voor infecties.

Koffer
We zijn bijna klaar, maar ik neem je nog even mee, de wiebelende vlizotrap op naar zolder. Daar staat een grote, bruinleren koffer gevuld met tastbare herinneringen. Een map met schoolwerk uit groep 4, een deken, behandelprotocollen, foto’s, brieven en kaartjes, prikcadeautjes, heel veel knutsels die ik maakte op de dagbehandeling… De spullen vertellen een verhaal uit mijn leven, over zes behandelingen tegen leukemie (ALL). Ik was 7 toen ik voor het eerst ziek werd, de zesde behandeling is nu bijna vijf jaar geleden. Het was veel. Het was moeilijk. Maar deze bijzondere mengelmoes aan spullen vertelt ook over fijne dingen.

Genieten
Mijn ziekte is geen verleden tijd, want de gevolgen zijn er elke dag. Maar die fijne dingen wil ik onthouden. En ik wil genieten van het hier en nu. Van vakantie. Van mooie boeken. Van creatieve projecten. Van mooie momenten met vrienden en familie. En… van  koffie uit mijn lievelingsmok.

Willemarijn

Willemarijn (25) is onderwijsassistent in een taalklas. Ze is gek op koffie, kleur en taal en schrijft regelmatig over haar ervaring met kanker. Op haar zevende kreeg ze leukemie (ALL), daarna volgde nog vijf keer een recidief. De laatste behandeling is nu ongeveer vijf jaar geleden.