Laatste woorden

Drie dagen later.
Dankzij de medicijnen zijn alle klachten weg.
Maar de tumor is níet weg.
Vandaag gaan we naar de neurochirurg.

Cees leest aan tafel een Bijbelgedeelte wat niet aan de beurt is.
Ongewoon.
Zo spreekt mijn stille, gesloten man, zo laat hij zich even in zijn hart kijken.

Psalm 39.
Over de troost tegenover de kortheid van het leven.
Tot aan vers 8.
‘En nu, wat verwacht ik, o Heere! Mijn hoop, die is op U’.
Tranen.
Verder lezen kan niet meer, hoeft niet meer.

Bij de neurochirurg opnieuw ernstige woorden.
En verbazing, verwondering… volgens wat de man op de foto’s ziet, zou Cees niet meer kunnen praten.
De tumor zit zodanig dicht tegen het spraakcentrum in de hersenen dat dat eigenlijk al beschadigd zou moeten zijn.
Een beetje opluchting.
Valt het misschien nog een klein beetje mee?
Nee.
Nee!

Binnenkort zal hij opereren.
Bij de operatie zal het spraakcentrum beschadigen.Misschien al eerder.Volgende week… of morgen… of straks… of nu…
Spraakuitval zal het minimale gevolg zijn, misschien zelfs uitval van het totale taalbegrip.
Dan is geen enkele communicatie meer mogelijk.
Elk moment dat Cees nog kan praten moeten we intensief benutten.
En rekening houden met rechtszijdige verlamming… en met epilepsie…

De 3 weken tot aan de operatie práten we.
Meer dan in de voorgaande 16 jaren.
Ánders dan al die andere dagen, maanden, jaren.
Wezenlijke gesprekken.
Waardevolle woorden.
Alles móet gezegd worden.

We lezen deze weken aan tafel in de Psalmen.
‘ik zal de Heere loven met mijn ganse hart; ik zal al uw wonderen vertellen’
‘daarom zal ik U, o Heere, loven, Uw naam zal ik psalmzingen’
‘zo zullen wij zingen’
‘opdat mijn eer U psalmzinge, en niet zwijge’
In de wetenschap dat er binnenkort hoogstwaarschijnlijk niet meer gesproken, gezongen kan worden…

Herfstvakantie.
Samen brengen we Cees naar het ziekenhuis waar hij geopereerd wordt.
Dringende vraag van elke arts: ‘is álles gezegd?’

Ik kan nauwelijks afscheid nemen.
Zoveel gezegd, en nog zoveel te zeggen.
En opnieuw spreekt mijn stille, gesloten man, opnieuw laat hij zich in zijn hart kijken.
‘Ga maar, meisje.
Ik hoef hier niet alleen te blijven.
Vanavond niet.
En morgen ook niet’.

Lianne

Lianne schrijft in deze column over de ziekte en het overlijden van haar man Cees en vader van hun twee zonen.

Het vervolg is te lezen in de column ‘Ome Cees kan nog prate’

0 reacties op "Laatste woorden":

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *